De Mombeekvallei, er zijn slechtere plaatsen om te wonen en te werken. Het natuurgebied, een groen lint tussen de akkers van Alken en Sint-Lambrechts-Herk, ademt rust en is sinds enkele jaren de biotoop van Hans van Alphen (37), waar de Kempenaar aan zijn reconversie begon. De auto op de parking is blits. Een Ford Mustang, die we even verwarden met een Ferrari. Pardon. 'Het paard in het logo van Ferrari steigert, dat van Mustang loopt', lacht Van Alphen, op wie de iconische Amerikaanse sportwagen al in zijn tienerjaren indruk maakte.
...

De Mombeekvallei, er zijn slechtere plaatsen om te wonen en te werken. Het natuurgebied, een groen lint tussen de akkers van Alken en Sint-Lambrechts-Herk, ademt rust en is sinds enkele jaren de biotoop van Hans van Alphen (37), waar de Kempenaar aan zijn reconversie begon. De auto op de parking is blits. Een Ford Mustang, die we even verwarden met een Ferrari. Pardon. 'Het paard in het logo van Ferrari steigert, dat van Mustang loopt', lacht Van Alphen, op wie de iconische Amerikaanse sportwagen al in zijn tienerjaren indruk maakte. 'Ik heb lang met een gesponsorde camionette rondgereden, wat vooral heel praktisch is wanneer je met speren, kogels, polsstokken en vijftien paar schoenen onderweg bent. Toen mijn carrière op haar einde liep, wilde ik iets anders. Ik hield van de oldtimers van Mustang. Maar: niet praktisch om dagelijks mee rond te rijden, mócht ik dat al kunnen betalen. Toen ik twee weken met dit model op proef had rondgereden, was ik verkocht.' Ook de kleur heeft niets met een vervroegde midlifecrisis te maken. Knalgeel en zwart, de twee kleuren die in het strakke logo van zijn bedrijf terugkomen: Beweeg Meer, met daaronder zijn naam. 'Het zou dom zijn om mijn naam niet uit te spelen, dat is wat ik overhoud aan mijn carrière. De bekendheid die ik heb opgebouwd, is een voordeel ten opzichte van andere starters.' De wachtzaal is clean en sober. Twee gerecycleerde leren zeteltjes, een paar tijdschriften en drie foto's van de tienkamper, in actie op de Spelen in Londen. Met speer, in de werpring van het kogelstoten en in de zandbak. Op een oude industriële kast staan zijn twee exemplaren van de Gouden Spike. Eentje van 2007, toen hij zich als eerste Belg - twee keer zelfs - door de 8000-puntengrens liep, sprong en wierp. Verrassend, ook voor hem, want amper twee jaar ervoor was hij in Leuven afgestudeerd als master in de revalidatiewetenschappen en kinesitherapie, na vijf slopende jaren waarin hij amper had getraind en vooral 's nachts had geleefd. Of, zoals hij het zelf ooit verwoordde: 'Eigenlijk is het straf dat ik met een beperkt trainingsregime en een dieet van bier en chips toch nog doorgebroken ben.' Een atypisch parcours, dat zeker. Tussen 2005 en 2007 combineerde hij een voltijdse job als kinesitherapeut in Turnhout met de loodzware trainingen van een tienkamper, waarna hij pas in 2007 - op zijn 25e - een profcontact bij Bloso kon versieren. 'Ik gaf me vijf jaar om aan mijn techniek te schaven. Op de Olympische Spelen in Londen, 2012, moest ik goed zijn. Dertig jaar, voor een tienkamper komt het einde dan stilaan in zicht.' 2012 werd een boerenjaar, met zijn tweede Gouden Spike in de wachtzaal als stille getuige. De Kempenaar won met 8519 punten de Hypomeeting in Götzis, werd vierde op de Spelen in Londen, pakte goud op de Décastar in Talence en eindigde ook als eerste op de IAAF World Combined Events Challenge, een meerkampcircuit waar hij als winnaar 30.000 dollar cashte. Het vizier werd op Rio gericht, nog eens vier jaar erbij, maar aanhoudend blessureleed hielden hem weg van zijn derde Olympische Spelen. Eind 2016 trok hij er zelf de stekker uit. 'Zou ik het anders gedaan of gewild hebben? Geen spijt, eerder benieuwd: wat zou er gebeurd zijn mocht ik die vijf jaar in Leuven anders aangepakt hebben? Misschien had ik technisch verder gestaan, waardoor ik met de polsstok 30 centimeter hoger had gesprongen. Of misschien had ik door blessures vroeger moeten stoppen. Het kon twee kanten uit. Ik ben niet ongelukkig. Leuven was plezant en ik ben blij met wat ik in de sport heb bereikt, ook al was het vaak na veel afzien. En ik amuseer me in wat ik nu doe.' Dat is hem aan te zien. Huisje, tuintje, boompje. In oktober 2017, goed een jaar na zijn afscheid van de topsport, trouwde hij met Kim, met wie hij een dochtertje heeft, Sam (6). 'Toen ik op het EK in Amsterdam, het laatste selectiemoment voor Rio, geblesseerd geraakte, wist ik meteen dat het klaar was. Ik had nog een contract en sponsorverplichtingen, waardoor ik het officiële afscheid nog een paar maanden heb uitgesteld, en begon pas dan aan de toekomst te denken. Wat nu? Ik wist al lang dat het eraan zat te komen - of ik nu Rio haalde of niet - maar zolang ik topsporter was, heb ik op de sport gefocust. We zien wel...' Hij ging opnieuw een jaartje studeren. Manuele therapie, een extra diploma en de ideale manier om zijn 'oude' master op te waarderen. 'Ik moest ontdekken of kinesitherapie me nog kon boeien. Patiënten één voor één in een hokje afwerken, dat wilde ik niet, de combinatie met personal training sprak me wél aan. We starten en we zien wel, dan weet ik het tenminste. Er zijn nadelen, uiteraard. Als zelfstandige stopt het werk nooit. In je hoofd denk je dat je vrijheid hebt, maar dat valt tegen', lacht hij. Ook vandaag staat een lange dag op het programma. Werken van 8.30 tot 12.30 uur, een interview, fotoshoot en tussendoor snel iets proberen te eten, waarna hij opnieuw de praktijk in duikt. 'Tot een uur of acht vanavond. Dat is een van de nadelen, maar anderzijds vind ik het wel fijn om weer iets te kunnen bereiken. 'Kine blijft boeiend. Ik kan me nog altijd verdiepen in nieuwe wetenschappelijke studies, maar ik heb meer dan tien jaar buiten geleefd en in een drukke praktijk werk je bij manier van spreken twaalf uur in een kelder. Als personal trainer kom je, zeker wanneer het goed weer begint te worden, geregeld buiten en kun je samen naar iets toe werken. Alles draait rond het concept beweging, ook als gezondheidsmanager in bedrijven, waar we een grote groep in beweging zetten. Dankbaar, ja. Mensen die twintig jaar niet hebben bewogen en dan de positieve effecten van sport ervaren en het zelfs leuk beginnen te vinden. Dat is het ideale plaatje, want het is lang niet altijd zo', lacht hij. 'Mijn voorgeschiedenis is mijn toegevoegde waarde. Mensen vinden het leuk dat ze bij een olympiër kunnen trainen en nemen ook sneller iets aan. In het begin hoopte ik om vooral met topsporters samen te kunnen werken, maar dat is een vrij beperkt clientèle. Ik heb er enkele in nichesporten - waterski of houthakken in de Timbersports Series. Fijne mensen die gedreven voor iets gaan, maar ze zijn zeker niet allemaal zo. Topsporters zijn een ras apart. Niet altijd even dankbaar. En het moet allemaal rond hen draaien. Voor mij heel herkenbaar, ja. ( lacht) Ik moest maar iets vragen en anderen draaiden, terwijl ik nu in de omgekeerde wereld leef en anderen probeer te helpen. Die aanpassing viel heel goed mee, ook al mis ik bepaalde zaken. Zeker in december en januari, wanneer de profatleten op stage zitten in Zuid-Afrika. Miljaar. En ik moet elf uur werken! 'Het leven van een topsporter is eenvoudig en zorgeloos: trainen, eten en rusten. Als het goed gaat, dan is het niet meer dan dat. Maar het loopt niet altijd goed. Ik heb veel shit meegemaakt, maar ik ben ook veel vergeten. De mooie momenten blijven veel langer hangen. Gelukkig maar. Jaren werken en hopen op dat ene moment waarop je kunt roepen: yes! Iets wordt pas mooi als het echt veel moeite heeft gekost, wanneer je er op een extreme manier voor hebt gewerkt en geleefd. Die pieken van euforie en ontlading komen nooit meer terug.' 'Ik heb eventjes overwogen om trainer te worden, maar dan moet je met een topatleet kunnen samenwerken én een contract krijgen. Niet vanzelfsprekend. Plus: opnieuw maanden in het buitenland zitten, daar zou de familie niet happy mee zijn. Het gras lijkt altijd groener aan de overkant, maar je weet nooit of er een klik zal zijn. Als 37-jarige een week op stap gaan met iemand van 20 is wellicht superleuk, maar drie maanden op een jaar? En het blijft onzeker. Als je atleet het goed doet, dan mag je ook je contract houden. In het andere geval word je buitengezwierd. Met een gezin moet je toch een beetje zekerheid inbouwen. Een keuze voor stabiliteit. Ook financieel.' 'Soms hoor je wel eens dat je moet stoppen op je hoogtepunt, maar na 2012 kon ik dat niet. Zolang gewerkt en plots vielen in één jaar alle puzzelstukken in elkaar. En op dat moment weet je niet dat dat je hoogtepunt was. Het ging zó gemakkelijk. In theorie klonk het heel mooi: een jaartje rustig aan doen, een jaar om op terug op niveau te komen en dan twee jaar knallen richting Rio. Maar na die enkelblessure, in maart 2013, bestonden de laatste drie jaar vooral uit veel shit. Je hebt overal wel ergens pijn, maar uiteindelijk heb ik slechts drie ernstige blessures gehad: pubalgie in 2008, de enkel en opnieuw een pubalgie, zodat ik tijdens het EK moest opgeven. 'Ik herinner mij polsstoktrainingen in Sittard, waar ik geen enkele keer sprong omdat ik niet durfde af te zetten of omdat het niet goed zat in mijn hoofd. Drie kwartier in de auto, een klotetraining en dan drie kwartier terugrijden: dan ben je niet happy wanneer je thuiskomt. Dat pakte ik mee, ja, maar dat betekende ook dat het mij nog iets deed. Alleen: met een dochtertje in huis kun je dat slechte gevoel sneller aan de kant zetten. 'Een leven als topsporter is rijk, zeker voor je persoonlijke ontwikkeling. Op school had ik schrik voor een spreekbeurt, terwijl ik nu in bedrijven lezingen voor 300 man kan geven. Het geloof in jezelf en de wil om iets te bereiken, dat neem je mee naar het 'gewone' leven. Als ik ergens voor ga, dan is de kans groot dat ik kan slagen. Afzien, maar toch doorzetten. 'Ik kan naar tienkampen op televisie kijken zonder dat het ongemakkelijk of dubbel wordt. Eerder een gevoel van verwondering. 'Amai, die springt ver. Ha, wacht, dat ik heb ik ook nog gedaan.' ( lacht) Of toch maar eens kijken of de winnaars in Götzis of Talence meer punten hebben gescoord dan ik... Blijven vergelijken, hé. 'Ik hoef niet alle meetings van de Diamond League te zien, maar de meerkampen - ook bij de vrouwen - en de Belgische atleten volg ik. Dat zal wellicht verminderen, naarmate er minder atleten zullen zijn tegen wie ik nog gekampt heb. Toen ik enkele maanden geleden met het BOIC op jeugdstage was in Vittel, was ik verbaasd dat een van de jonge gasten nog nooit van Tia Hellebaut had gehoord. Maar ja, die olympische medaille in Peking is al van 2008, toen die gasten amper een paar jaar oud waren. Dat zal bij mij niet anders zijn.'