Er liep een berichtje van een collega binnen na de achtste partij van het WK schaken. "Zo'n blunder, dat is toch niet te begrijpen!?" Ik moest het echter met mijn collega oneens zijn: die blunder was net heel goed te begrijpen.

Even recapituleren: wereldkampioen Magnus Carlsen verdedigde enkele weken geleden zijn titel tegen uitdager Jan Nepomnjastsji, in een kamp over veertien partijen. Carlsen was favoriet, maar Nepo hield vijf partijen gelijke tred. Vijf remises waarin hij ook kansen had gehad.

Dat was ook zo in partij zes, maar Carlsen, die erom bekendstaat dat hij het geduld en de hardnekkigheid heeft om water uit een steen te knijpen, verdedigde sterk en draaide beetje bij beetje de partij om. Na ruim zeven uur en 136 zetten (schaken kan een vreselijke uitputtingsslag zijn, maar dit was wel een record voor een WK-match) moest Nepo zich gewonnen geven. Na een korte remise in de zevende partij volgde de "onbegrijpelijke" blunder van Nepo in de achtste.

Wij, het publiek van journalisten en fans, vergapen ons aan blunders. Keepers die de bal door hun handen laten glippen, gymnasten die van het toestel donderen, Mathieu van der Poel die door een ontbrekend plankje op zijn gezicht gaat... Het maakt de toppers weer gewoon mens, we kunnen even denken: dat zouden we zelf nog beter doen. Of zoals je op het voetbal hoort: "Die had ons bomma er nog in geschoten!"

Na de achtste partij van het WK schaken stuurde een goede vriend en gewezen Belgisch jeugdkampioen schaken me ook een bericht: "Het heeft eigenlijk wel iets om een supergrootmeester op zo'n manier te zien blunderen..." Het kan de besten overkomen, dus we hoeven het minder erg te vinden als het onszelf overkomt.

Maar onbegrijpelijk was de blunder niet. Qua psychologie is schaken net zoals andere sporten: wie op de tippen van zijn tenen speelt maar op den duur toch een bres laat in zijn verdediging, krijgt daar een flinke klap door.

Kijk naar het voetbal: een ploeg uit lagere klassen die in de beker een topclub in bedwang houdt tot een kwartier voor het einde. Dan valt er toch een goal. Vervolgens stuikt de ploeg in elkaar en het wordt nog 0-4. Iets gelijkaardigs overkwam Nepo: die eindeloos lange zesde partij had een bres geslagen in zijn dam. Na zijn blunder in partij acht volgde zelfs nog een grotere in partij elf. Vier nederlagen, nul zeges, een eindstand van 3,5-7,5. Nepo was zichtbaar opgelucht dat de match voorbij was. Carlsen blijft nog even langer wereldkampioen.

Er liep een berichtje van een collega binnen na de achtste partij van het WK schaken. "Zo'n blunder, dat is toch niet te begrijpen!?" Ik moest het echter met mijn collega oneens zijn: die blunder was net heel goed te begrijpen. Even recapituleren: wereldkampioen Magnus Carlsen verdedigde enkele weken geleden zijn titel tegen uitdager Jan Nepomnjastsji, in een kamp over veertien partijen. Carlsen was favoriet, maar Nepo hield vijf partijen gelijke tred. Vijf remises waarin hij ook kansen had gehad. Dat was ook zo in partij zes, maar Carlsen, die erom bekendstaat dat hij het geduld en de hardnekkigheid heeft om water uit een steen te knijpen, verdedigde sterk en draaide beetje bij beetje de partij om. Na ruim zeven uur en 136 zetten (schaken kan een vreselijke uitputtingsslag zijn, maar dit was wel een record voor een WK-match) moest Nepo zich gewonnen geven. Na een korte remise in de zevende partij volgde de "onbegrijpelijke" blunder van Nepo in de achtste. Wij, het publiek van journalisten en fans, vergapen ons aan blunders. Keepers die de bal door hun handen laten glippen, gymnasten die van het toestel donderen, Mathieu van der Poel die door een ontbrekend plankje op zijn gezicht gaat... Het maakt de toppers weer gewoon mens, we kunnen even denken: dat zouden we zelf nog beter doen. Of zoals je op het voetbal hoort: "Die had ons bomma er nog in geschoten!" Na de achtste partij van het WK schaken stuurde een goede vriend en gewezen Belgisch jeugdkampioen schaken me ook een bericht: "Het heeft eigenlijk wel iets om een supergrootmeester op zo'n manier te zien blunderen..." Het kan de besten overkomen, dus we hoeven het minder erg te vinden als het onszelf overkomt. Maar onbegrijpelijk was de blunder niet. Qua psychologie is schaken net zoals andere sporten: wie op de tippen van zijn tenen speelt maar op den duur toch een bres laat in zijn verdediging, krijgt daar een flinke klap door. Kijk naar het voetbal: een ploeg uit lagere klassen die in de beker een topclub in bedwang houdt tot een kwartier voor het einde. Dan valt er toch een goal. Vervolgens stuikt de ploeg in elkaar en het wordt nog 0-4. Iets gelijkaardigs overkwam Nepo: die eindeloos lange zesde partij had een bres geslagen in zijn dam. Na zijn blunder in partij acht volgde zelfs nog een grotere in partij elf. Vier nederlagen, nul zeges, een eindstand van 3,5-7,5. Nepo was zichtbaar opgelucht dat de match voorbij was. Carlsen blijft nog even langer wereldkampioen.