Van de Olympische en Paralympische Spelen, het EK voetbal of de Tour de France blijven sportieve hoogstandjes in het collectieve sportgeheugen hangen. Laten deze wedstrijden ook een economisch en maatschappelijk rendement na? Op de peperdure organisatie van een groot sportevenement weegt een hoge rendementsdruk. Daarom schermen politici en rechtenhouders regelmatig met economische impactstudies. Meestal ramen consultants hoeveel kosten het evenement met zich meebrengt en vooral wat het de horeca van de stad opbrengt. Klassiek oogt het plaatje voor de stad positief in termen van extra consumptie, additionele jobs en belastinginkomsten. De sportfans blijken immers niet op een eurootje meer of minder te kijken.

Impact

Academici gaan sceptisch om met economische impactstudies, omdat die wel eens à la tête du client opgemaakt durven worden. Houdt men er bijvoorbeeld rekening mee dat de fan eerder toevallig het sportevenement bijwoont en er geld uitgeeft? Of stelde de supporter een gepland weekendje in die stad uit naar een bezoek tijdens het sportevenement en spendeert hij op die manier dus niets extra? Misschien waren de hotels in de drukke cultuur- of universiteitsstad anders ook volgeboekt? Omgekeerd zijn er ook negatieve effecten. Cultuurtoeristen of shoppers zeggen hun bezoek aan de stad af omdat ze vrezen voor een verkeersinfarct of omdat het stadscentrum met de wagen gewoon niet bereikbaar is. Hoe berekent men de economische schade voor de supermarkt, de elektrozaak of het fitnesscentrum die enkele dagen moeten sluiten omdat niemand tot aan de deur geraakt?

Leveren grote sportwedstrijden meer op dan ze kosten?

Dergelijke vaststellingen maken het heel moeilijk om juiste bedragen op de inkomsten en uitgaven te plakken. Daarenboven analyseert men in de economische impactstudies, waar men afhankelijk van de gemaakte veronderstellingen veel richtingen mee uit kan, maar een deel van het verhaal.

Stefan Kesenne, de in juli 2021 overleden Vlaamse sporteconoom, pleitte daarom al langer voor een grondiger en meer doorgedreven maatschappelijke kosten-batenanalyse. Ontastbare of maatschappelijke kosten zijn de negatieve effecten die niet in geld kunnen omgezet worden. Denk aan meer files of irritante verkeershinder, vandalisme of geluidsoverlast. Gouden tijden voor inbrekers, want de politie kan alleen op het sportterrein worden ingezet. Wat zijn de immateriële voordelen? De internationale uitstraling van de gaststad verbetert: dankzij de Grand Départ van de Tour 2019 was Brussel niet meer een terroristenhol, maar een historische trekpleister. Helikopter- en actiebeelden zetten een stad op de internationale kaart. Sport verbroedert, brengt inwoners en bezoekers samen en maakt hen fier en gelukkig. Post-corona voelt het samen ongedwongen live kunnen genieten van de totaalbeleving van kijksporten telkens als een uniek bevrijdingsfeest aan. Het feelgoodgevoel van de sportfans blijkt echter vooral te pieken tijdens het sportevenement zelf. Het blijft een uitdaging om duurzaam toerisme te realiseren en dit wetenschappelijk hard te maken.

Gangmaker

De hamvraag of een groot sportevenement een duurzame erfenis nalaat raakt makkelijk sportief ondergesneeuwd. Neem de wereldkampioenschappen tijdrijden en wegwielrennen, die tussen 19 en 26 september 2021 in Vlaanderen betwist worden. Enkele dagen voor het evenement zijn bijna alle ogen op de strijd om de elf regenboogtruien gericht. De koerssterren staan gunstig. Lost Wout, met Remco in steun, de hoge verwachtingen in? Laten belofte Thibau en junior Alec, net als op het EK in Trentino enkele dagen eerder, de Brabançonne opnieuw weergalmen? Toen de Internationale Wielerunie UCI tijdens het 2018-WK in Innsbruck de Vlaamse kandidatuur weerhield, konden weinig wielerwaarnemers vermoeden dat deze youngsters drie jaar later in hun discipline wereldtop zouden zijn.

Wie toen zou voorspeld hebben dat vanaf maart 2020 een pandemie de wereld- en sporteconomie zou gijzelen, had men helemaal gek verklaard. Toch worstelde de toplaag van de koers zich beter dan verwacht door de covid-19 crisis, ook omdat de televisiesport wielrennen zonder publiek georganiseerd mocht en kon worden. Door het wegvallen van vipinkomsten en sponsoring moesten organisatoren van wielerwedstrijden wel heel diep in hun reserves tasten om het hoofd boven water te houden. Wie zich het lijstje financiële katers van WK-gaststeden in normale tijden voor de geest kan halen - Ponferrada (2014), Richmond (2015) en Bergen (2017) - weet dat uiterste waakzaamheid geboden was voor de Vlaamse overheid en het organisatiecomité. Vandaar een Vlaamse regiokandidatuur mooie gespreid over de gaststeden Knokke-Heist, Brugge, Antwerpen en Leuven. De directe economische impact van hotelreservaties en bestedingen van additionele buitenlandse en niet-lokale media, landenteams en wielerfans wordt zo gespreid over de vier steden. Tegelijk verdeelt men de organisatorische lasten, parcoursbouw, beveiliging, mobiliteitsproblemen of hinder in de vele andere dan horecasectoren over verschillende regio's.

Voor wielrennen, een buitensport, wordt de omvang van de directe impact trouwens mee bepaald door de weergoden. Tijdens de uitgeregende editie van het WK-wegwielrennen in Yorkshire in 2019 bleven fans en vips in hun kot, waardoor de organisatoren belangrijke inkomsten moesten derven. Aanhoudende regen verpestte volledig het humeur van de organisatoren en de vele fans tijdens de Grote Prijs van België Formule 1 in Spa-Francorchamps. Na uren talmen in de aanhoudende regen beperkte de wedstrijd zich om veiligheidsredenen tot enkele rondjes achter de safety car.

Ondertussen is het al geleden van Ronse (1988) en Zolder (2002) dat het WK wielrennen opnieuw thuis komt. Voor de Vlaamse koersbakermat, met zijn uitzonderlijk hoge populariteit en kijkdichtheid in vergelijking met andere Europese regio's, lijkt dit een eeuwigheid. Met steun van de Vlaamse overheid wordt op die manier cultureel koerserfgoed gekoesterd. De Internationale Wielerunie UCI heeft haar WK-product gedurende de jongste twee decennia trouwens verder geprofessionaliseerd met een mooi uitgebouwde en gevarieerde wielerweek gekruid met elf regenboogtruien: tijdritten en wegritten voor juniores, beloften en elite-mannen en vrouwen. De mixed time trial op woensdag is een nieuw format dat de weg naar gendergelijkheid symboliseert. De vzw WK 2021, een uniek samenwerkingsverband tussen ervaren koersrotten en concullega's Flanders Classics en Golazo, ambieert naast sportieve ook het realiseren van duurzaamheidsdoelen. Ook onder impuls van de deelnemende Vlaamse en stedelijke overheden, zet men in op innovatie van het fietsbeleid. Kan het WK-wielrennen hiervan de gangmaker blijven?

Duurzaamheid

Of de lange termijn maatschappelijke baten de sociale kosten overtreffen zal pas enkele jaren na het evenement kunnen worden bepaald. Zeker is dat het voortraject deels verpest werd door de coronapandemie. Met scholen of jeugdbewegingen in lockdownmodus bleek activatie van de WK-hefboom een mission impossible. Dit excuus kan hopelijk niet meer opgaan in het natraject. Gidsstad Utrecht geeft het lichtend voorbeeld met zijn Tour de Force. Zes jaar na de Grand Départ van de Tour 2015 stuurt men vanuit een brede netwerkorganisatie daar het uitstekend uitgebouwde fietsecosysteem verder aan.

Event Flanders en de gaststeden moeten het toerisme kunnen verduurzamen. De culturele- en universiteitssteden gooien daarom ook hun sportspeerpunt verder in de citymarketingstrijd met concurrerende steden. Wielrennen van stad tot stad leent zich trouwens om de regionale en lokale trekpleisters mooi in beeld te brengen. Slaagt Sport Vlaanderen er via het WK-project in om enkele tandjes bij te steken op het vlak van veilige en innovatieve fietsinfrastructuur? De harde test volgt op middellange termijn: welke investeringen in fietsostrades, fietspaden of -bruggen en versnellingen in het fietsecosysteem dankzij de motor van het WK-wegwielrennen in Vlaanderen? Kan de ambitie van versneller van innovatief fietsbeleid waargemaakt worden?

Anno 2021 zal elke sportmanifestatie nog meer afgerekend worden op haar duurzaamheidserfenis. Politici en organisatoren zullen bij het bieden voor een evenement moeten incalculeren hoe men de maatschappelijke baten optimaliseert en immateriële kosten beperkt. De duurzaamheidsvlag dekt een complexe lading en omvat meer dan het ecologische thema. In welke mate ondersteunt en versnelt een groot sportevenement duurzaam toerisme, blijvende sportinfrastructuur en is het een hefboom voor een gezond bewegingsbeleid?

Wim Lagae is sporteconoom aan de KU Leuven

Van de Olympische en Paralympische Spelen, het EK voetbal of de Tour de France blijven sportieve hoogstandjes in het collectieve sportgeheugen hangen. Laten deze wedstrijden ook een economisch en maatschappelijk rendement na? Op de peperdure organisatie van een groot sportevenement weegt een hoge rendementsdruk. Daarom schermen politici en rechtenhouders regelmatig met economische impactstudies. Meestal ramen consultants hoeveel kosten het evenement met zich meebrengt en vooral wat het de horeca van de stad opbrengt. Klassiek oogt het plaatje voor de stad positief in termen van extra consumptie, additionele jobs en belastinginkomsten. De sportfans blijken immers niet op een eurootje meer of minder te kijken. Academici gaan sceptisch om met economische impactstudies, omdat die wel eens à la tête du client opgemaakt durven worden. Houdt men er bijvoorbeeld rekening mee dat de fan eerder toevallig het sportevenement bijwoont en er geld uitgeeft? Of stelde de supporter een gepland weekendje in die stad uit naar een bezoek tijdens het sportevenement en spendeert hij op die manier dus niets extra? Misschien waren de hotels in de drukke cultuur- of universiteitsstad anders ook volgeboekt? Omgekeerd zijn er ook negatieve effecten. Cultuurtoeristen of shoppers zeggen hun bezoek aan de stad af omdat ze vrezen voor een verkeersinfarct of omdat het stadscentrum met de wagen gewoon niet bereikbaar is. Hoe berekent men de economische schade voor de supermarkt, de elektrozaak of het fitnesscentrum die enkele dagen moeten sluiten omdat niemand tot aan de deur geraakt?Dergelijke vaststellingen maken het heel moeilijk om juiste bedragen op de inkomsten en uitgaven te plakken. Daarenboven analyseert men in de economische impactstudies, waar men afhankelijk van de gemaakte veronderstellingen veel richtingen mee uit kan, maar een deel van het verhaal. Stefan Kesenne, de in juli 2021 overleden Vlaamse sporteconoom, pleitte daarom al langer voor een grondiger en meer doorgedreven maatschappelijke kosten-batenanalyse. Ontastbare of maatschappelijke kosten zijn de negatieve effecten die niet in geld kunnen omgezet worden. Denk aan meer files of irritante verkeershinder, vandalisme of geluidsoverlast. Gouden tijden voor inbrekers, want de politie kan alleen op het sportterrein worden ingezet. Wat zijn de immateriële voordelen? De internationale uitstraling van de gaststad verbetert: dankzij de Grand Départ van de Tour 2019 was Brussel niet meer een terroristenhol, maar een historische trekpleister. Helikopter- en actiebeelden zetten een stad op de internationale kaart. Sport verbroedert, brengt inwoners en bezoekers samen en maakt hen fier en gelukkig. Post-corona voelt het samen ongedwongen live kunnen genieten van de totaalbeleving van kijksporten telkens als een uniek bevrijdingsfeest aan. Het feelgoodgevoel van de sportfans blijkt echter vooral te pieken tijdens het sportevenement zelf. Het blijft een uitdaging om duurzaam toerisme te realiseren en dit wetenschappelijk hard te maken. De hamvraag of een groot sportevenement een duurzame erfenis nalaat raakt makkelijk sportief ondergesneeuwd. Neem de wereldkampioenschappen tijdrijden en wegwielrennen, die tussen 19 en 26 september 2021 in Vlaanderen betwist worden. Enkele dagen voor het evenement zijn bijna alle ogen op de strijd om de elf regenboogtruien gericht. De koerssterren staan gunstig. Lost Wout, met Remco in steun, de hoge verwachtingen in? Laten belofte Thibau en junior Alec, net als op het EK in Trentino enkele dagen eerder, de Brabançonne opnieuw weergalmen? Toen de Internationale Wielerunie UCI tijdens het 2018-WK in Innsbruck de Vlaamse kandidatuur weerhield, konden weinig wielerwaarnemers vermoeden dat deze youngsters drie jaar later in hun discipline wereldtop zouden zijn. Wie toen zou voorspeld hebben dat vanaf maart 2020 een pandemie de wereld- en sporteconomie zou gijzelen, had men helemaal gek verklaard. Toch worstelde de toplaag van de koers zich beter dan verwacht door de covid-19 crisis, ook omdat de televisiesport wielrennen zonder publiek georganiseerd mocht en kon worden. Door het wegvallen van vipinkomsten en sponsoring moesten organisatoren van wielerwedstrijden wel heel diep in hun reserves tasten om het hoofd boven water te houden. Wie zich het lijstje financiële katers van WK-gaststeden in normale tijden voor de geest kan halen - Ponferrada (2014), Richmond (2015) en Bergen (2017) - weet dat uiterste waakzaamheid geboden was voor de Vlaamse overheid en het organisatiecomité. Vandaar een Vlaamse regiokandidatuur mooie gespreid over de gaststeden Knokke-Heist, Brugge, Antwerpen en Leuven. De directe economische impact van hotelreservaties en bestedingen van additionele buitenlandse en niet-lokale media, landenteams en wielerfans wordt zo gespreid over de vier steden. Tegelijk verdeelt men de organisatorische lasten, parcoursbouw, beveiliging, mobiliteitsproblemen of hinder in de vele andere dan horecasectoren over verschillende regio's. Voor wielrennen, een buitensport, wordt de omvang van de directe impact trouwens mee bepaald door de weergoden. Tijdens de uitgeregende editie van het WK-wegwielrennen in Yorkshire in 2019 bleven fans en vips in hun kot, waardoor de organisatoren belangrijke inkomsten moesten derven. Aanhoudende regen verpestte volledig het humeur van de organisatoren en de vele fans tijdens de Grote Prijs van België Formule 1 in Spa-Francorchamps. Na uren talmen in de aanhoudende regen beperkte de wedstrijd zich om veiligheidsredenen tot enkele rondjes achter de safety car. Ondertussen is het al geleden van Ronse (1988) en Zolder (2002) dat het WK wielrennen opnieuw thuis komt. Voor de Vlaamse koersbakermat, met zijn uitzonderlijk hoge populariteit en kijkdichtheid in vergelijking met andere Europese regio's, lijkt dit een eeuwigheid. Met steun van de Vlaamse overheid wordt op die manier cultureel koerserfgoed gekoesterd. De Internationale Wielerunie UCI heeft haar WK-product gedurende de jongste twee decennia trouwens verder geprofessionaliseerd met een mooi uitgebouwde en gevarieerde wielerweek gekruid met elf regenboogtruien: tijdritten en wegritten voor juniores, beloften en elite-mannen en vrouwen. De mixed time trial op woensdag is een nieuw format dat de weg naar gendergelijkheid symboliseert. De vzw WK 2021, een uniek samenwerkingsverband tussen ervaren koersrotten en concullega's Flanders Classics en Golazo, ambieert naast sportieve ook het realiseren van duurzaamheidsdoelen. Ook onder impuls van de deelnemende Vlaamse en stedelijke overheden, zet men in op innovatie van het fietsbeleid. Kan het WK-wielrennen hiervan de gangmaker blijven? Of de lange termijn maatschappelijke baten de sociale kosten overtreffen zal pas enkele jaren na het evenement kunnen worden bepaald. Zeker is dat het voortraject deels verpest werd door de coronapandemie. Met scholen of jeugdbewegingen in lockdownmodus bleek activatie van de WK-hefboom een mission impossible. Dit excuus kan hopelijk niet meer opgaan in het natraject. Gidsstad Utrecht geeft het lichtend voorbeeld met zijn Tour de Force. Zes jaar na de Grand Départ van de Tour 2015 stuurt men vanuit een brede netwerkorganisatie daar het uitstekend uitgebouwde fietsecosysteem verder aan. Event Flanders en de gaststeden moeten het toerisme kunnen verduurzamen. De culturele- en universiteitssteden gooien daarom ook hun sportspeerpunt verder in de citymarketingstrijd met concurrerende steden. Wielrennen van stad tot stad leent zich trouwens om de regionale en lokale trekpleisters mooi in beeld te brengen. Slaagt Sport Vlaanderen er via het WK-project in om enkele tandjes bij te steken op het vlak van veilige en innovatieve fietsinfrastructuur? De harde test volgt op middellange termijn: welke investeringen in fietsostrades, fietspaden of -bruggen en versnellingen in het fietsecosysteem dankzij de motor van het WK-wegwielrennen in Vlaanderen? Kan de ambitie van versneller van innovatief fietsbeleid waargemaakt worden?Anno 2021 zal elke sportmanifestatie nog meer afgerekend worden op haar duurzaamheidserfenis. Politici en organisatoren zullen bij het bieden voor een evenement moeten incalculeren hoe men de maatschappelijke baten optimaliseert en immateriële kosten beperkt. De duurzaamheidsvlag dekt een complexe lading en omvat meer dan het ecologische thema. In welke mate ondersteunt en versnelt een groot sportevenement duurzaam toerisme, blijvende sportinfrastructuur en is het een hefboom voor een gezond bewegingsbeleid? Wim Lagae is sporteconoom aan de KU Leuven