Het is middag en l'Entrepôt du Congo, een brasserie langs de Vlaamsekaai, maakt zich klaar voor de lunchrush. 'Laten we afspreken in een gezellig tentje op 't Zuid', stelde Arthur Van Doren voor. Verrassend. Want, zal hij na het gesprek zeggen: 'Ik ga niet zo vaak op café.'

Hij heeft met de nationale ploeg net zijn eerste fitnesssessie van de week achter de kiezen, 's avonds staat nog een training met Dragons op het programma. De club uit Brasschaat staat momenteel tweede in de Audi Hockey League, op een puntje van Waterloo Ducks, en droomt van een vierde opeenvolgende landstitel. Het worden Van Dorens laatste maanden bij Dragons, waarmee hij ook vier medailles - een zilveren en drie bronzen - in de Euro Hockey League won.

Vorig weekend ging de club zwaar onderuit in Europa. Het verloor met 8-0 van HC Bloemendaal, de Nederlandse recordkampioen en... zijn nieuwe werkgever. 'Ik ben heel lang bij Dragons gebleven omdat ik de club iets wilde teruggeven voor de kansen die ik als jonge gast heb gekregen. Ik sta sinds mijn vijftiende in de eerste ploeg, maar na acht jaar was het tijd voor iets anders. Weg uit mijn relatieve comfortzone - in en rond Antwerpen - om me in een nieuwe competitie en een ander land verder te ontwikkelen. Ik wil opnieuw getriggerd worden, waardoor ik nog meer uit mezelf kan halen. Na de Spelen in Rio heb ik een jaar sales gedaan in het bedrijf van mijn vader ( Eurodal, dat industriële vloerplaten produceert, nvdr). Een nuttige ervaring, maar ik merk dat ik nog te veel uit het hockey wil halen.'

1,5 miljoen kijkers op Sporza voor onze finale op de Spelen, dat is ongezien voor hockey.

Arthur Van Doren

Hockeymarketing

Félix Denayer en Florent van Aubel, je ploegmaats bij Dragons en de Red Lions, tekenden onlangs wél bij voor twee seizoenen. Wat denken zij van je keuze?

Arthur Van Doren: 'Ze vinden het jammer, maar ze begrijpen ook wel waarom. Ze zijn iets ouder - Félix is 28, Florent 26 - waardoor ze in een andere levensfase zitten. Félix is getrouwd, heeft een huisje en zal wellicht voor de rest van zijn leven bij Dragons blijven, wat ook mooi is. Félix en Flo wisten met welke clubs ik gesproken heb - Oranje-Rood en Bloemendaal - en gaven hun mening. Interessant en nuttig, want vanop een afstand kunnen zij vaak een ander beeld schetsen.'

Het was tegelijk ook een financiële keuze?

Van Doren: 'Neen. Het was natuurlijk niet de bedoeling om minder te verdienen, maar het is vooral een sportieve keuze. Het algemene niveau van de Nederlandse competitie ligt iets hoger, terwijl ook de hockeycommunity groter is: zij hebben 400.000 leden, wij 50.000. Bloemendaal werd voor het laatst kampioen in 2010, maar het blijft een van de grootste clubs ter wereld, die een team bouwt dat meer mee kan doen voor de prijzen.'

Hoe moet ik mij die onderhandelingen voorstellen? Een manager die jouw naam ergens laat vallen en de zaken netjes regelt?

Van Doren: 'In het hockey zitten we in een tussenperiode. Een aantal jongens - zeker de grote internationale namen - werkt samen met een managementbureau of makelaar, zodat op z'n minst de juridische kant goed geregeld is en ze er misschien iets meer kunnen uithalen. Er zijn nog te weinig makelaars die voeling hebben met onze wereld. Wij weten vaak beter wat we waard zijn, wat andere spelers verdienen. En als iemand in mijn plaats onderhandelt, dan moet hij ook mijn imago weerspiegelen en niet zeggen: 'Wij willen dit, wij willen dat...' Ik onderhoud liever een persoonlijke band met de club. Ik had het geluk dat mijn vader veel tijd in de onderhandelingen heeft ingestoken. Als je er als speler zelf niet te diep in zit, wordt de emotie ook voor een stuk weggenomen.'

Door de successen van de nationale ploeg hebben ook bedrijven hun weg naar de internationals gevonden. Speel je daarin mee?

Van Doren: 'Ik heb een langetermijncontract met een stick- en kledingsponsor ( Osaka, nvdr), maar voor de rest doe ik heel weinig. Producten of bedrijven waar ik niet achter sta, laat ik passeren. In mijn vriendenkring weten ze dat ik geen koffie drink, hoe kan ik dan een bepaald koffiemerk promoten? ( scrolt in zijn fotoalbum en toont zijn nieuwe Land Rover) Een megagravebak, toch? Toen ik tot World Hockey Player of the Year werd verkozen, heb ik heel veel aanbiedingen gekregen, maar daar ben ik meestal niet op ingegaan. Ik wil geen speler worden die het ene jaar met die auto rijd en het jaar erna met een ander merk.'

Red Lions

Kort na de vijfde plaats op de Olympische Spelen van Londen in 2012 werd je door bondscoach Colin Batch uitgenodigd voor de nationale ploeg. Wat herinner je je nog van die eerste training?

Van Doren: 'Toen ik het telefoontje kreeg dat ik van de U21 naar de Red Lions werd doorgeschoven, vond ik dat geweldig. Tot we in een meeting zaten en Colin zei: 'Het waren fantastische jaren, maar ik ga in Nieuw-Zeeland een nieuwe uitdaging aan.' Ik dacht meteen: mijn carrière bij de Red Lions heeft toch 15 minuten geduurd... ( lacht) Maar onder Marc Lammers ben ik meteen in de basis gestart. In en tegen Australië, tegen Jamie Dwyer, die vijf keer beste speler van de wereld was. Een mooie herinnering.'

In die zes jaar is de structuur rond de nationale ploeg enorm geprofessionaliseerd. Is het nog te vergelijken met toen?

Van Doren: 'Totaal niet meer. Toen Marc Lammers begon, trainden we twee keer per week. Een keer 's morgens en een keer 's avonds. Nu zijn we elke dag met onze sport bezig. In de voorbereiding op de Spelen en het WK zijn we van maandag tot donderdag bij elkaar, de andere dagen trainen we op de club of individueel, want niet iedereen heeft hetzelfde nodig om op topniveau te geraken. En wanneer spelers aangeven wat ze zelf wel of niet goed vinden, dan houdt de staf daar rekening mee. Elke beslissing wordt genomen for the good of the team. En binnen de ploeg is de sociale controle groot. Als iemand iets vreemds doet, dan zijn er altijd wel een paar spelers - jong of oud - die zeggen: 'Mooi en leuk, maar één keer is genoeg.' Dat wordt gemakkelijker geaccepteerd als het van binnen het team komt. Één iemand die alles controleert, daar geloof ik niet in.'

Arthur Van Doren: 'Ik denk dat de waarden en normen die wij als team uitstralen, ook wel worden gesmaakt door de buitenwereld.', KOEN BAUTERS
Arthur Van Doren: 'Ik denk dat de waarden en normen die wij als team uitstralen, ook wel worden gesmaakt door de buitenwereld.' © KOEN BAUTERS

Is dat het grote verschil tussen Shane McLeod en de twee vorige bondscoaches, Marc Lammers en Jeroen Delmee?

Van Doren: 'Lammers en Delmee waren dwingender en stonden iets meer boven de groep. De komst van Shane werd vooral door de aanvallers als een bevrijding aangevoeld, waardoor hun spelvreugde terugkeerde. Ze kregen meer vrijheid om eigen keuzes te maken, vaak puur op intuïtie. Elkaar aanvoelen, minder voorspelbaar zijn of toch een actie proberen, die percentagegewijs minder slaagkansen heeft maar precies daarom tot een strafcorner of doelpunt kan leiden. Ik heb veel respect voor Shane, een charismatisch man met wie ik ook contact zal houden als hij onze coach niet meer is, maar anderzijds hebben ook Lammers en Delmee hun verdiensten. We mogen niet alles weggooien uit die periode. We waren toen ook succesvol, maar de beste resultaten en performances werden onder Shane neergezet.'

Als advocaat van de duivel: jullie strandden zowel op de Olympische Spelen in Rio als op het EK in Nederland op een zucht van het goud.

Van Doren: 'Toen we aan dit project begonnen, hebben we vaak boven de verwachtingen gepresteerd én van toplanden gewonnen. Alleen verloren we in de finale vaak van teams die meer geslepen waren en verder in hun ontwikkeling stonden. Niemand verliest graag, maar als dat van een beter team is, dan kun je dat sneller plaatsen en verdergaan. In Rio verloren we echter van Argentinië, een team dat niet beter was, maar vooral naar zijn kwaliteiten en realistischer speelde. Maar we hebben ook al finales gewonnen: 6-1 tegen Duitsland, in de kwalificatieronde van de Hockey World League in Zuid-Afrika. We groeien verder en merken dat de ambitie binnen het team zó groot is dat een grote titel niet kan uitblijven.'

Heb je, naar jouw gevoel, in Rio zilver gewonnen of goud verloren?

Van Doren: 'Een medaille was ons doel, maar als je dan het toernooiverloop bekijkt... Het verwachtingspatroon werd steeds groter. Hadden ze mij voor de halve finale tegen Nederland gezegd dat ik kon tekenen voor zilver, dan had ik het niet gedaan. Ik vind nog altijd dat we ons in die finale tekort hebben gedaan, zowel wat resultaat als spelniveau betreft. Dat deed pijn, ja, maar anderzijds mogen we een olympische medaille ook niet minimaliseren. Dat zou bijvoorbeeld ook oneerlijk zijn ten opzichte van bijvoorbeeld Pieter Timmers, die heel blij was met zilver. En daar hadden we met z'n allen wél ongelofelijk van genoten. We waren het aan iedereen verplicht om tevreden te zijn.'

Wanneer heb je de klik van ontgoocheling naar trots kunnen maken?

Van Doren: 'Vrij snel. Tijdens de sluitingsceremonie, drie dagen na de finale, stonden wij ook te dansen en te springen. Ik heb de beelden van de match nog herbekeken, als een van de weinige spelers. Één keer maar, want meer zou zelfkastijding zijn. ( lacht) Het zal altijd wel een beetje pijn doen, maar het maakt ons alleen maar ambitieuzer. En we hebben nog iets om naar uit te kijken. Ik denk dat de waarden en normen die wij als team uitstralen, ook wel worden gesmaakt door de buitenwereld. Anderhalf miljoen kijkers op Sporza voor de finale, ongezien voor hockey.'

Teamdynamiek

In je prille jeugd was je geen onaardig tennisser, die zelfs een internationaal toernooi speelde, maar je koos uiteindelijk toch voor hockey. Waarom?

Van Doren: 'Ik ben blij dat ik de twee werelden - individuele sport en teamsport - leerde kennen. De zaterdagen waren mijn topdagen: 's morgens hockeyen en in de namiddag interclubtennis. Geweldig! Zelfs toen ik al in de eerste ploeg van Dragons stond, vond ik tennis nog te leuk om al te stoppen, maar bij de Red Lions was het duidelijk dat ik een keuze moest maken. Ik was een betere hockeyer, ja, maar de teambeleving was doorslaggevend. Ik houd van de dynamiek binnen een ploeg, van het samen voorbereiden op toernooien en van de interactie tussen verschillende karakters. Tijdens de Spelen gingen de twee golfers, Nicolas Colsaerts en Thomas Pieters, met de spelersbus mee naar onze wedstrijden en ook zij genoten van de sfeer en de dynamiek binnen ons team. Het is niet te vergelijken. De spanning op de gezichten, de ontlading, de muziek, samen onnozel doen. Een totaal andere beleving dan zij gewend zijn.'

In 2016 werd John-John Dohmen tot World Hockey Player of the Year verkozen en jij vorig jaar. Zegt dat iets over het Belgische hockey?

Van Doren: 'In ieder geval dat de manier waarop wij hockey zien en spelen, attractief is en gesmaakt wordt door de andere spelers en de media. Het mooie aan die trofee is dat 75 procent van de stemmen van collega's komt, wat de prijs voor mij een meerwaarde geeft. Ik hoopte om die trofee ooit te winnen, niet dat het al op mijn 23e zou gebeuren. Maar: ik besef ook dat ik al die individuele prijzen voor een groot deel aan het team te danken heb. Je kunt niet uitblinken in een ploeg die niet goed presteert.'

Hockeyen in India

'Hockey is in India de nationale sport, spelers worden er op handen gedragen', kijkt Arthur Van Doren terug op zijn avontuur in de Hockey India League, waar hij in de herfst, samen met Florent van Aubel, een plaatsje bij Uttar Pradesh Wizzards kon versieren. Een bijzondere competitie met zes franchises, die op de jaarlijkse spelersveiling in augustus tegen elkaar opbieden om de beste spelers binnen te halen. In 2014 werd Tom Boon voor een recordbedrag van 103.000 dollar (83.572 euro) gekocht door Dabang Mumbai, dit jaar bestond de top drie van grootverdieners uit Duitsers: Moritz Fuerste (85.182 euro, Kalinga Lancers), Florian Fuchs (77.902 euro, Dabang Mumbai) en Tobias Hauke (77.902 euro, Uttar Pradesh Wizards).

Ondanks de olympische zilveren medaille in Rio werd geen enkele Belgische hockeyer geveild, maar door blessures stonden er toch vier Red Lions aan de competitiestart. Een buitenkansje: 30.000 dollar (24.330 euro) voor zes weken hockey. Manu Stockbroekx (Dabang Mumbai) verloor de finale van de Kalinga Lancers, Van Doren en Van Aubel wonnen de wedstrijd voor de derde en vierde plaats van Delhi Waveriders, waar Vincent Vanasch in het doel stond.

'De acht buitenlanders per team moeten het niveau van de competitie en de Indiase spelers opkrikken. Een schitterende ervaring. Er was niet veel te beleven in de stad waar wij speelden ( Lucknow, om en bij de 2,8 miljoen inwoners, nvdr), maar we zijn in die zes weken India rondgevlogen. Een land van enorme contrasten, met heel respectvolle mensen. Wie daar goed kan hockeyen, heeft een mooi leven. Ik zou volgend jaar heel graag teruggaan.'

Het is middag en l'Entrepôt du Congo, een brasserie langs de Vlaamsekaai, maakt zich klaar voor de lunchrush. 'Laten we afspreken in een gezellig tentje op 't Zuid', stelde Arthur Van Doren voor. Verrassend. Want, zal hij na het gesprek zeggen: 'Ik ga niet zo vaak op café.' Hij heeft met de nationale ploeg net zijn eerste fitnesssessie van de week achter de kiezen, 's avonds staat nog een training met Dragons op het programma. De club uit Brasschaat staat momenteel tweede in de Audi Hockey League, op een puntje van Waterloo Ducks, en droomt van een vierde opeenvolgende landstitel. Het worden Van Dorens laatste maanden bij Dragons, waarmee hij ook vier medailles - een zilveren en drie bronzen - in de Euro Hockey League won. Vorig weekend ging de club zwaar onderuit in Europa. Het verloor met 8-0 van HC Bloemendaal, de Nederlandse recordkampioen en... zijn nieuwe werkgever. 'Ik ben heel lang bij Dragons gebleven omdat ik de club iets wilde teruggeven voor de kansen die ik als jonge gast heb gekregen. Ik sta sinds mijn vijftiende in de eerste ploeg, maar na acht jaar was het tijd voor iets anders. Weg uit mijn relatieve comfortzone - in en rond Antwerpen - om me in een nieuwe competitie en een ander land verder te ontwikkelen. Ik wil opnieuw getriggerd worden, waardoor ik nog meer uit mezelf kan halen. Na de Spelen in Rio heb ik een jaar sales gedaan in het bedrijf van mijn vader ( Eurodal, dat industriële vloerplaten produceert, nvdr). Een nuttige ervaring, maar ik merk dat ik nog te veel uit het hockey wil halen.' Félix Denayer en Florent van Aubel, je ploegmaats bij Dragons en de Red Lions, tekenden onlangs wél bij voor twee seizoenen. Wat denken zij van je keuze? Arthur Van Doren: 'Ze vinden het jammer, maar ze begrijpen ook wel waarom. Ze zijn iets ouder - Félix is 28, Florent 26 - waardoor ze in een andere levensfase zitten. Félix is getrouwd, heeft een huisje en zal wellicht voor de rest van zijn leven bij Dragons blijven, wat ook mooi is. Félix en Flo wisten met welke clubs ik gesproken heb - Oranje-Rood en Bloemendaal - en gaven hun mening. Interessant en nuttig, want vanop een afstand kunnen zij vaak een ander beeld schetsen.' Het was tegelijk ook een financiële keuze? Van Doren: 'Neen. Het was natuurlijk niet de bedoeling om minder te verdienen, maar het is vooral een sportieve keuze. Het algemene niveau van de Nederlandse competitie ligt iets hoger, terwijl ook de hockeycommunity groter is: zij hebben 400.000 leden, wij 50.000. Bloemendaal werd voor het laatst kampioen in 2010, maar het blijft een van de grootste clubs ter wereld, die een team bouwt dat meer mee kan doen voor de prijzen.' Hoe moet ik mij die onderhandelingen voorstellen? Een manager die jouw naam ergens laat vallen en de zaken netjes regelt? Van Doren: 'In het hockey zitten we in een tussenperiode. Een aantal jongens - zeker de grote internationale namen - werkt samen met een managementbureau of makelaar, zodat op z'n minst de juridische kant goed geregeld is en ze er misschien iets meer kunnen uithalen. Er zijn nog te weinig makelaars die voeling hebben met onze wereld. Wij weten vaak beter wat we waard zijn, wat andere spelers verdienen. En als iemand in mijn plaats onderhandelt, dan moet hij ook mijn imago weerspiegelen en niet zeggen: 'Wij willen dit, wij willen dat...' Ik onderhoud liever een persoonlijke band met de club. Ik had het geluk dat mijn vader veel tijd in de onderhandelingen heeft ingestoken. Als je er als speler zelf niet te diep in zit, wordt de emotie ook voor een stuk weggenomen.' Door de successen van de nationale ploeg hebben ook bedrijven hun weg naar de internationals gevonden. Speel je daarin mee? Van Doren: 'Ik heb een langetermijncontract met een stick- en kledingsponsor ( Osaka, nvdr), maar voor de rest doe ik heel weinig. Producten of bedrijven waar ik niet achter sta, laat ik passeren. In mijn vriendenkring weten ze dat ik geen koffie drink, hoe kan ik dan een bepaald koffiemerk promoten? ( scrolt in zijn fotoalbum en toont zijn nieuwe Land Rover) Een megagravebak, toch? Toen ik tot World Hockey Player of the Year werd verkozen, heb ik heel veel aanbiedingen gekregen, maar daar ben ik meestal niet op ingegaan. Ik wil geen speler worden die het ene jaar met die auto rijd en het jaar erna met een ander merk.' Kort na de vijfde plaats op de Olympische Spelen van Londen in 2012 werd je door bondscoach Colin Batch uitgenodigd voor de nationale ploeg. Wat herinner je je nog van die eerste training? Van Doren: 'Toen ik het telefoontje kreeg dat ik van de U21 naar de Red Lions werd doorgeschoven, vond ik dat geweldig. Tot we in een meeting zaten en Colin zei: 'Het waren fantastische jaren, maar ik ga in Nieuw-Zeeland een nieuwe uitdaging aan.' Ik dacht meteen: mijn carrière bij de Red Lions heeft toch 15 minuten geduurd... ( lacht) Maar onder Marc Lammers ben ik meteen in de basis gestart. In en tegen Australië, tegen Jamie Dwyer, die vijf keer beste speler van de wereld was. Een mooie herinnering.' In die zes jaar is de structuur rond de nationale ploeg enorm geprofessionaliseerd. Is het nog te vergelijken met toen? Van Doren: 'Totaal niet meer. Toen Marc Lammers begon, trainden we twee keer per week. Een keer 's morgens en een keer 's avonds. Nu zijn we elke dag met onze sport bezig. In de voorbereiding op de Spelen en het WK zijn we van maandag tot donderdag bij elkaar, de andere dagen trainen we op de club of individueel, want niet iedereen heeft hetzelfde nodig om op topniveau te geraken. En wanneer spelers aangeven wat ze zelf wel of niet goed vinden, dan houdt de staf daar rekening mee. Elke beslissing wordt genomen for the good of the team. En binnen de ploeg is de sociale controle groot. Als iemand iets vreemds doet, dan zijn er altijd wel een paar spelers - jong of oud - die zeggen: 'Mooi en leuk, maar één keer is genoeg.' Dat wordt gemakkelijker geaccepteerd als het van binnen het team komt. Één iemand die alles controleert, daar geloof ik niet in.' Is dat het grote verschil tussen Shane McLeod en de twee vorige bondscoaches, Marc Lammers en Jeroen Delmee? Van Doren: 'Lammers en Delmee waren dwingender en stonden iets meer boven de groep. De komst van Shane werd vooral door de aanvallers als een bevrijding aangevoeld, waardoor hun spelvreugde terugkeerde. Ze kregen meer vrijheid om eigen keuzes te maken, vaak puur op intuïtie. Elkaar aanvoelen, minder voorspelbaar zijn of toch een actie proberen, die percentagegewijs minder slaagkansen heeft maar precies daarom tot een strafcorner of doelpunt kan leiden. Ik heb veel respect voor Shane, een charismatisch man met wie ik ook contact zal houden als hij onze coach niet meer is, maar anderzijds hebben ook Lammers en Delmee hun verdiensten. We mogen niet alles weggooien uit die periode. We waren toen ook succesvol, maar de beste resultaten en performances werden onder Shane neergezet.' Als advocaat van de duivel: jullie strandden zowel op de Olympische Spelen in Rio als op het EK in Nederland op een zucht van het goud. Van Doren: 'Toen we aan dit project begonnen, hebben we vaak boven de verwachtingen gepresteerd én van toplanden gewonnen. Alleen verloren we in de finale vaak van teams die meer geslepen waren en verder in hun ontwikkeling stonden. Niemand verliest graag, maar als dat van een beter team is, dan kun je dat sneller plaatsen en verdergaan. In Rio verloren we echter van Argentinië, een team dat niet beter was, maar vooral naar zijn kwaliteiten en realistischer speelde. Maar we hebben ook al finales gewonnen: 6-1 tegen Duitsland, in de kwalificatieronde van de Hockey World League in Zuid-Afrika. We groeien verder en merken dat de ambitie binnen het team zó groot is dat een grote titel niet kan uitblijven.' Heb je, naar jouw gevoel, in Rio zilver gewonnen of goud verloren? Van Doren: 'Een medaille was ons doel, maar als je dan het toernooiverloop bekijkt... Het verwachtingspatroon werd steeds groter. Hadden ze mij voor de halve finale tegen Nederland gezegd dat ik kon tekenen voor zilver, dan had ik het niet gedaan. Ik vind nog altijd dat we ons in die finale tekort hebben gedaan, zowel wat resultaat als spelniveau betreft. Dat deed pijn, ja, maar anderzijds mogen we een olympische medaille ook niet minimaliseren. Dat zou bijvoorbeeld ook oneerlijk zijn ten opzichte van bijvoorbeeld Pieter Timmers, die heel blij was met zilver. En daar hadden we met z'n allen wél ongelofelijk van genoten. We waren het aan iedereen verplicht om tevreden te zijn.' Wanneer heb je de klik van ontgoocheling naar trots kunnen maken? Van Doren: 'Vrij snel. Tijdens de sluitingsceremonie, drie dagen na de finale, stonden wij ook te dansen en te springen. Ik heb de beelden van de match nog herbekeken, als een van de weinige spelers. Één keer maar, want meer zou zelfkastijding zijn. ( lacht) Het zal altijd wel een beetje pijn doen, maar het maakt ons alleen maar ambitieuzer. En we hebben nog iets om naar uit te kijken. Ik denk dat de waarden en normen die wij als team uitstralen, ook wel worden gesmaakt door de buitenwereld. Anderhalf miljoen kijkers op Sporza voor de finale, ongezien voor hockey.' In je prille jeugd was je geen onaardig tennisser, die zelfs een internationaal toernooi speelde, maar je koos uiteindelijk toch voor hockey. Waarom? Van Doren: 'Ik ben blij dat ik de twee werelden - individuele sport en teamsport - leerde kennen. De zaterdagen waren mijn topdagen: 's morgens hockeyen en in de namiddag interclubtennis. Geweldig! Zelfs toen ik al in de eerste ploeg van Dragons stond, vond ik tennis nog te leuk om al te stoppen, maar bij de Red Lions was het duidelijk dat ik een keuze moest maken. Ik was een betere hockeyer, ja, maar de teambeleving was doorslaggevend. Ik houd van de dynamiek binnen een ploeg, van het samen voorbereiden op toernooien en van de interactie tussen verschillende karakters. Tijdens de Spelen gingen de twee golfers, Nicolas Colsaerts en Thomas Pieters, met de spelersbus mee naar onze wedstrijden en ook zij genoten van de sfeer en de dynamiek binnen ons team. Het is niet te vergelijken. De spanning op de gezichten, de ontlading, de muziek, samen onnozel doen. Een totaal andere beleving dan zij gewend zijn.' In 2016 werd John-John Dohmen tot World Hockey Player of the Year verkozen en jij vorig jaar. Zegt dat iets over het Belgische hockey? Van Doren: 'In ieder geval dat de manier waarop wij hockey zien en spelen, attractief is en gesmaakt wordt door de andere spelers en de media. Het mooie aan die trofee is dat 75 procent van de stemmen van collega's komt, wat de prijs voor mij een meerwaarde geeft. Ik hoopte om die trofee ooit te winnen, niet dat het al op mijn 23e zou gebeuren. Maar: ik besef ook dat ik al die individuele prijzen voor een groot deel aan het team te danken heb. Je kunt niet uitblinken in een ploeg die niet goed presteert.'