Een meerderheid van de promotoren van F1-races stelt zich ernstig vragen bij de manier waarop Liberty Media de toekomst ziet. Toen het Amerikaanse bedrijf in 2017 eigenaar van de Formula One Group werd, had Bernie Ecclestone de sport uitgebouwd tot een gefinetunede machine die grote sommen geld bij de circuits, tv-stations en sponsors ophaalde. 'Promotoren durfden Bernie niet tegen te spreken, want dan stonden ze het jaar erna niet meer op de kalender. Bernie leidde de formule 1 als een dictator, terwijl de nieuwe eigenaars met te veel meningen rekening willen houden', reageerde Christian Horner, patron van Red Bull, op het protest van de promotoren.

De markt van grands prix is complex, vooral omdat geen enkel circuit evenveel betaalt om te mógen organiseren. Azerbeidzjan en Abu Dhabi moeten het meest dokken voor hun grand prix, terwijl Monaco door zijn historische status een minimumbedrag betaalt. Nieuwkomers moesten diep gaan om in de gunst te komen van Ecclestone, waardoor de grands prix van Turkije (2005-2011), Zuid-Korea (2010-2014) en India (2011-2013) snel van de kalender verdwenen. Want, klagen de promotoren: 'Onafhankelijke circuits die weinig steun van de overheid krijgen, hebben het moeilijk om rendabel te blijven.'

Silverstone, sinds 1986 onafgebroken gastheer voor de GP van Groot-Brittannië, tekende in 2009 een contract voor 17 jaar. Op het basisbedrag van 14 miljoen euro werd een jaarlijkse stijging van 5 procent overeengekomen, maar de kans is groot dat de promotoren straks gebruik willen maken van de (contractueel voorziene) opstapclausule. 'Volgend jaar 21 miljoen moeten betalen, is niet haalbaar', klonk het bij British Racing Drivers' Club, eigenaar van het circuit in Silverstone, dat net als Monaco hoopte dat zijn historische waarde de kostprijs zou drukken. Maar daar wil Liberty Media, dat nieuwe markten (Vietnam, Miami...) wil ontdekken, (voorlopig) niet van weten.