Op de dag dat hij eigenlijk naar de olympische titel wilde sprinten zit Noah Lyles in zijn huis in de buurt van Orlando. Hij tikt een twitterbericht op zijn smartphone. 'Ik heb besloten om met de inname van antidepressiva te beginnen, het is een van de beste beslissingen die ik de afgelopen maanden nam.' De tekst omvat 240 tekens. Lyles drukt op 'tweet' en stuurt zijn tekst de wereld in.
...

Op de dag dat hij eigenlijk naar de olympische titel wilde sprinten zit Noah Lyles in zijn huis in de buurt van Orlando. Hij tikt een twitterbericht op zijn smartphone. 'Ik heb besloten om met de inname van antidepressiva te beginnen, het is een van de beste beslissingen die ik de afgelopen maanden nam.' De tekst omvat 240 tekens. Lyles drukt op 'tweet' en stuurt zijn tekst de wereld in. Het is 2 augustus 2020, een zondag. Lyles is er zich op dat moment niet van bewust dat juist op die avond op de Olympische Spelen van Tokio de finale van de 100 meter geprogrammeerd staat, het absolute koningsnummer op het grootste sportevenement ter wereld. Lyles, 23 jaar, is een van de favorieten op goud. Het zouden zijn Spelen moeten worden, met overwinningen in de 100 en 200 meter en met de Amerikaanse ploeg een triomf op de 4x100 meter. Dat was althans het plan. Maar dan werd de sportwereld overvallen door het coronavirus. De Olympische Spelen werden verschoven, Lyles verloor zijn doel, sombere gedachten maakten zich over hem meester. Steeds zwarter werden die overpeinzingen. Noah Lyles, op dit moment de snelste man van de wereld, tuimelde in een depressie. Een ziekte die hij al als kind had, maar juist de sport leek hem te helpen zich daarvan te bevrijden. Sprinten was zijn ventiel. Maar door de pandemie haalde de ziekte hem weer in. In de sportwereld is 2020 een jaar van stilstand. Atleten, clubs en federaties werden op economisch vlak in hun existentie bedreigd. Maar de crisis werkt zich niet alleen uit op de bankrekening van veel getroffenen. Ook sporters zoals Noah Lyles kunnen met de nieuwe sportrealiteit niet omgaan. Ze worden depressief. Bij Lyles openbaarde zich dat voor het eerst op achtjarige leeftijd toen zijn ouders uit elkaar gingen. Als scholier raakte hij geïsoleerd. Op zijn tiende ging hij in therapie.Alleen op de atletiekbaan leek het leven van Lyles onbekommerd. Hij won in 2014 als 17-jarige op de 200 meter goud op de Olympische Jeugdspelen en werd twee jaar later bij de U20 wereldkampioen op de 100 meter. Zijn chrono's kwamen in de buurt van de besttijden die het Jamaicaanse fenomeen Usain Bolt op die leeftijd neerzette. In oktober 2019 werd Lyles in Doha wereldkampioen op de 200 meter en pakte hij met de Amerikaanse estafetteploeg goud op de 4x100 meter. Hij was de absolute ster van die kampioenschappen. Maar de sportieve triomf in Qatar maskeerde hoe slecht het op dat moment met Lyles ging. De problemen waren eigenlijk al voor het WK begonnen toen hij met de ploeg op trainingskamp trok. Hij zei achteraf dat hij extreem last had van heimwee, maar dat hij dacht dat het na het wereldkampioenschap beter zou worden en hij opnieuw tot rust zou komen. Het tegendeel bleek waar. De tweevoudige wereldkampioen belandde in een nieuwe leefwereld, met tal van verplichtingen. Er waren afspraken met de media en hij werd ook opgeëist door sponsors. Iedereen wilde iets van hem. Daar kon Lyles moeilijk mee omgaan. Sterker zelfs: het kraakte hem totaal.En dan sloeg corona toe. Noah Lyles, die al sinds zijn prille jeugdjaren astma heeft, hoorde bij de risicogroep. Het aantal besmettingen steeg in Amerika razendsnel, de Spelen waren op dat moment al uitgesteld. Juist op dat moment begonnen in Amerika de protesten tegen het politiegeweld. Het was een land in oproer. Lyles kon dat allemaal niet plaatsen. Hij werd lethargisch en was niet in staat om nog positief te denken. 'Indien ik één miljoen dollar had gewonnen, dan had me dat net zo weinig beroerd als dat iemand uit mijn naaste omgeving door COVID-19 zou getroffen geweest zijn', zei hij. Emoties bestonden niet meer voor hem. Zelfs zijn therapeute drong niet meer tot hem door. Het was op dat moment dat Lyles besloot om medicatie te nemen. Het verhaal van de sprinter is geen alleenstaand geval. De Californische universiteit Stanford deed onderzoek naar het geestelijk welbevinden van atleten en stelde vast dat het aantal dat zich depressief en aangeslagen voelde was gestegen van 4 naar 23 procent. Een verzesvoudiging. Een verbijsterend cijfer, vonden wetenschappers. De afgelopen jaren spraken verschillende topsporters openlijk over de psychische problemen waarmee ze worstelden. De basketsterren Kevin Love en DeMar DeRozan vertelden over hun leven met depressies en zwemmer Michael Phelps, met 28 medailles de hoogst gedecoreerde deelnemer aan de Olympische Spelen, openbaarde in mei dat hij totaal overbelast was en aan depressies leed. Het was met Phelps als voorbeeld dat Lyles had besloten om over zijn ziekte te spreken. Hij had op televisie een documentaire gezien waarin de zwemmer openlijk over de last van een gouden medaille sprak. Vandaar dan ook die tweet waarop hij trouwens veel reacties kreeg. Sommige atleten bedankten hem voor zijn openheid, anderen zeiden dat ze daarover ook wilden spreken, maar niet durfden. Megan Roche, die het onderzoek van de universiteit van Stanford leidde, ziet in de pandemie voor de atleten ook kansen. Omdat het hen leert met tegenslagen om te gaan en zich aan te passen aan een leven met beperkingen. Dat kan hen mentaal sterker maken. Roche moedigt sporters aan om zich te vragen te stellen over wat hen drijft in het leven, buiten wereldkampioenschapen, medailles en Olympische Spelen. Intussen praat ook Lyles niet alleen meer over sport. Een te sterke focus op de sport, zo constateert hij nu, is ongezond. Daar kwam hij met de hulp van zijn therapeute achter. Dus onderhoudt hij zijn nieuwe hobby's. Lyles interesseert zich voor modedesign en kunst, op Instagram plaatst hij foto's van schoenen die hij heeft beschilderd. En hij is ook een rapper geworden. Zijn songs zijn onder het pseudoniem 'Nojo 18' op Spotify te horen. Daarin verwerkte hij zijn levensverhaal. 'Speed Racer' heet een van de nummers. Een ander heeft de toepasselijke titel 'Pain'. Door Matthias Fiedler en Thilo Neumann