De realiteit overtreft dikwijls de fictie. In het geval van Violette Morris, geboren op 18 april 1893, is dat het minste wat je kunt stellen.

Al tijdens haar vroege kinderjaren, als een van de zes dochters van een Franse baron en een Palestijnse moeder, blijkt dat Violette een ongebreidelde energie bezit. Sport wordt de uitlaatklep, en dan vooral disciplines waarbij kracht een grote rol spelen: discuswerpen, kogelstoten, speerwerpen. Violette, 1m66 en 68 kg, heeft dubbel zo dikke armen als veel puberjongens en kent geen tegenstand.

Nadat ze zich tijdens de Eerste Wereldoorlog heeft ingespannen voor het Rode Kruis, richt ze zich vanaf 1918 voluit op competitiesport. Van 1918 tot 1925 kroont ze zich in elk van die krachtsporten meermaals tot Frans kampioene, Europees kampioene en wereldkampioene. Verschillende wereldrecords komen op haar naam. Ze wordt ook meermaals tot wereldatlete van het jaar uitgeroepen.

Ondertussen ontwikkelt ze een liefde voor voetbal. Met Olympique Paris wint ze in 1920 een eerste landstitel bij de vrouwen, dat dat doet ze in 1925 nog eens over met Olympique Red Star en in 1926 met Cadettes de Gascogne. Met die laatste ploeg zal ze in 1927 ook een toernooi in Brugge op haar palmares bijschrijven.

Gaandeweg steken echter de eerste frustraties op. In de krachtsporten heeft ze amper tegenstand, het vrouwenvoetbal vindt ze te soft. Violette wil de strijd aangaan met mannen. De topsport als mannenbastion slopen. Ze stort zich op boksen, Grieks-Romeins worstelen, wielrennen en zwemmen. Volgens de overlevering sneuvelen er tal van stoere binken tegen haar in de boksring.

Turning point

De goegemeente weet zich geen houding aan te meten tegenover Morris, die met mannen duelleert en hen verslaat in een op en top machowereldje als het autoracen.

De Olympische Spelen van 1928 komen eraan, de eerste waarop vrouwen officieel in competitie treden, maar in plaats van een hoogtepunt wordt dat een turning point in het leven van Violette Morris. Ze krijgt van de Franse sportfederatie geen licentie om deel te nemen. De reden? Het te mannelijke gedrag van Violette Morris. In het openbaar draagt ze lange broeken en mannenkostuums. Geen jurk, zoals de maatschappij het voorschrijft. Ze rookt als een ketter -tot drie pakjes per dag, wordt beweerd-, vloekt dat het geen naam heeft en out zich als lesbienne. Ze was dan wel aanvankelijk getrouwd met een man, maar na negen jaar liep dat huwelijk op de klippen.Morris laat ook haar borsten amputeren, omdat haar boezem haar in de weg zit bij het beoefenen van alweer een nieuwe passie: autoracen. Ze wint onder meer de prestigieuze Parijs-Nice voor racewagens en de Grand Prix van San Sebastian.

De goegemeente weet zich geen houding aan te meten tegenover Morris, die met mannen duelleert en hen verslaat in een op en top machowereldje als het autoracen. Maar de weigering om haar te laten deelnemen aan de Spelen van 1928 zorgt voor een mentale knak. Violette Morris gaat zich steeds meer afzetten tegenover de Franse maatschappij, die ze als kleinburgerlijk bestempelt. 'Ooit zal haar decadentie leiden tot slavernij, maar ik, als ik er dan nog ben, zal daar geen deel van uitmaken', stelt ze.

Ze ontwikkelt sympathieën voor het Duitse gedachtegoed van de nazi's en die vrijen haar openlijk op. Adolf Hitler nodigt haar bijvoorbeeld als eregast uit voor de Spelen in Berlijn in 1936. Sport verzeilt op de achtergrond en Violette, ondertussen tegen de veertig aan, stelt zich ter beschikking als spion voor de SS. Ze speelt gevoelige informatie door uit de fabrieken die mobiele legereenheden produceren, zoals Citroën.

Nadat de Duitsers Parijs bezetten, gaat ze nog een stap verder in haar collaboratie: ze werpt zich op als beul-ondervrager van Franse verzetsstrijders, waarbij ze de gruwelijkheden niet schuwt. Zo zou ze sommige mannen de schedel intrappen voor de ogen van hun echtgenotes en kinderen. Het is haar wraak op het kleinburgerlijke Frankrijk.

Violette Morris had alles om een icoon voor de vrouwensport te worden en te zijn.

De waanzin heeft zich in haar hoofd genesteld en ze wordt de meest gehate vrouw in Frankrijk. Voor de geallieerden komt ze hoog op het lijstje van 'most wanted' te staan. Op 24 april 1944 wordt ze vermoord door mitrailleurs wanneer ze met haar pompeuze Citroën Traction Avant - bekend uit gangsterfilms - over een landweg scheurt.

Violette Morris had alles om een icoon voor de vrouwensport te worden en te zijn. Een wegbereidster voor vele atletes na haar. Iemand die onvervaard en moedig de strijd aanbond met het machismo op een moment dat dat nog minder evident was dan nu. Maar door een pijnlijke gebeurtenis en opborrelende frustraties, uiteindelijk leidend tot koele wrok, sloeg ze een jammerlijk pad in: dat van de nazi's. Een eremedaille zal ze dan ook nooit krijgen.

De realiteit overtreft dikwijls de fictie. In het geval van Violette Morris, geboren op 18 april 1893, is dat het minste wat je kunt stellen. Al tijdens haar vroege kinderjaren, als een van de zes dochters van een Franse baron en een Palestijnse moeder, blijkt dat Violette een ongebreidelde energie bezit. Sport wordt de uitlaatklep, en dan vooral disciplines waarbij kracht een grote rol spelen: discuswerpen, kogelstoten, speerwerpen. Violette, 1m66 en 68 kg, heeft dubbel zo dikke armen als veel puberjongens en kent geen tegenstand. Nadat ze zich tijdens de Eerste Wereldoorlog heeft ingespannen voor het Rode Kruis, richt ze zich vanaf 1918 voluit op competitiesport. Van 1918 tot 1925 kroont ze zich in elk van die krachtsporten meermaals tot Frans kampioene, Europees kampioene en wereldkampioene. Verschillende wereldrecords komen op haar naam. Ze wordt ook meermaals tot wereldatlete van het jaar uitgeroepen.Ondertussen ontwikkelt ze een liefde voor voetbal. Met Olympique Paris wint ze in 1920 een eerste landstitel bij de vrouwen, dat dat doet ze in 1925 nog eens over met Olympique Red Star en in 1926 met Cadettes de Gascogne. Met die laatste ploeg zal ze in 1927 ook een toernooi in Brugge op haar palmares bijschrijven.Gaandeweg steken echter de eerste frustraties op. In de krachtsporten heeft ze amper tegenstand, het vrouwenvoetbal vindt ze te soft. Violette wil de strijd aangaan met mannen. De topsport als mannenbastion slopen. Ze stort zich op boksen, Grieks-Romeins worstelen, wielrennen en zwemmen. Volgens de overlevering sneuvelen er tal van stoere binken tegen haar in de boksring.De Olympische Spelen van 1928 komen eraan, de eerste waarop vrouwen officieel in competitie treden, maar in plaats van een hoogtepunt wordt dat een turning point in het leven van Violette Morris. Ze krijgt van de Franse sportfederatie geen licentie om deel te nemen. De reden? Het te mannelijke gedrag van Violette Morris. In het openbaar draagt ze lange broeken en mannenkostuums. Geen jurk, zoals de maatschappij het voorschrijft. Ze rookt als een ketter -tot drie pakjes per dag, wordt beweerd-, vloekt dat het geen naam heeft en out zich als lesbienne. Ze was dan wel aanvankelijk getrouwd met een man, maar na negen jaar liep dat huwelijk op de klippen.Morris laat ook haar borsten amputeren, omdat haar boezem haar in de weg zit bij het beoefenen van alweer een nieuwe passie: autoracen. Ze wint onder meer de prestigieuze Parijs-Nice voor racewagens en de Grand Prix van San Sebastian.De goegemeente weet zich geen houding aan te meten tegenover Morris, die met mannen duelleert en hen verslaat in een op en top machowereldje als het autoracen. Maar de weigering om haar te laten deelnemen aan de Spelen van 1928 zorgt voor een mentale knak. Violette Morris gaat zich steeds meer afzetten tegenover de Franse maatschappij, die ze als kleinburgerlijk bestempelt. 'Ooit zal haar decadentie leiden tot slavernij, maar ik, als ik er dan nog ben, zal daar geen deel van uitmaken', stelt ze. Ze ontwikkelt sympathieën voor het Duitse gedachtegoed van de nazi's en die vrijen haar openlijk op. Adolf Hitler nodigt haar bijvoorbeeld als eregast uit voor de Spelen in Berlijn in 1936. Sport verzeilt op de achtergrond en Violette, ondertussen tegen de veertig aan, stelt zich ter beschikking als spion voor de SS. Ze speelt gevoelige informatie door uit de fabrieken die mobiele legereenheden produceren, zoals Citroën. Nadat de Duitsers Parijs bezetten, gaat ze nog een stap verder in haar collaboratie: ze werpt zich op als beul-ondervrager van Franse verzetsstrijders, waarbij ze de gruwelijkheden niet schuwt. Zo zou ze sommige mannen de schedel intrappen voor de ogen van hun echtgenotes en kinderen. Het is haar wraak op het kleinburgerlijke Frankrijk. De waanzin heeft zich in haar hoofd genesteld en ze wordt de meest gehate vrouw in Frankrijk. Voor de geallieerden komt ze hoog op het lijstje van 'most wanted' te staan. Op 24 april 1944 wordt ze vermoord door mitrailleurs wanneer ze met haar pompeuze Citroën Traction Avant - bekend uit gangsterfilms - over een landweg scheurt. Violette Morris had alles om een icoon voor de vrouwensport te worden en te zijn. Een wegbereidster voor vele atletes na haar. Iemand die onvervaard en moedig de strijd aanbond met het machismo op een moment dat dat nog minder evident was dan nu. Maar door een pijnlijke gebeurtenis en opborrelende frustraties, uiteindelijk leidend tot koele wrok, sloeg ze een jammerlijk pad in: dat van de nazi's. Een eremedaille zal ze dan ook nooit krijgen.