Vorige woensdag verwees de Noorse tabloid VG's Sport op zijn frontpagina terug naar de Spelen van Calgary in 1988, toen de Noorse wintersporters slechts vijf medailles wonnen - zelfs geen enkele keer goud. Wat een contrast met Pyeongchang 2018: in totaal 39 plakken, (een verbetering van het alltimerecord van de VS (37) in 2010), waarvan 14 maal goud, 14 keer zilver en 11 keer brons. En dat voor een land van slechts 5,2 miljoen inwoners, een plak per 133.333 inwoners dus.
...

Vorige woensdag verwees de Noorse tabloid VG's Sport op zijn frontpagina terug naar de Spelen van Calgary in 1988, toen de Noorse wintersporters slechts vijf medailles wonnen - zelfs geen enkele keer goud. Wat een contrast met Pyeongchang 2018: in totaal 39 plakken, (een verbetering van het alltimerecord van de VS (37) in 2010), waarvan 14 maal goud, 14 keer zilver en 11 keer brons. En dat voor een land van slechts 5,2 miljoen inwoners, een plak per 133.333 inwoners dus. Ter vergelijking: Duitsland (82 miljoen inwoners), eindigde als tweede in de medaillespiegel met 14 keer goud en in totaal 31 plakken, een per 2,64 miljoen inwoners. Het succesrecept? Na het debacle van Calgary werd met het oog op de Winterspelen van Lillehammer (1994) Olympiatoppen opgericht, een topsportbedrijf met hoofdkantoor in Oslo en intussen acht regionale afdelingen. Daar wordt kennis van coaches en wetenschappers samengebracht, een kruisbestuiving over alle winter- en zomersporten heen. Met direct rendement: in 1992 in Albertville behaalden de Noren al 20 medailles (9 keer goud), in eigen Lillehammer zelfs 26 plakken (waarvan 10 gouden), net als in 2014 in Sotsji (11 keer goud). Nadien werd de lat nóg hoger gelegd. En ook daar sprongen ze in Pyeongchang weer over. Opmerkelijk: die 39 medailles zijn verdeeld over acht sporten. Terwijl ze in het verleden in het alpineskiën en vooral langlaufen, plus de Noordse combinatie en het biatlon het merendeel van hun medailles veroverden, pakten ze nu ook eremetaal in het snelschaatsen, schansspringen, freestyleskiën en curling. Mede het gevolg van de in Noorwegen 'heilige' breedtesport. Jongeren tot 13 jaar moeten er alle sporten beoefenen, maar zónder competitie-element. Fun staat voorop, niet winnen. En het goed opvoeden van evenwichtige, gelukkige volwassenen. Later wordt die winnaarsmentaliteit wel aangescherpt - de hele maatschappij is ervan doordrenkt. Een groot zelfbewustzijn, zonder een té grote eigendunk, gekoppeld aan keihard werken. Het collectief staat in Noorwegen ook boven alles. Zelfs de toppers in het langlaufen, in se concurrenten van elkaar, trainen eendrachtig samen. Geen afgunst, teamspirit als hoogste goed. De aanpak rendeert wel vooral in de wintersporten. Op de Spelen van Rio wonnen de Noren bijvoorbeeld slechts vier keer brons. Maar, zeggen ze: je kunt niet overal in uitblinken. En dus steekt Noorwegen meer geld in winter- dan in zomersporten, als een van de weinige landen ter wereld. Het budget is immers allerminst bodemloos. Dat van Olympiatoppen bedroeg in 2017 'slechts' 16 miljoen euro, gedeeltelijk gesponsord door de Noorse Nationale Loterij. Van toplonen is (zeker in het begin) geen sprake. Håvard Lorentzen, de olympisch schaatskampioen op de 500 meter, verdiende vorig jaar ... 20.000 euro. Maar hij kreeg wel een topcoach: de Canadees Jeremy Weatherspoon. Lorentzen en zijn 109 andere collega-olympiërs in Pyeongchang konden bovendien rekenen op topfaciliteiten en op een uiterst professionele medische begeleiding. Al ontstond daar tijdens de Spelen wel ophef over, want de Noorse delegatie had een zéér uitgebreide medicijnenkast met astmamiddelen (6000 doses) bij zich...