Meer spankracht, dat is waar het de Ligaclubs om te doen was toen ze voor dit seizoen unaniem een nieuwe competitieformule goedkeurden. Na de reguliere competitie - en nu even opletten, want het klinkt ingewikkeld - speelden de nummers 3 tot 6 in de Play Off Champions Kwalificatie voor een plaats in de Champions Final Four, de nummers 7 tot 10 voor een plaats in de zogenaamde Play Off Challenge. In die Play Off Challenge zullen uiteindelijk vier ploegen, waaronder de twee afvallers van de Play Off Champions Kwalificatie, strijden voor het vijfde en laatste Europese ticket. In de Champions Final Four werken vanaf dit weekend de beste vier ploegen van het land: Greenyard Maaseik, Knack Roeselare (beide de afgelopen twee weken vrij in België omdat ze de reguliere competitie afsloten als top twee), Lindemans Aalst en Par-ky Menen (de twee winnaars van Play Off Champions Kwalificatie) een minicompetitie af. Waarna de twee finalisten in een best of five uitmaken wie de landstitel pakt.

Dit Roeselare bewees dat het altijd klaar is om te pieken op de juiste momenten.

Kris Eyckmans

Drie vaststellingen

Nu u het bovenstaande enkele keren gelezen en hopelijk uiteindelijk ook begrepen hebt, kunnen we, met de deskundige hulp van assistent-bondscoach en tevens coach van BDO Haasrode Leuven Kris Eyckmans, vooruitblikken op de komende, beslissende weken. Maar om het over de toekomst te hebben, moet je het verleden kennen. Daarom legden we Eyckmans eerst drie vaststellingen na de reguliere competitie voor.

Eén: waar Roeselare en Maaseik de voorbije jaren veel roteerden in de aanloop naar de play-offfinale, gebeurde dat ditmaal veel minder. 'Dat is inderdaad opvallend', bevestigt Eyckmans. 'Er werd bij de twee finalisten van de afgelopen drie seizoenen veel minder gewisseld, ze kozen voor een bijna vaste startopstelling. De aanleiding daarvoor zou de veranderde competitieformule kunnen zijn, waarbij de nummers één en twee een pauze van ruim twee weken kregen. In een erg druk programma met ook nog Champions Leaguewedstrijden was die rustperiode ongetwijfeld welkom voor Roeselare en Maaseik.'

Twee: achter de top vier lag het erg dicht bij elkaar. 'Nieuwkomer Achel deed het heel goed. Dé revelatie, zullen mensen misschien opwerpen, maar wie het Belgische volleybal volgt, weet dat ze al drie jaar de beste waren in Liga B en over een spelerskern beschikken met veel lef en ervaring. Gent evenaarde nagenoeg het niveau van zijn successeizoen met Wouter ter Maat als hoofdaanvaller, maar op Guibertin na maakten ook de andere ploegen lange tijd aanspraak op een topzesplaats. Waremme verloor van half december tot half februari amper een wedstrijd, het klopte zowel Maaseik als Aalst in die periode. Zoersel speelt het beste seizoen sinds ze in Liga A zitten en wij ( Haasrode Leuven, nvdr) volleybalden ook niet minder dan in de vorige campagne. Voor ons was het iets te vaak een verhaal van net niet.'

Drie: financieel blijft het voor een aantal clubs moeilijk om het hoofd boven water te houden. Amigos Van Pelt Zoersel kondigde begin deze maand aan dat het zich na de competitie terugtrekt uit het betaalde volleybal, terwijl bij Par-ky Menen mecenas Pierre Vandeputte het voor bekeken houdt als voorzitter en met hem ook geldschieter Galloo, waarvan Vandeputte gedelegeerd bestuurder is, verdwijnt. 'Er wordt een aantal regels, ook financiële, opgelegd aan de Liga A-clubs. Die zijn op zich terecht. Het is alleen heel jammer dat een sponsor, zoals bij Zoersel, in het midden van een overeenkomst voor meerdere jaren de deal afblaast. Daar sta je als club en als Liga machteloos tegenover.'

Drie kanshebbers

Bij Menen ging het, zo beweren kwatongen, om een persoonlijke én politiek geïnspireerde beslissing. Vandeputtes partner ( Martine Fournier, CD&V) was burgemeester maar werd na de gemeenteraadsverkiezingen in oktober buitenspel gezet, ondanks een overwinning voor haar partij en een massaal aantal voorkeurstemmen. Hoewel ze bij Galloo beweren dat het om een beslissing gaat van het hele directiecomité, is het alleszins opmerkelijk dat heel wat organisaties in Menen de weken en maanden na de verkiezingen te horen kregen dat ze niet meer moesten rekenen op financiële steun.

Wat er ook van zij, Par-ky Menen mag zich opmaken voor de Final Four, maar voor de West-Vlamingen zal daarin niet meer dan een rol als scherprechter weggelegd zijn. 'Dat is een heel leuke rol om in te zitten', zegt Eyckmans. 'Menen heeft op zich niets te verliezen. In hun specifieke zaal met die specifieke sfeer drie punten pakken, zal sowieso voor geen van de andere teams een sinecure zijn.'

Dat we daarom voor de twintigste keer en voor de vierde keer op rij een finale krijgen tussen Roeselare en Maaseik is geen evidentie, zo bleek al in de reguliere competitie waarin Lindemans Aalst thuis Maaseik met 3-0 versloeg en Roeselare tot een vijfsetter (met 13-15 in de tiebreak) dwong. 'Aalst heeft absoluut meer mogelijkheden dan de voorbije jaren,' zag Eyckmans, 'met onder anderen Firlej aan de pass en Gustavsson als opposite. Ze hebben het potentieel in huis om de finale te spelen.'

Dat potentieel kwam er echter niet uit in de bekerfinale, waarin Aalst na de eerste set volledig wegzakte. 'Naar de reden daarvoor heb ik ook het gissen. Als je de drie ploegen naast elkaar legt, dan heeft Aalst het grootste aantal nieuwkomers, zeker in de basisopstelling. Dat zou een verklaring kunnen zijn. Roeselare teert al jaren op continuïteit. Hoe langer ze met elkaar volleyballen, hoe beter spelers op elkaar ingespeeld geraken. Dit Roeselare bewees bovendien dat het altijd klaar is om te pieken op de juiste momenten.'

Daarmee wil Eyckmans niet gezegd hebben dat hij Knack als een zekere finalist beschouwt. 'Op de tweede speelronde moesten we naar Maaseik en toen al was ik zwaar onder de indruk van dat team. Ze bliezen ons werkelijk van het veld. Ze hebben ook de wapens om hun titel te verlengen. En als Aalst een lijn vindt in een spel dat soms - maar dat is eigenlijk te oneerbiedig - een beetje wisselvalligheid vertoonde, dan kan ook die ploeg de minicompetitie met de top vier winnen. Kortom, ik kan echt niet voorspellen welke twee ploegen de finale zullen bereiken. Dat vind ik interessant voor het Belgische volleybal.'

Meer spankracht, dat is waar het de Ligaclubs om te doen was toen ze voor dit seizoen unaniem een nieuwe competitieformule goedkeurden. Na de reguliere competitie - en nu even opletten, want het klinkt ingewikkeld - speelden de nummers 3 tot 6 in de Play Off Champions Kwalificatie voor een plaats in de Champions Final Four, de nummers 7 tot 10 voor een plaats in de zogenaamde Play Off Challenge. In die Play Off Challenge zullen uiteindelijk vier ploegen, waaronder de twee afvallers van de Play Off Champions Kwalificatie, strijden voor het vijfde en laatste Europese ticket. In de Champions Final Four werken vanaf dit weekend de beste vier ploegen van het land: Greenyard Maaseik, Knack Roeselare (beide de afgelopen twee weken vrij in België omdat ze de reguliere competitie afsloten als top twee), Lindemans Aalst en Par-ky Menen (de twee winnaars van Play Off Champions Kwalificatie) een minicompetitie af. Waarna de twee finalisten in een best of five uitmaken wie de landstitel pakt. Nu u het bovenstaande enkele keren gelezen en hopelijk uiteindelijk ook begrepen hebt, kunnen we, met de deskundige hulp van assistent-bondscoach en tevens coach van BDO Haasrode Leuven Kris Eyckmans, vooruitblikken op de komende, beslissende weken. Maar om het over de toekomst te hebben, moet je het verleden kennen. Daarom legden we Eyckmans eerst drie vaststellingen na de reguliere competitie voor. Eén: waar Roeselare en Maaseik de voorbije jaren veel roteerden in de aanloop naar de play-offfinale, gebeurde dat ditmaal veel minder. 'Dat is inderdaad opvallend', bevestigt Eyckmans. 'Er werd bij de twee finalisten van de afgelopen drie seizoenen veel minder gewisseld, ze kozen voor een bijna vaste startopstelling. De aanleiding daarvoor zou de veranderde competitieformule kunnen zijn, waarbij de nummers één en twee een pauze van ruim twee weken kregen. In een erg druk programma met ook nog Champions Leaguewedstrijden was die rustperiode ongetwijfeld welkom voor Roeselare en Maaseik.' Twee: achter de top vier lag het erg dicht bij elkaar. 'Nieuwkomer Achel deed het heel goed. Dé revelatie, zullen mensen misschien opwerpen, maar wie het Belgische volleybal volgt, weet dat ze al drie jaar de beste waren in Liga B en over een spelerskern beschikken met veel lef en ervaring. Gent evenaarde nagenoeg het niveau van zijn successeizoen met Wouter ter Maat als hoofdaanvaller, maar op Guibertin na maakten ook de andere ploegen lange tijd aanspraak op een topzesplaats. Waremme verloor van half december tot half februari amper een wedstrijd, het klopte zowel Maaseik als Aalst in die periode. Zoersel speelt het beste seizoen sinds ze in Liga A zitten en wij ( Haasrode Leuven, nvdr) volleybalden ook niet minder dan in de vorige campagne. Voor ons was het iets te vaak een verhaal van net niet.' Drie: financieel blijft het voor een aantal clubs moeilijk om het hoofd boven water te houden. Amigos Van Pelt Zoersel kondigde begin deze maand aan dat het zich na de competitie terugtrekt uit het betaalde volleybal, terwijl bij Par-ky Menen mecenas Pierre Vandeputte het voor bekeken houdt als voorzitter en met hem ook geldschieter Galloo, waarvan Vandeputte gedelegeerd bestuurder is, verdwijnt. 'Er wordt een aantal regels, ook financiële, opgelegd aan de Liga A-clubs. Die zijn op zich terecht. Het is alleen heel jammer dat een sponsor, zoals bij Zoersel, in het midden van een overeenkomst voor meerdere jaren de deal afblaast. Daar sta je als club en als Liga machteloos tegenover.' Bij Menen ging het, zo beweren kwatongen, om een persoonlijke én politiek geïnspireerde beslissing. Vandeputtes partner ( Martine Fournier, CD&V) was burgemeester maar werd na de gemeenteraadsverkiezingen in oktober buitenspel gezet, ondanks een overwinning voor haar partij en een massaal aantal voorkeurstemmen. Hoewel ze bij Galloo beweren dat het om een beslissing gaat van het hele directiecomité, is het alleszins opmerkelijk dat heel wat organisaties in Menen de weken en maanden na de verkiezingen te horen kregen dat ze niet meer moesten rekenen op financiële steun. Wat er ook van zij, Par-ky Menen mag zich opmaken voor de Final Four, maar voor de West-Vlamingen zal daarin niet meer dan een rol als scherprechter weggelegd zijn. 'Dat is een heel leuke rol om in te zitten', zegt Eyckmans. 'Menen heeft op zich niets te verliezen. In hun specifieke zaal met die specifieke sfeer drie punten pakken, zal sowieso voor geen van de andere teams een sinecure zijn.' Dat we daarom voor de twintigste keer en voor de vierde keer op rij een finale krijgen tussen Roeselare en Maaseik is geen evidentie, zo bleek al in de reguliere competitie waarin Lindemans Aalst thuis Maaseik met 3-0 versloeg en Roeselare tot een vijfsetter (met 13-15 in de tiebreak) dwong. 'Aalst heeft absoluut meer mogelijkheden dan de voorbije jaren,' zag Eyckmans, 'met onder anderen Firlej aan de pass en Gustavsson als opposite. Ze hebben het potentieel in huis om de finale te spelen.' Dat potentieel kwam er echter niet uit in de bekerfinale, waarin Aalst na de eerste set volledig wegzakte. 'Naar de reden daarvoor heb ik ook het gissen. Als je de drie ploegen naast elkaar legt, dan heeft Aalst het grootste aantal nieuwkomers, zeker in de basisopstelling. Dat zou een verklaring kunnen zijn. Roeselare teert al jaren op continuïteit. Hoe langer ze met elkaar volleyballen, hoe beter spelers op elkaar ingespeeld geraken. Dit Roeselare bewees bovendien dat het altijd klaar is om te pieken op de juiste momenten.' Daarmee wil Eyckmans niet gezegd hebben dat hij Knack als een zekere finalist beschouwt. 'Op de tweede speelronde moesten we naar Maaseik en toen al was ik zwaar onder de indruk van dat team. Ze bliezen ons werkelijk van het veld. Ze hebben ook de wapens om hun titel te verlengen. En als Aalst een lijn vindt in een spel dat soms - maar dat is eigenlijk te oneerbiedig - een beetje wisselvalligheid vertoonde, dan kan ook die ploeg de minicompetitie met de top vier winnen. Kortom, ik kan echt niet voorspellen welke twee ploegen de finale zullen bereiken. Dat vind ik interessant voor het Belgische volleybal.'