Alleen de kenners van rapmuziek hadden het opgemerkt in de tweede aflevering van The Last Dance, de docuserie over de carrière van Michael Jordan die afgelopen voorjaar tijdens de coronalockdown miljoenen sportfans troost bood. Welk liedje regisseur Jason Hehir niet toevallig op de beelden van Jordans memorabele match tegen de Boston Celtics in de play-offs van 1986 had gezet. De wedstrijd waarin His Royal Airness 63 punten scoorde, waarna Larry Bird hem bewierookte als 'God, vermomd als Michael Jordan.' De song die de 'goddelijke' Jordan kracht bijzette? I'm Bad, uit het album van de rapper LL Cool J. Genaamd: G.O.A.T.
...

Alleen de kenners van rapmuziek hadden het opgemerkt in de tweede aflevering van The Last Dance, de docuserie over de carrière van Michael Jordan die afgelopen voorjaar tijdens de coronalockdown miljoenen sportfans troost bood. Welk liedje regisseur Jason Hehir niet toevallig op de beelden van Jordans memorabele match tegen de Boston Celtics in de play-offs van 1986 had gezet. De wedstrijd waarin His Royal Airness 63 punten scoorde, waarna Larry Bird hem bewierookte als 'God, vermomd als Michael Jordan.' De song die de 'goddelijke' Jordan kracht bijzette? I'm Bad, uit het album van de rapper LL Cool J. Genaamd: G.O.A.T. Geen toeval ook dat toen The Last Dance in de VS in première ging, het gebruik van de geit-emoji op Twitter met liefst 79 procent steeg. En dan werd de emoji van een geit die een shirt met Jordans iconische rugnummer 23 droeg niet eens meegeteld, naast ook een veelvoud aan #GOAT-hashtags. Het geeft aan hoezeer de term, of het symbool, dezer dagen op sociale, en in de 'gewone', media gemeengoed is geworden. Zoals toen Diego Maradona onlangs overleed. Zoals toen Lewis Hamilton met een zevende wereldtitel Michael Schumacher evenaarde. Of zoals toen LeBron James met de LA Lakers zijn vierde NBA-titel behaalde. Zelfs (ex-)sporters hanteren de hashtag of emoji naar hartenlust. Toen het account van Twitter in januari 2019 ' You. In emojis' postte, antwoordde Michael Jordan himself met een emoji. Van een geit... In diens glorieperiode, in de jaren tachtig/negentig, en ook in de decennia ervoor werd The GOAT in de VS nochtans in een andere, neerbuigende betekenis gebruikt. Niet als acroniem van The Greatest of All Time, maar als afkorting van scapegoat, zondebok. Een scheldwoord waarmee fans en journalisten spelers omschreven die door een blunder hun team de overwinning hadden gekost. Een goat (geit), afkomstig van het Oud-Engelse gat, werd door de eeuwen heen dan ook altijd als des duivels beschouwd, met zijn hoornen en hoeven. In 1909 dook de term zo ook voor het eerst op in de sport, in The Dickson Baseball Dictionary. Auteur Paul Dickson beschreef er hoe catcher Charles Schmidt zich in het tweede duel van de World Series had herpakt, nadat hij in de eerste wedstrijd the goat was geweest. Veel later, in de jaren zeventig en tachtig, tekende cartoonist Bill Gallo na elke match van de World Series zelfs een cartoon in de New York Daily News met The hero and the goat of the game. In het baseball bestond toen ook al een paar decennia The curse of the Billy Goat, een vloek over de Chicago Cubs uitgesproken door Billy Sianis. De caféhouder/fan moest in 1945 met zijn geit het Wrigley Fieldstadion van de Cubs verlaten vanwege de onaangename geur die het dier verspreidde. Waarop Sianis de beruchte woorden uitsprak: ' Them Cubs, they ain't gonna win no more.' Pas in 2016 raakten de Cubs verlost van de vloek, toen ze eindelijk nog eens de World Series wonnen. Dat verhaal gaf de goat-connotatie een extra loserpigment. Met slechts één uitzondering: Earl Manigault, voor wie de bijnaam goat een pósitieve betekenis had. Hij was een legendarische basketbalspeler uit de jaren zestig, die weliswaar nooit in de NBA raakte, maar furore maakte op de pleintjes in New York. Naar eigen zeggen werd hij goat genoemd omdat een leraar in highschool Manigault altijd verkeerd uitsprak, als Mani-goat. Maar zijn bijnaam had met The Greatest Of All Time niets te maken. Die vijf woorden werden toen wel vaak gebruikt om exceptionele sporters te omschrijven. Het blad Vanity Fair bestempelde zo al in 1924 de Britse tennisspeelster Laurence Doherty. Muhammad Ali zei het zelfs zélf, al een jaar voor hij in 1964 op zijn 22e Sonny Liston versloeg en de wereldtitel bij de zwaargewichten veroverde. En, toen nog als Cassius Clay, zelfs een gesproken gedicht voor een luidop lachend publiek opnam. Getiteld: ' I Am The Greatest...' Eerste vers: 'This is the legend of Cassius Clay, the most beautiful fighter in the world today.' Ali mixte branie, humor en zelfvertrouwen, mixte dat met sprankelende quotes en goot de cocktail in het glas van de Amerikaanse sportfans. Velen dronken dat smakelijk op, anderen - vooral blanken - spuwden het weer uit. Jezelf zo op de borst kloppen, dat was in die tijd immers ongepast, ook buiten de sport. Toen John Lennon in 1970, met Ali in gedachten, de song I'm the Greatest schreef, zong hij het niet zelf, maar gaf hij het door aan die andere, excentriekere Beatle, Ringo Starr. Lennon had immers al half Amerika over zich gekregen toen hij zei dat The Beatles populairder waren dan Jezus. De reden ook waarom de zwarte atletiekster Carl Lewis later, in 1984, ondanks zijn vier gouden olympische medailles geen enkel dik sponsorcontract kon versieren. Lewis kwam immers arrogant, te verwaand over. Het grote publiek omarmde zwarte NBA-vedetten als Magic Johnson en vooral Michael Jordan daarentegen wel. Magic charmeerde immers met zijn ontwapenende glimlach, Jordan - nochtans soms een bullebak voor zijn teamgenoten en trashtalker voor zijn tegenspelers - boetseerde voor de buitenwereld een apolitiek, vlekkeloos imago, wars van alle controverse (op een vermeende gokverslaving na). Hoewel hij dezer dagen geit-emoji's post, pochte MJ in zijn tijd als speler echter nooit dat hij The Greatest was, zoals Ali. Wayne Gretzky, de beste ijshockeyspeler ooit, werd in die jaren tachtig/negentig wél The Great One genoemd, maar dat had hij niet uitgevonden. Het was een bijnaam die de blanke Canadees al als tienjarig toptalent van een reporter had gekregen, en die zo met hem meegroeide. Zoals ook de legendarische (en eveneens blanke) Americanfootballspeler Joe Montana toen op een poster gezet werd met als titel The Golden Great, verwijzend naar de Golden Gate Bridge in San Francisco, waar de quarterback speelde bij de 49ers. Pas in september 1992 werd The GOAT voor het eerst gebruikt als acroniem voor The Greatest Of All Time. Toen Lonnie, de vrouw van Muhammad Ali, besloot om G.O.A.T. Inc. op te richten, een vennootschap om de intellectuele eigendom en de commerciële rechten van haar man te beschermen. Een jaar later inspireerde dat het hiphoptrio De La Soul voor de song Lovely How I Let My Mind Float. Rapper Biz Markie zegt daarin: ' I got more rhymes than Muhammad Ali', waarop Trugoy the Dove wat later zingt: ' Lovely how I let my mind float / Now I'm-a take my b-a-a-d ass home 'cause I'm GOAT.' In de sport bleef The GOAT, om een sporter als de beste ooit te bestempelen, echter in de stal. Toen Michael Jordan in de play-offs van 1993 de winnende korf scoorde tegen Gerald Wilkens van de Cleveland Cavaliers, schreef Associated Press zelfs nog: ' This time Wilkins is the goat' - in de négatieve zondebokbetekenis dus. Pas zeven jaar later, in september 2000, zorgde een andere rapper, LL Cool J, voor een etymologische revolutie. Hij noemde zijn nieuwe album én zichzelf G.O.A.T. Want, luidde een vers in de song I'm Bad (die, zoals hierboven vermeld, werd gebruikt in The Last Dance): ' No rapper can rap quite like I can.' Inspiratiebron voor de naam: niet Jordan, maar Muhammad Ali, vertelde de rapper later. Al kon hij toen nog niet vermoeden dat het tot een iconisch rapalbum zou uitgroeien. LL Cool J wilde naar eigen zeggen vooral de spirit van de hiphopcultuur beschrijven, waarbij jongeren uit arme buurten met een uitzichtloze toekomst via rapmuziek wél ergens de beste, The Greatest, The GOAT, in willen/kunnen worden. Mede door het gelijknamige rapalbum werd niet alleen de hiphopcultuur steeds meer mainstream in de VS, het opende ook de deur voor de intrede van de term GOAT in de sport. Vlak na de release won Maurice Greene goud op de 100 meter op de Olympische Spelen van Sidney. Op zijn bovenarm: een leeuw, met in zijn manen de letters GOAT. De sprinter had zich laten inspireren door LL Cool J, en vooral door Muhammad Ali. 'Veel mensen vinden je arrogant als je jezelf The Greatest noemt, maar in de topsport moet je gelóven dat je de beste bent. Het belijden als een religie, voor je dat effectief kunt worden', verklaarde Greene zijn tattoo, waar hij na elke zege ook telkens naar wees. Op die manier raakte het acroniem steeds meer ingeburgerd. En in september 2003 zelfs opgenomen in de Urban Dictionary, een online woordenboek voor Engelse slang en internetjargon: ' GOAT: anacronym for Greatest Of All Time. Ultimate competitor G-O-A-T. Michael Jordan is the GOAT.' Eind dat jaar bracht de Zwitserse uitgeverij Taschen letterlijk een zwaargewichtboek uit: 50 op 50 cm groot, 34 kg zwaar, goed voor liefst 792 pagina's. Getiteld: GOAT: A Tribute to Muhammad Ali. Ook steeds meer sporters werden zo omschreven, zoals Ricky Carmichael, de Amerikaanse evenknie van Stefan Everts. De motocrosser uit Florida was zo trots op zijn bijnaam, gekregen van collega Matt Walker, dat hij een standbeeld van een geit aan zijn zwembad plaatste, en een motorcrosscircuit bouwde met als naam The GOAT Farm. Het maakte deel uit van een cultuurswitch, waarin bescheidenheid niet meer een vereiste was. Zoals toen het bekende magazine Sports Illustrated de zeventienjarige LeBron James in 2003 op zijn cover zette, met als titel The Chosen One, als de nieuwe erfgenaam van Michael Jordan. James omarmde ook maar al te graag zijn andere bijnaam, The King. Een uitvinding van de omroeper op zijn Saint Vincent-Saint Mary highschool die James voor elke match zo aankondigde. Tot vandaag is LeBrons Twitternaam zelfs nog altijd @KingJames. Door de lancering van Twitter in 2006 kreeg GOAT, als afkorting, een extra push. In tweets van toen nog maximaal 140 tekens nam Greatest Of All Time immers twintig 'kostbare' tekens in beslag, GOAT amper vier. En de geit-emoji slechts één. Met de stijgende populariteit van social media en ook de onlinediscussies van sportfans over wie nu in een sport de grootste ooit is, raakte het acroniem zo steeds meer verspreid. Toen Muhammad Ali in juni 2016 overleed, regende het dan ook #GOAT-hashtags op Twitter, ook in posts van andere sportvedetten als bokser Wladimir Klitschko, sprinter Usain Bolt en LeBron James. Toch duurde het tot 2015/16 eer The GOAT, als term, voor het eerst in Belgische en Nederlandse kranten verscheen, in artikels over Michael Jordan, Serena Williams of Tiger Woods. In dit magazine al twee jaar eerder, maar dan in een lezersbrief, met als titel 'De onzin van The GOAT'. Over de discussie of Rafael Nadal, dan wel Roger Federer zo bestempeld moest worden. Toch leidde de afkorting bij sommigen wel tot verwarring, zoals bij een jongetje dat in een persconferentie voor de US Open van 2017 aan Federer vroeg waarom iedereen hem GOAT noemt. 'In Zwitserland is er toch niet veel vee?' Waarop de tennisser geamuseerd antwoordde: 'De fans noemen mij zo, niet ik. Maar in Zwitserland hebben we wel degelijk veel dieren hoor, ook geiten.' De term werd een jaar later ook symbolisch uitgebeeld door Lionel Messi, toen hij in aanloop naar het WK in Rusland op de cover van het Amerikaanse tijdschrift PAPER poseerde met een bok, en binnenin met een geitenjong. Grote rivaal Cristiano Ronaldo was uiteraard geprikkeld. Toen hij op die Wereldbeker zijn eerste van drie goals tegen Spanje scoorde, streek hij over zijn kin. Doelend op zijn baardje, een ... geitensikje? Een steek richting Messi? Neen, ontkende hij: 'Gewoon een grapje met Ricardo Quaresma. Voor de match tegen Spanje scheerde ik me in de sauna en liet ik dat sikje staan. Ik beloofde hem dat ik het voor de rest van het toernooi zou laten staan als ik zou scoren. En kijk, het brengt geluk.' Ronaldo kreeg twee maanden later, in september 2018, navolging van Remco Evenepoel op het WK voor junioren. Tijdens een indrukwekkende solo wreef ook hij voor de camera's even over zijn kin, doelend op een (ingebeeld) geitensikje. Volgens de toen achttienjarige Belg een afspraak met zijn beste vriend. 'Die had me gezegd: als je alleen vooroprijdt, moet je dat doen.' Zo gezegd, zo gedaan. De titel als The GOAT, The Greatest Of All Time dichtte Evenepoel zichzelf uiteraard (nog) niet toe. Maar dat deed LeBron James eind dat jaar wél, toen hij op ESPN terugblikte op de legendarische comeback van zijn Cleveland Cavaliers in de NBA-finale van 2016 tegen de Golden State Warriors. 'That one right there made me The GOAT. That's what I felt.' Drie weken later, in januari 2019, postte Michael Jordan zijn fameuze tweet met de geit-emoji... Of hoe sporticonen vier letters en een symbool gebruiken om hun status als, al dan niet, de allergrootste ooit te bekrachtigen. Muhammad Ali, die zichzelf tijdens zijn hoogdagen zelfs The Double Greatest noemde, zal het in de bokshemel graag horen.