82 procent van de jongeren zegt psychisch grensoverschrijdend gedrag te hebben meegemaakt in hun sport. 55 procent heeft fysiek grensoverschrijdend gedrag meegemaakt, en 27 procent seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Dat zijn de resultaten van een recent onderzoek van de Thomas More hogeschool bij 769 jongeren tussen 13 en 21 jaar oud.

Het zeer hoge cijfer bij psychisch geweld valt op. Het gaat om uitsluiten, vernederen, bedreigen, overdreven negatief bekritiseren... Door de trainer, door medesporters of door ouders.

Deze cijfers roepen misschien veel nieuwe vragen op. Hoeveel lichte en zware incidenten schuilen achter die hoge cijfers? Hebben die feiten een blijvende invloed gehad op het sportplezier van deze jongeren? Hoe kan je als sportclub of sportfederatie vat krijgen op de vaak complexe problemen van psychisch geweld?

Terechte vragen, maar het zijn geen redenen om deze cijfers niet ernstig te nemen. Net zoals er geen redenen zijn om een kind dat komt zeggen dat het wordt gepest niet ernstig te nemen.

Hou meisjes en vrouwen in je sportclub!

Er zijn de laatste jaren heel wat maatregelen genomen om grensoverschrijdend gedrag in de sport aan te pakken. Sportfederaties hebben meldpunten ingericht en gedragscodes opgesteld. Sportclubs hebben hun engagement getoond door bijscholingen te volgen en campagnes te ondersteunen. Internationaal en nationaal hebben sporters zich uitgesproken. In Vlaanderen hebben de getuigenissen van VOICE een grote beweging in gang gezet om grensoverschrijdend gedrag in de sport een halt toe te roepen.

Wat kunnen we nog doen? Een beter evenwicht tussen mannen en vrouwen in het trainerskorps en de bestuurskamers kan een haalbaar en efficiënt antwoord zijn op het probleem. Genderevenwicht heeft een positieve invloed op de detectie en de aanpak van grensoverschrijdend gedrag.

Genderevenwicht in sportclubs heeft een positieve invloed op de detectie en de aanpak van grensoverschrijdend gedrag.

Tijdens een hoorzitting in 2017 in de Bijzondere Commissie inzake het Grensoverschrijdend Gedrag in de Sport van het Vlaams Parlement, zei kinderpsychiater Peter Adriaenssens hierover het volgende: "Hoe hoger in de hiërarchie, hoe mannelijker de organisatie wordt. De basis van iedere preventieactie is nochtans een goede genderverdeling."

Het rapport Genderongelijkheid en heteronormativiteit in de sport van het Centrum Ethiek in de Sport stelde vorig jaar vast dat de Vlaamse sportsector op vlak van gender gekenmerkt wordt door onevenredige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in leiderschapsposities en besluitvorming, ongelijke participatie in sportactiviteiten en onevenredige vertegenwoordiging in coaching en lesgeven. Vlaanderen staat daarin zeker niet alleen. Cijfers van het Europese project All-In Towards Gender Balance in Sport tonen hetzelfde aan in alle 18 deelnemende landen.

Er bestaat een onderbelichte en complexe, maar veelbelovende associatie tussen gendergelijkheid en de preventie van grensoverschrijdend gedrag. Complex in de zin dat meer vrouwelijke bestuurders of trainers niet automatisch betekent dat er minder misbruik voorkomt. Veelbelovend in de zin dat de voedingsbodem voor een positieve aanpak snel groter wordt.

Dat blijkt zowel in de sport als daarbuiten. Gendergelijke organisaties hebben meer (bestuurlijke) aandacht voor grensoverschrijdend gedrag en misbruik, zetten sterker in op bewustzijn en preventie, en werken meer samen met organisaties uit de gezondheidssector.

Als ze kinderen krijgen, geven vrouwen hun hobby's of engagementen als sporter, bestuurder of trainer vaak op. Zo verdwijnen veel geëngageerde vrouwen uit de sport.

Op het sportveld zorgen vrouwelijke trainers vaak voor een andere groepsdynamiek en attitudes, vangen ze bepaalde signalen sneller op dan hun mannelijke collega's of kunnen ze aanspreekbaarder zijn voor sporters en hun ouders als het om persoonlijke aangelegenheden gaat...

De huidige initiatieven en beleidsmaatregelen voor het bestrijden van grensoverschrijdend gedrag, zoals educatie, gedragscodes, meldpunten... blijven heel belangrijk. Maar door in te zetten op gendergelijk leiderschap, coaching en participatie in sportorganisaties, worden deze initiatieven op lange termijn versterkt.

Een professionele organisatie kan daar via het beleidsplan en doordachte rekrutering naar streven. Maar in een doorsnee Vlaamse sportclub zijn trainers en bestuurders vrijwilligers, en het is voor een sportclub nooit evident voldoende vrijwilligers te vinden.

Het blijkt dat mannen meer vrije tijd vinden dan vrouwen, of die vrije tijd toch anders invullen. Als ze kinderen krijgen, geven vrouwen hun hobby's of engagementen als sporter, bestuurder of trainer vaak op. Zo verdwijnen veel geëngageerde vrouwen uit de sport. Bij mannen is deze drop-out veel minder groot. En de spoeling is vaak al dun, want ook rond de puberteit gebeurt al een grote schifting. Dan is de drop-out algemeen zeer groot, maar bij meisjes veel groter dan bij jongens.

Dus wil je als kleine sportclub een grote stap zetten in een complex probleem als fysiek, psychisch en seksueel grensoverschrijdend gedrag? Zorg dan dat je de meisjes en vrouwen in je club houdt.

82 procent van de jongeren zegt psychisch grensoverschrijdend gedrag te hebben meegemaakt in hun sport. 55 procent heeft fysiek grensoverschrijdend gedrag meegemaakt, en 27 procent seksueel grensoverschrijdend gedrag. Dat zijn de resultaten van een recent onderzoek van de Thomas More hogeschool bij 769 jongeren tussen 13 en 21 jaar oud.Het zeer hoge cijfer bij psychisch geweld valt op. Het gaat om uitsluiten, vernederen, bedreigen, overdreven negatief bekritiseren... Door de trainer, door medesporters of door ouders. Deze cijfers roepen misschien veel nieuwe vragen op. Hoeveel lichte en zware incidenten schuilen achter die hoge cijfers? Hebben die feiten een blijvende invloed gehad op het sportplezier van deze jongeren? Hoe kan je als sportclub of sportfederatie vat krijgen op de vaak complexe problemen van psychisch geweld?Terechte vragen, maar het zijn geen redenen om deze cijfers niet ernstig te nemen. Net zoals er geen redenen zijn om een kind dat komt zeggen dat het wordt gepest niet ernstig te nemen.Er zijn de laatste jaren heel wat maatregelen genomen om grensoverschrijdend gedrag in de sport aan te pakken. Sportfederaties hebben meldpunten ingericht en gedragscodes opgesteld. Sportclubs hebben hun engagement getoond door bijscholingen te volgen en campagnes te ondersteunen. Internationaal en nationaal hebben sporters zich uitgesproken. In Vlaanderen hebben de getuigenissen van VOICE een grote beweging in gang gezet om grensoverschrijdend gedrag in de sport een halt toe te roepen.Wat kunnen we nog doen? Een beter evenwicht tussen mannen en vrouwen in het trainerskorps en de bestuurskamers kan een haalbaar en efficiënt antwoord zijn op het probleem. Genderevenwicht heeft een positieve invloed op de detectie en de aanpak van grensoverschrijdend gedrag. Tijdens een hoorzitting in 2017 in de Bijzondere Commissie inzake het Grensoverschrijdend Gedrag in de Sport van het Vlaams Parlement, zei kinderpsychiater Peter Adriaenssens hierover het volgende: "Hoe hoger in de hiërarchie, hoe mannelijker de organisatie wordt. De basis van iedere preventieactie is nochtans een goede genderverdeling." Het rapport Genderongelijkheid en heteronormativiteit in de sport van het Centrum Ethiek in de Sport stelde vorig jaar vast dat de Vlaamse sportsector op vlak van gender gekenmerkt wordt door onevenredige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in leiderschapsposities en besluitvorming, ongelijke participatie in sportactiviteiten en onevenredige vertegenwoordiging in coaching en lesgeven. Vlaanderen staat daarin zeker niet alleen. Cijfers van het Europese project All-In Towards Gender Balance in Sport tonen hetzelfde aan in alle 18 deelnemende landen.Er bestaat een onderbelichte en complexe, maar veelbelovende associatie tussen gendergelijkheid en de preventie van grensoverschrijdend gedrag. Complex in de zin dat meer vrouwelijke bestuurders of trainers niet automatisch betekent dat er minder misbruik voorkomt. Veelbelovend in de zin dat de voedingsbodem voor een positieve aanpak snel groter wordt. Dat blijkt zowel in de sport als daarbuiten. Gendergelijke organisaties hebben meer (bestuurlijke) aandacht voor grensoverschrijdend gedrag en misbruik, zetten sterker in op bewustzijn en preventie, en werken meer samen met organisaties uit de gezondheidssector.Op het sportveld zorgen vrouwelijke trainers vaak voor een andere groepsdynamiek en attitudes, vangen ze bepaalde signalen sneller op dan hun mannelijke collega's of kunnen ze aanspreekbaarder zijn voor sporters en hun ouders als het om persoonlijke aangelegenheden gaat...De huidige initiatieven en beleidsmaatregelen voor het bestrijden van grensoverschrijdend gedrag, zoals educatie, gedragscodes, meldpunten... blijven heel belangrijk. Maar door in te zetten op gendergelijk leiderschap, coaching en participatie in sportorganisaties, worden deze initiatieven op lange termijn versterkt.Een professionele organisatie kan daar via het beleidsplan en doordachte rekrutering naar streven. Maar in een doorsnee Vlaamse sportclub zijn trainers en bestuurders vrijwilligers, en het is voor een sportclub nooit evident voldoende vrijwilligers te vinden. Het blijkt dat mannen meer vrije tijd vinden dan vrouwen, of die vrije tijd toch anders invullen. Als ze kinderen krijgen, geven vrouwen hun hobby's of engagementen als sporter, bestuurder of trainer vaak op. Zo verdwijnen veel geëngageerde vrouwen uit de sport. Bij mannen is deze drop-out veel minder groot. En de spoeling is vaak al dun, want ook rond de puberteit gebeurt al een grote schifting. Dan is de drop-out algemeen zeer groot, maar bij meisjes veel groter dan bij jongens.Dus wil je als kleine sportclub een grote stap zetten in een complex probleem als fysiek, psychisch en seksueel grensoverschrijdend gedrag? Zorg dan dat je de meisjes en vrouwen in je club houdt.