Openingsscène - Gent, 1998. Ismaïl en zijn goede vriend Morad worden geweigerd aan de deur van een discotheek. Een jonge vrouw, Sylvie, neemt het voor hen op, maar de discussie tussen portier en de twee vrienden ontaardt in een vechtpartij. Het is het begin van de romance tussen Ismaïl en Sylvie, maar ook het begin van een criminele levenswandel.
...

Openingsscène - Gent, 1998. Ismaïl en zijn goede vriend Morad worden geweigerd aan de deur van een discotheek. Een jonge vrouw, Sylvie, neemt het voor hen op, maar de discussie tussen portier en de twee vrienden ontaardt in een vechtpartij. Het is het begin van de romance tussen Ismaïl en Sylvie, maar ook het begin van een criminele levenswandel. Ismaïl Abdoul: 'Als profbokser kun je niet leven van je sport, de realiteit is zelfs dat je geld moet vinden om belangrijke wedstrijden te kunnen kampen. Ik leerde het nachtleven kennen en besefte dat ik daar goed kon verdienen als portier, met als voordeel dat ik tijdens de week kon blijven trainen. Ik kreeg soms 5000 Belgische frank ( 125 euro, nvdr) per avond. Mooi, maar toen ik aan de deur stond als portier merkte ik dat er veel jonge gasten nog veel meer verdienden door drugs te verkopen. Minder werken, meer verdienen. Bij mezelf dacht ik: zie mij hier staan als Belgisch kampioen boksen... ik ben verblind geweest door het geld. 'Daarbij kwam dat ik in die periode beticht werd van een overval op een casino waar ik als portier werkte, terwijl ik daar - eerlijk waar - niets mee te maken had. Ik heb vier maanden in voorarrest gezeten voor die zaak. Achteraf werd ik vrijgesproken, maar het kwaad was geschied. Ik kwam in de gevangenis in aanraking met louche figuren, zij reikten mij de hand, terwijl ik voor de buitenwereld toch al de stempel kreeg van crimineel. Dan kan ik er maar beter in mee gaan, redeneerde ik. Ik faciliteerde drugstransacties en soms ging ik met een buit lopen, ze konden mij toch niets maken. Naar de politie zouden die gasten niet gaan, hè. Mijn probleem was dat ik nooit bang was. Ik was 'Cool Abdoul'... niets kon mij gebeuren. Ook toen ik die kogels in mijn onderbuik kreeg ( in 1999 werd Abdoul door een misnoegde klant beschoten toen hij aan het portier stond, nvdr) of betrokken geraakte in zware vechtpartijen; dat deed mij allemaal niets. De agenten die mij verhoorden, konden meestal niet vatten dat ik altijd zo rustig bleef. Alleen van mijn vader was ik bang. Dat zie je ook in de film: wanneer hij me een klets geeft, kijk ik braaf naar beneden. Zo was het echt. Tegelijkertijd was mijn vader mijn held. Hij werkte hard om zijn gezin te onderhouden en was geliefd door iedereen. Hij had zelf een boksverleden, hij heeft nog gespard met Freddy De Kerpel, wist dat er een rauw kantje aan vasthing en dat er weinig geld mee te verdienen viel, dus wilde hij niet dat ik zou boksen. Ik heb dat vervolgens twee jaar verzwegen voor hem. 'Als portier zat ik vaak tussen twee vuren. Het verhaal van discotheek Extreme is daar een goed voorbeeld van. Wat je in de film ziet, gebeurde echt: samen met mijn vriendengroepje van de Brugse Poort ging ik daar de boel bijeen slaan om een week later mezelf aan te bieden als portier. Dat plan lukte. Maar de baas van die discotheek verbood me om iemand van vreemde origine binnen te laten. Ik moest kiezen tussen mijn vrienden of het geld... en ik koos voor het geld. Mijn vrienden hebben me toen de rug toegekeerd, ik was een grote lafaard. Maar ook daar weer: ik was nooit bang. Willen ze oorlog? Kom maar af. Later, toen ik me opgewerkt had in die wereld heb ik mijn vrienden wel werk bezorgd, bijvoorbeeld bij de Bocaccio.' Scène 2 - Ismaïl kroont zich in 1998 tot Belgisch kampioen, hij is dan amper 22 jaar. Maar het criminele leven is te aanlokkelijk. Ronny, de bokstrainer en mentor van Ismaïl, geeft hem een donderpreek in de trainingszaal. Hij zet zijn poulain voor het blok: serieus trainen en voor een Europese titel gaan of verder het criminele pad bewandelen en afglijden als profbokser. Ismaïl Abdoul: 'Toen ik die scène terugzag, herbeleefde ik dat intense moment. Ik kreeg kippenvel. Ronny zag hoe ik naar de verkeerde kant evolueerde. Daarom gaf hij me die emotionele preek tijdens een training. Weet je, al die show en cinema, dat was een personage dat ik creëerde om afstand te houden van de mensen. Alleen bij mijn familie, mijn vrouw en Ronny was ik mezelf. 'Als tiener was ik een dik, onzeker manneke. Een krapulleke. Thuis ging het slecht, school interesseerde mij niet, ik hing veel op straat rond... een echt probleemkind. Mijn ouders wilden me naar Mauritanië ( het geboorteland van zijn vader,nvdr) sturen om mij daar te laten opvoeden door mijn nonkels. Maar toen kwam een vriendje aandraven met het idee eens te gaan boksen. Dat was bij Ronny, nog in de oude hal aan de Ferrerlaan. Toen ik die bokszaal binnenstapte was ik meteen verliefd. De posters van Muhammad Ali, Mike Tyson, Rocky, de geur, de geluiden... Ik voelde me meteen thuis. 'Aha, onze nieuwe Muhammad Ali is daar!', was het eerste dat Ronny zei. Ik wist niet wat er gebeurde: die mens kende mij niet en gaf me direct een compliment. Door die positieve woorden had hij mij meteen geraakt. Ik ben als een zot beginnen trainen, ik viel af en werd gespierder, waardoor ook mijn zelfrespect toenam. In die beginperiode heb ik nochtans ook veel slaag gekregen in de ring, maar beetje bij beetje werd ik sterker en leerde ik bij. Eens je een slag in je lever hebt gekregen weet je wat dat is en overkomt je dat geen tweede keer. De volgende keer deel je zelf dat soort slag uit. Op mijn zestiende bokste ik mijn eerste kamp, op mijn achttiende was ik een gerespecteerde amateur, niemand wilde nog tegen mij boksen. 'In 1996 was er sprake dat ik als amateur naar de Olympische Spelen in Atlanta zou gaan, maar finaal was daar onvoldoende budget voor vanwege het BOIC. Ze vroegen me te wachten met het profstatuut tot de Spelen van 2000 in Sydney, maar Ronny raadde me dat af. Wat zou ik in die vier jaar nog moeten doen? Op 20 jaar werd ik dus prof, wat heel jong is in het boksen. Maar ik was meteen gelanceerd, op mijn 22e was ik al Belgisch kampioen. 'Een cruciaal moment in mijn carrière was mijn eerste kamp in het buitenland, in 2002 om de Europese titel bij de cruisergewichten, tegen de Pool Krzysztof Wlodarczyk. Ze hebben in de twaalfde ronde de kamp stilgelegd omdat ik even neer was gegaan. Ze gaven me geen acht seconden om te herstellen, zoals voorgeschreven. Onbegrijpelijk. Het was duidelijk dat ik daar niet mocht winnen. Achteraf is die gast nog wereldkampioen geworden en heeft hij een grote internationale carrière gemaakt. Dat had ik dus ook kunnen zijn, want op het moment dat ze de kamp stillegden was ik aan het winnen op punten. Die ervaring heeft me een tijdje in de put geduwd. Zo ben ik in mijn carrière toch enkele keren bestolen, gewoon omdat België als boksland te weinig voorstelde. Dat ik het niveau had om hoger te mikken, kan ik bewijzen door mijn sterke prestaties tegen de wereldkampioenen, mannen als David Haye en Murat Gassiev, die mij enkel op punten konden verslaan.' Ismaïl geeft vlak voor zijn belangrijke kamp om de Europese titel zijn gsm aan Sylvie en vraagt haar die te overhandigen aan de rechercheur die hem al jaren op de hielen zit. Daarmee beslist de bokskampioen om zich aan te geven bij het gerecht. Sylvie is kwaad dat hij haar die verantwoordelijkheid opdringt. Scène 3 - Ismaïl Abdoul: 'Die scene is gefictionaliseerd, want ik heb me nooit zelf aangegeven bij de politie. De eerste keer dat ze me oppakten, was door de groep-Diane ( speciale eenheid van de Belgische rijkswacht, nvdr), met zakken over onze hoofden werden mijn compagnon Erwin Vermaerke en ik weggevoerd. In 2003 werd ik nogmaals opgepakt samen met Charlotte ( de echte naam van zijn echtgenote, in de film heet ze Sylvie, nvdr), ze werd mee beticht van bendevorming. Terwijl zij daar niets van wist. Ik stak alles voor haar weg, net om haar buiten schot te houden voor de politie. Zij dacht dat ik mijn geld enkel verdiende als portier en profbokser. Charlotte heeft me toen flink op mijn nummer gezet. Ze noemde me een hypocriet omdat ik al die verkeerde dingen uitstak, maar wel met mijn geloof dweepte. Het deed me beseffen: waar ben ik mee bezig? Sindsdien bid ik vijf keer per dag, zonder ooit een dag over te slaan. Dankzij mijn vrouw ben ik terug dichter bij mijn geloof gekomen en een beter mens geworden. Naar mijn omgeving én mezelf toe. Mijn vrouw heeft alles meegemaakt, al 23 jaar lang staat ze aan mijn zijde, ze is mijn steunpilaar. Terwijl ze op de koop toe zelf uit een politiefamilie komt, haar vader was zelfs rechercheur. Dat we ondanks alles nog samen zijn, is zo ongelooflijk schoon. 'Na mijn vrijlating ( in 2007 werd Abdoul veroordeeld tot 3,5 jaar cel, nvdr) tien jaar geleden combineer ik een job in de bouw - waar ik opklom tot ploegbaas - met occasioneel nog nachtwerk. Onthaalmanager heet dat nu officieel. Die combinatie moest wel om mijn schulden aan de staat te kunnen afbetalen. Tegelijkertijd is het voor mij een goede test om te zien of ik echt veranderd ben, want de verleiding is er nog steeds: gasten die ik ken van vroeger bieden me easy money voor een klus. Daarop zeg ik nu: dat heb ik vroeger geprobeerd en ik heb er tien jaar voor moeten afbetalen. Ik ben uit die vicieuze cirkel gebroken. God heeft me een tweede kans gegeven, die mag ik niet verknallen. Want dat kan ik wel zeggen: het nachtleven is een duivels leven. Ik heb deftige zakenlui zien zwemmen op kasseien omdat ze dachten dat ze in een zwembad lagen. Zelf heb ik nooit alcohol gedronken of drugs gebruikt, ik wilde te allen tijde controle behouden. Eigenlijk maakt het dat nog erger: ik heb niet eens het excuus dat ik buiten mezelf was door drugs of alcohol. Alles gebeurde bewust. Als bokser was ik heel gefocust en buiten de ring altijd op mijn hoede: ik had veel vijanden en kreeg de politie achter mij. Ik moest heel de tijd achterom kijken. Heel vermoeiend. Ik ben blij dat ik daar vanaf ben.'Scène 4 - Ismaïl wint zijn kamp om de Europese titel bij de cruisergewichten tegen Christophe Dettinger. Meteen erna wordt hij opgepakt. De finale scène van de film. Daarna leren we in de aftiteling dat hij enkele jaren achter de tralies verdween, maar zijn comeback kon maken, in 2012 nog een Europese titel pakte en in 2016 zijn laatste kamp vocht tegen Janne Forsman, waarna hij in de ring op zijn knieën ging en zijn vriendin ten huwelijk vroeg.Ismaïl Abdoul: 'Voor de film werd het scenario beperkt tot een korte periode in mijn carrière. Wel de hevigste, maar een aantal zaken werden chronologisch wat bijeen gestoken. Zo overleed mijn vader pas in 2015 en niet in 1999, zoals in de film, maar we verwerkten het in het scenario omdat het wel een gebeurtenis met veel impact was. Er is nog heel wat gebeurd tussen 2003, waar de film eindigt, en mijn definitieve afscheid in 2016. Ik heb ook twee jaar in de gevangenis in Merksplas gezeten, alleen al daarover kan ik een boek schrijven. Ik ben vervroegd vrijgekomen door goed gedrag, maar heb dan nog een tijdje rondgelopen en zelfs gebokst met een enkelband. Misschien is dat materiaal voor een vervolgfilm, zoals in Rocky, verdeeld over meerdere episodes. ( lacht) 'Mijn moeder en mijn zussen willen de film niet zien. Omdat het te veel dingen oprakelt, vermoed ik. Zij zullen door deze release ook weer aangesproken worden op mijn reputatie. Maar ik sta volledig achter de boodschap van de film: iedereen kan veranderen. Mijn zonen zijn acht en tien jaar, ze weten ondertussen dat hun papa in de gevangenis heeft gezeten. Ik heb hen dat verteld omdat deze film er aankwam. Met mijn verhaal wil ik hen ook duidelijk maken dat niet alle mensen die in de gevangenis zitten of gezeten hebben slechte mensen zijn. Ik heb natuurlijk dingen mispeuterd, maar dat wil niet zeggen dat ik vanbinnen een slechte mens ben. Ik heb mijn straf ook uitgezeten en heel veel boetes moeten betalen. Hoe vaak heb ik tegen mijn kinderen niet moeten zeggen: 'Papa kan dat niet betalen.' Het wordt wel afwachten wat de reacties zullen zijn op de film, ook naar hen toe. In de boksring zie je mij niet meer. God heeft me lang genoeg beschermd. Ik ben gestopt op 99 kampen, die 100e zal er nooit meer komen, want dat wordt misschien die ene kamp te veel. Ik heb mijn carrière kunnen afsluiten zoals ik wilde: onder grote belangstelling, in eigen stad en door mijn vrouw vlak nadien ten huwelijk te vragen in de ring. 'Ik geef wel geregeld bokstraining voor de vzw Touché, waar ik nu al tien jaar jongeren met agressieproblemen help opvangen. Die jongeren kijken naar mij op en ik luister naar hun verhalen. Doordat ze mij als een van hen zien, krijg ik meer toegang dan iemand die daar in kostuum voor hun neus zit. Ik leer die gasten dat al dat gangstergedoe, dat gedweep met Tupac Shakur en gouden ringen, ook een schuldstraf met zich meebrengt. De realiteit is anders dan het thug life in rapsongs of films. Ik heb een neef die al achttien jaar in de gevangenis zit: wat voor leven is dat?! Een van mijn vroegere vrienden - hij zit al sinds 1999 vast - heeft me onlangs gebeld vanuit een psychiatrische instelling: hij had mij gehoord op de radio en bedankte me voor mijn verhaal, hij moest wenen en realiseerde zich dat hij zijn leven nog kon veranderen... Weet je, ik heb al mijn gouden ringen ingeruild voor één belangrijke ring: mijn trouwring. Ik heb nog wel mijn Rolex en mijn zware ketting, die zal ik aandoen voor de première van de film. Om te tonen, aan vrienden en vijanden: ik ben er nog. Dat is misschien die fightingspirit die weer even komt piepen.'