Peter Genyn: 'Ik heb een heel gelukkige jeugd gehad. We woonden in Hoevenen, onze paarden stonden in de buurt van Kalmthout. De Kempen, een fantastische plek om op te groeien. Ik was altijd buiten. Paardrijden, fietsen of gewoon spelen. Ik was heel sportief, maar alleen recreatief. Mijn ouders hadden een bakkerij, waardoor ze in het weekend geen tijd hadden om mij ergens naartoe te brengen.
...

Peter Genyn: 'Ik heb een heel gelukkige jeugd gehad. We woonden in Hoevenen, onze paarden stonden in de buurt van Kalmthout. De Kempen, een fantastische plek om op te groeien. Ik was altijd buiten. Paardrijden, fietsen of gewoon spelen. Ik was heel sportief, maar alleen recreatief. Mijn ouders hadden een bakkerij, waardoor ze in het weekend geen tijd hadden om mij ergens naartoe te brengen. 'Toen ik een jaar of twaalf was, wilde ik automecanicien worden. Ik begon aan de studie Mechanische Technieken, ik wilde vooral met mijn handen werken. Ik dacht: alles is goed, zolang ik maar niet moet stilzitten. Dat is een beetje misgelopen... ( lacht) 'In onze tuin lag een vijver, na een duik in het ondiepe water raakte ik met mijn hoofd de bodem. Zestien jaar, twee nekwervels gebroken, volledig verlamd. De dokters waren heel duidelijk: 'Wat je nu hebt, is voor altijd. Alles wat je kan recupereren, is bonus.' Natuurlijk stort je wereld voor een deel in, maar je hebt altijd een keuze: ofwel ga je thuis achter de geraniums zitten, ofwel probeer je het maximum te halen uit wat wél nog werkt. Maar altijd met het besef dat niet alles mogelijk is. Ik had mijn nek gebroken - niet mijn rug -, zodat ik niet meer alle spieren en schouders en armen kan gebruiken en ook mijn vingers verlamd waren. En dat mis je meer dan benen, want je zit toch in een rolstoel. 'Ik heb drie maanden in het ziekenhuis gelegen, gevolgd door zes maanden revalidatie in het UZ in Gent. Ik had op geen enkel moment negatieve gedachten, maar ik heb iemand geweten die zichzelf aan zijn bed heeft opgehangen. Ik kon moeilijk vatten dat iemand die fysiek nog tot veel meer in staat was, zich toch liet gaan. Maar in mijn beleving heeft de overgrote meerderheid geprobeerd om het beste van het leven te maken. Je motiveert elkaar, ja. 'Die kan dat al, dat wil ik ook kunnen.' Ik heb me nooit neergelegd bij zaken die ik niet kon. En toen ik de eerste keer ging kijken naar een training rolstoelrugby, vond ik het meteen geweldig. De sport was nieuw in België, op de derde training was ik er al bij.'Veel alternatieven waren er niet. Mijn handicap is zó groot dat ik alleen op recreatief niveau kon basketballen. Ik kreeg de bal amper in de ring... Vergelijk het met een wielertoerist: als je er elke week wordt afgereden, dan is het plezier er ook snel af. Zwemmen? Ik verdrink niet, maar daarmee is ook alles gezegd. ( lacht) Omdat ook mijn vingers verlamd zijn, kan ik bijna geen water verplaatsen en geraak ik amper vooruit. Je begint niet te sporten met de ambitie om top van de wereld te worden, maar ik wilde wel ergens goed in worden. Het moest meer dan alleen maar plezant zijn. 'De sport heeft me zeker geholpen, maar mijn ouders ook. Het moet voor hen enorm moeilijk geweest zijn om mij te motiveren. Door me alleen naar de winkel te sturen, bijvoorbeeld, en mij te dwingen mijn leven opnieuw op te pakken. Dat moet je doen. Hoe actiever je bent en hoe meer je traint, hoe gemakkelijker het dagelijkse leven wordt. Als je jezelf tien of vijftien keer per dag moet overzetten - op het toilet, in de douche of in de auto -, dan gaat dat stukken vlotter en beter met een goede fysiek.''Van mijn grootvader kreeg ik een quad - achterop kon ik mijn rolstoel zetten -, zodat ik van niemand afhankelijk was en mijn studie in Kalmthout kon afmaken. De praktijklessen werden vervangen door een cursus computertekenen, waarvoor ik later nog een cursus op de avondschool heb gevolgd. Ik heb in die richting een job gezocht, maar nooit gevonden. Ik kreeg de meest bizarre excuses te horen. 'Alle computers staan op de eerste of tweede verdieping en we hebben in het bedrijf geen lift...' Leuk is dat niet voor je zelfbeeld. 'Na een vruchteloze zoektocht heb ik me na een paar jaar volledig op de sport gestort. Anderen kunnen zich focussen op een job, ik heb mijn leven door de sport terug in handen genomen. Sport of een goede job, het belangrijkste is dat je niet thuis zit en een doel hebt om op te staan. Ik werd steeds fanatieker. En hoe beter ik werd, hoe meer ik wilde trainen. Bijna maniakaal. Tot we ons met de nationale ploeg plaatsten voor WK's en Paralympische Spelen, en Europees kampioen werden. ( zie kader) 'Op een bepaald moment kon ik naar een club in Texas. De competitie in de Verenigde Staten is top, vergelijkbaar met een basketter die naar de NBA kan, maar ik wilde absoluut met België naar de Paralympics in Athene ( in 2004, nvdr). Een keuze voor de vrienden, gedeeltelijk, maar ik wilde het zelf óók. Een avontuur in de Verenigde Staten was wellicht top geweest, maar ik schat de Spelen toch net iets hoger in. Jammer dat ik de kans niet gegrepen heb, maar ik zou vandaag net dezelfde keuze maken. 'Rugby was mijn leven - mijn job ook -, in 2013 werd ik uitgeroepen tot beste speler van de wereld in mijn categorie en ik begon opnieuw te dromen van mijn derde Paralympische Spelen, tot ik door een stom ongeval in Oostende alle dromen in rook zag opgaan. Ik moest uitwijken voor een fietser, mijn wiel bleef steken in het voetpad, de rolstoel kantelde. Omdat ik niets voel, ben ik pas twee dagen erna op spoed beland. Gebroken heup... Twee pinnen om ze vast te zetten. 'En een paar maanden later, op een slecht verlichte weg, bleef mijn wiel opnieuw steken en werd ik uit mijn stoel geworpen. Slecht neergekomen, linkerdijbeen gebroken. De dokters wisten niet meteen wat ze zouden doen, pas na drie dagen werd beslist om de pinnen uit de heup te halen en kreeg ik een staaf in het dijbeen. Opgelost. Alleen: ik mocht geen rugby meer spelen. Die dag is mijn wereld voor de tweede keer ingestort. Dat vond ik even erg als het gesprek in 1993, toen de dokter zei: 'Je hebt je nek gebroken, je zal nooit meer kunnen wandelen.' Een groot zwart gat.' 'Ik heb het een paar maanden enorm moeilijk gehad. Alles was weggevallen, ik had geen doel meer. Tot ik een oude wheelerrolstoel van mijn kameraad kocht. De bedoeling was om mijn conditie te onderhouden en te vermijden dan ik 30 kilogram zou bijkomen, zodat ik tenminste fit zou zijn als mijn dijbeen hersteld was en opnieuw rugby zou mogen spelen. Dat was de insteek, meer niet, tot Parantee ( Vlaamse sportfederatie voor G-sport, nvdr) hoorde dat ik aan het trainen was. 'Je was een van de snelste spelers ter wereld in het rugby, waarom zou je niet aan atletiek beginnen te doen?' Waarom niet eigenlijk? Wat had ik te verliezen? 'Ik had mijn snelheid uit het rugby, de grootste aanpassing was rechtdoor leren rijden om netjes in de baan te blijven. Ik begon meer te trainen, op mijn eerste Europese meeting - een vrij hoog niveau - werd ik een paar maanden erna meteen derde. Ik had niet alleen iets anders gevonden, ik had er blijkbaar nog talent voor ook. ( lacht) Met mijn lange armen heb ik sowieso een gigantisch voordeel, terwijl ik een heel aparte techniek heb ontwikkeld en de wielen met de bovenkant van mijn hand voortbeweeg. Uniek in de wereld blijkbaar, in die mate dat onderzoekers hebben gevraagd of ik wil meewerken aan een studie van een Zuid-Afrikaanse universiteit. Ze stelden vast dat ik bepaalde spieren in de nek kan aanspreken om kracht te zetten, terwijl een normaal mens die alleen gebruikt om te ademen. 'Ik heb er geen idee van wat ik nu, zonder de atletiek, aan het doen zou zijn. Het wheelen heeft me door de moeilijke periode gekregen, al is het gevoel totaal anders. Een slechte dag en ik zit niet in de finale... Meer stress dan in rugby, zeker, want in een match van anderhalf uur kan je al eens een bal uit je handen laten vallen. Een dubbel gevoel, dat ook. Je staat er helemaal alleen voor, maar na een overwinning kan je ook zeggen: 'Ík heb het gedaan.' En ik heb het geluk dat ik samen kan trainen met Joyce Lefevre, met wie ik een beetje kan zeveren. 'Op mijn eerste EK in 2014 pakte ik meteen twee keer zilver, een jaar erna werd ik met beter materiaal - carbonwielen en een op maat gemaakte stoel - wereldkampioen en in 2016 won ik in de Rio goud op de 100 en 400 meter. Dubbel paralympisch kampioen, de bekroning van een enorm zware trainingsperiode. Omdat de wedstrijden in Rio om 11 uur geprogrammeerd stonden, ben ik meer dan een half jaar elke dag om zes uur opgestaan, zodat mijn lichaam daar kon aan wennen. Denk ik nog dikwijls aan rugby? Ja. In theorie zou ik opnieuw mogen rugbyen, maar met mijn broze botten is het risico veel te groot. Ik train nog altijd een ploegje, ook plezant.' 'Ik heb al de Belgische en internationale limiet gehaald, met een medaille op het WK in Dubai ( november, nvdr) ben ik zo goed als zeker van kwalificatie voor de Paralympics in Tokio. Daar zal ik de 400 meter skippen voor de 200, nieuw op het programma en een goede zaak voor mij. De twee afstanden liggen korter bij elkaar en zijn daardoor gemakkelijker te trainen. Ik kon 250 tot 300 meter voluit gaan, daarna begon ik volledig te verzuren en vielen bepaalde spieren helemaal stil. In de aanloop naar de 400 meter in Rio had ik in een interview gezegd dat na de wedstrijd alle remmen los zouden gaan en dat ik eens zot zou doen, maar dat viel tegen. Ik was stik kapot en ben meteen in bed gekropen. ( lacht) 'Ik heb een mooi leven, ja. Door de sport heb ik bijna heel de wereld gezien, toch in ieder geval de sportlocaties. ( lacht) Maar ik kan zeker niet klagen en kan gelukkig terugvallen op de steun van het Belgisch Paralympisch Comité, Parantee, Topsport Vlaanderen en privésponsors, waardoor ik mijn sport op een ernstige en professionele manier kan beoefenen. Lange stages in Lanzarote of wedstrijden in Zwitserland of Dubai, dat kan ik zelf onmogelijk betalen. Om van het materiaal nog maar te zwijgen. Een nieuwe stoel in aluminium kost tussen de 5000 en 8000 euro, maar ik zie ook al collega's die met een carbonstoel rijden - minstens 25.000 euro. Veel te duur voor mij. Het geld dat ik heb, probeer ik zo goed mogelijk te spenderen. 'In Tokio zal ik 43 jaar zijn, iets ouder dan de gemiddelde paralympische sporter - rond de 40. De schouders hebben al serieus afgezien, waardoor ik last heb van artrose. Sporten is gezond, ja, maar niet op dit niveau. Ik probeer het zo veel mogelijk te vermijden, maar ik vraag me soms ook wel eens af wat ik na de sport zal doen. Geen idee. Ik denk veel na over het materiaal, misschien iets in die richting? Je kan gemakkelijk op recreatief niveau rugbyen, maar atletiek lijkt me moeilijker. Ik denk dat de lol er snel af is als je niet meer snel rijdt, al ben ik het nog totaal niet beu. Ik moet er veel voor doen en laten, maar sporten is enorm verslavend. Als ik na een groot toernooi drie weken moeten rusten, dan is dat de moeilijkste periode van het jaar. Ik ben een paar dagen content, maar dan begin ik al snel te denken: zou ik toch niet beter efkes losrijden?'