'Marcheren, mijn beste, vier kilometer per dag, het beste wat je kan doen.' Roger Moens mag eind april dan wel 88 geworden zijn, hij stapt - ondanks een nieuwe knie - nog steeds letterlijk en figuurlijk gezwind door het leven. Slechts heel langzaam loopt zijn zandloper bovenaan leeg. 'Ik zal het nooit vergeten', vertelt hij. 'Ik was pas zes toen mijn moeder mij op een oud vrouwtje wees. Tweemaal per week stapte die van Erembodegem naar de markt in Brussel, heen en terug 50 km. Ze werd 96! Wel, zo probeer ik mij nu ook fit te houden, door te wandelen, te fietsen, te golfen... Doe ik dat niet, dan ben ik over 10 jaar een ouwe pee, hé.'
...

'Marcheren, mijn beste, vier kilometer per dag, het beste wat je kan doen.' Roger Moens mag eind april dan wel 88 geworden zijn, hij stapt - ondanks een nieuwe knie - nog steeds letterlijk en figuurlijk gezwind door het leven. Slechts heel langzaam loopt zijn zandloper bovenaan leeg. 'Ik zal het nooit vergeten', vertelt hij. 'Ik was pas zes toen mijn moeder mij op een oud vrouwtje wees. Tweemaal per week stapte die van Erembodegem naar de markt in Brussel, heen en terug 50 km. Ze werd 96! Wel, zo probeer ik mij nu ook fit te houden, door te wandelen, te fietsen, te golfen... Doe ik dat niet, dan ben ik over 10 jaar een ouwe pee, hé.' Ook Moens' hersenen blijven Vadertje Tijd uitdagen. Met zijn arendsoog volgt hij zijn geliefkoosde atletiek. 'Minstens een uur per dag.' Op zijn livingtafel liggen dan ook stapels Track and Field-magazines en jaarboeken met (inter)nationale recordlijsten. Naast het internet zijn handleiding om prestaties 'in de juiste context te zetten', iets wat volgens de inwoner van Ternat te weinig gebeurt. Ook na het voorbije EK in Berlijn, het succesrijkste ooit voor België, met onder meer goud voor Nafi Thiam, de Belgian Tornado's en Koen Naert. Niettemin heeft Moens ervan genoten. 'Het was práchtig! Van pure ontroering had ik zelfs enkele keren tranen in de ogen.' Die tranen hebben Moens' analytische blik evenwel niet vertroebeld. En dus geeft hij ons meteen vier A4'tjes. 'Ik kom er straks op terug.' Eerst wil hij zijn ongelijk toegeven. 'Dat Kevin en Jonathan Borlée dit nog zouden presteren, op hun 30e, dat had ik niet verwacht. Ik had voorspeld dat ze al vroeger zouden wegglijden, ja. Maar nu, 10 jaar na hun eerste groot kampioenschap, de Spelen van 2008, individueel zilver en brons behalen op het EK, plus ook goud op de 4x400: chapeau! Petje af voor hun - gestuurd door vader Jacques - blijvende zoektocht naar verbetering en professionele omkadering, voor hun passie en doorzettingsvermogen, bovendien na een seizoen vol blessures. Al was dat misschien net hun geluk. Zo waren ze nog fris.' Na de felicitaties volgen echter de voor Moens' heilige cijfers en feiten. 'Kijk eens op dat eerste blad, naar de tijden van de Borlées in de EK-finale: 45.13 voor Kevin (zilver) en 45.19 voor Jonathan (brons). En kijk dan naar de chrono's van het jongste Amerikaanse kampioenschap en van het universitaire kampioenschap in de VS. De eerste vier in beide finales: állemaal onder de 45 seconden. Op het universitaire kampioenschap was de derde exact een secónde sneller dan Kevin (44.13 vs. 45.13), een wéreld van verschil. In de halve finale liepen er zelfs zéven atleten onder de 45 seconden. 'Kijk dan eens op het andere blad, met de tijden van de olympische finale in Rio 2016. De achtste en láátste, met 44.61: de Brit Hudson-Smith, de Europese kampioen in Berlijn. De 400 meter stelt op Europees vlak dus weinig voor. Zelfs met de tijd die Jonathan in Berlijn in de halve finale liep, 44.87, staat hij pas als 28e atleet op de wereldranglijst van 2018. Kevin, met 45.07 in de halve finale, is 38e. Zelfs een finaleplaats op een mondiaal kampioenschap wordt voor hen bijna onmogelijk. Al is dat op hun 30e geen schande, want hun échte piek, Londen 2012, ligt al een tijd achter ons.' Kevin liep in de 4x400 m-finale wel 43.91, zo'n 44.50 waard op een individuele 400 m. Daarmee kan je wél in een WK- of olympische finale raken. Roger Moens: 'Je kunt dat niet vergelijken. Een aflossing, dat is anders. Vooral mentaal: je bent meer ontspannen, wordt voortgedreven door teamspirit, je hebt vaak een mikpunt - zoals die stilvallende Spanjaard in de EK-finale. Op die manier kunnen de Borlées zich telkens overtreffen. Zeker Kevin, die al zéven keer onder de 44 seconden liep in een estafette op een groot kampioenschap, terwijl zijn persoonlijk record individueel 'slechts' 44.56 bedraagt.' Kunnen ze op die 4x400 m wel een mondiale outdoormedaille veroveren, nadat ze in Rio al op drie honderdsten van brons zijn gestrand? Moens: 'Dat zal afhangen van drie zaken. één: de tijden op de 400 m, een van de atletieknummers die de laatste jaren de grootste evolutie heeft ondergaan, met steeds meer atleten uit vooral de VS en de Caraïben die onder 45 seconden lopen. Zet die trend zich door? Twee: blessures bij Kevin en Jonathan, want in Tokio 2020 zullen ze er al 32 zijn. Zij moeten hun huidige niveau minstens kunnen aanhouden. Drie en cruciaal: de progressie van Jonathan Sacoor. Als die een seconde rapper kan lopen en de Tornado's zo van hun 2.59.47 in de EK-finale naar een lage 2.58'er kunnen zakken, dan is een medaille realistisch. Ook gezien het altijd uitgekiende tactische plan van vader Borlée. Plus de ervaring van Jonathan en Kevin, die in de estafette als geen ander fouten van anderen kunnen uitbuiten.' Wat is het potentieel van de 18-jarige Sacoor, wereldkampioen bij de junioren? Volgens Jacques Borlée gaat hij een 'uitzonderlijke carrière' tegemoet. Moens: 'Het is alleszins een gewéldig talent. Vooral zijn looptechniek bekoort me: vloeiende, ontspannende foulée - minder trekken en sleuren dan de Borlées. Hun beste tijden moet Sacoor kunnen verbeteren. Op zijn bijna 19e liep hij op het jongste WK junioren met 45.03 al 82 honderdsten en 1 seconde 35 honderdsten rapper dan Jonathan en Kevin op die leeftijd. 'Hij lijkt me bovendien verstandig, leergierig, respectvol, heeft ook een goeie babbel. Sacoor kán bij de mannen dé ster van de Belgische atletiek worden. Als ze tenminste voorzichtig met hem omspringen, zoals op het voorbije EK door hem na een slopend junioren-WK alleen de 4x400 te laten lopen.' U beklemtoont: een ster kán worden. Moens: 'De vraag is: hoe hard heeft Jonathan al getraind? Ik lees dat hij 'nog niet overdreven heeft'. Anderzijds loop je geen 45.03 puur op talent, hé. Kijk eens naar het derde blad dat ik je daarnet gaf: met die tijd is Sacoor op zijn bijna 19e rapper dan 8 van de 12 snelste 400-meterlopers ooit op die leeftijd! Wayde van Niekerk en Michael Johnson, de eerste twee op de alltime ranking, waren op hun 20e zelfs nog niet onder de 46 seconden gedoken. 'Enerzijds is zo'n tijd veelbelovend, máár geen garantie op een topcarrière, net als Sacoors wereldtitel bij de junioren. Zie hier, blad vier, met de medaillewinnaars van de laatste 15 WK's junioren tussen 1986 en 2014. Van die 45 atleten behaalden er welgeteld vier later één of meer medailles in individuele nummers op Olympische Spelen of WK's. Tien anderen hebben een mooie carrière uitgebouwd, individueel of in estafettes. 31 van die 45 junioren hebben de verwachtingen dus nooit ingelost: 69 procent! Versus amper 31 procent geslaagd. En die slaagkansen kunnen voor Sacoor nog met de helft zakken.' Hoezo? Moens: 'Sacoor trekt in januari naar de VS, om er te studeren en te trainen aan de University of Tennessee. Een flater! Ik sméék het bijna: stuur hem alstublieft niet naar Amerika! Hij zal zich daar dóódlopen! Ja, hij zal er trainen onder een coach ( Ken Harnden, nvdr) die al veel topsprinters gekneed heeft en die ook de Borlées heeft begeleid toen zij in 2009 in Florida hebben getraind en gestudeerd. Maar wat iedereen is vergeten, is dat Kevin én Jonathan dat seizoen beiden een stressfractuur aan de voet hebben opgelopen. Of zoals ze dat in het Frans beter omschrijven: une fracture de fatigue. Een blessure door vermoeidheid, omdat ze in ruil voor een goedbetaalde beurs in het voorjaar te veel universitaire wedstrijden hadden moeten lopen. Jacques Borlée heeft dat toen zelf toegegeven. Gelukkig heeft hen dat - door lang te rusten - niet geliquideerd, maar evengoed was het anders afgelopen.' Vader Borlée zei wel al dat hij Sacoor niet zonder plan naar de VS zal sturen: dat die níet te veel races zal moeten afwerken. Moens: 'Als die universiteit hem een mooie beurs geeft, dan is dat niet voor Jonathans mooie ogen, hé. Dan is dat voor hén! Om voor hén mee te doen aan die universitaire competitie. Dat wordt allemaal te mooi voorgesteld. Binnen de twee jaar kan hij opgebrand zijn!' Was de Europese titel van Nafi Thiam wel een mondiale titel waard? Op de Cubaanse Rodríguez en de Amerikaanse Bougard na is de internationale top Europees getint. Moens: 'Ik antwoord meteen. Eerst ook mijn felicitaties voor Thiam. Drie keer op rij een groot kampioenschap winnen, omgaan met die hoge verwachtingen - al weet ze natuurlijk dat ze de beste is. Nóg meer respect omdat Nafi dat combineert met haar studie. Chapeau ook voor haar trainer Roger Lespagnard, die op zijn 71e met zijn expertise en coaching Nafi blijft pushen. Dat is niet vanzelfsprekend gezien de leeftijdskloof.' Nu komt er echter weer een 'maar' aan. Moens: 'Inderdaad. Ik stoor me aan de superlatieven na Thiams olympische, wereld- en nu Europese titel. Als de 'grootste Belgische sporter ooit', na of zelfs boven Eddy Merckx. Onzin! Je moet dat alweer in het juiste perspectief plaatsen. 'Punt één: bij de dames is het veel gemakkelijker om een mondiale medaille te veroveren dan bij de mannen wegens veel minder concurrentie - alleen al omdat miljoenen moslimvrouwen niet mogen meedoen. Thiam heeft de laatste jaren zo'n zesmaal per week getraind. Denk je dat je bij de mannen zo kunt domineren met zó weinig training? Onmogelijk. Hoofdzakelijk op talent? Voor mirakels moet je in Lourdes zijn, mijn beste. 'Het zegt vooral veel over haar tegenstandsters. Die Katarina Johnson-Thompson ( zilver na Thiam in Berlijn, nvdr), die blaas je zo omver. Feit is: de zevenkamp is in vergelijking met individuele nummers minder sterk bezet. Omdat de meerkampers niet aan grote meetings kunnen deelnemen, is dat financieel veel minder aantrekkelijk. Waarom denk je dat Dafne Schippers van de meerkamp naar de sprint is verhuisd? Het is ook minder spectaculair, trekt minder aan. Kijk hier, het Belgische jaarboek van 2017 met de lijst van de cadetten meisjes op de vijfkamp. Amper een paar namen. En dan de lijst van de sprintnummers: véél langer. 'Punt twee: wie doet aan zevenkamp, of aan tienkamp bij de heren? Degenen die niet uitblinken in één discipline. Ik vergelijk het met huisdokters en de hart-, long- en andere specialisten. Huisdokters weten van alles wat, maar de échte bollebozen, zij die de geneeskunde vooruit doen gaan, zijn de specialisten. Wel, Nafi is een huisarts.' Nadat Thiam vorig jaar in Götzis de kaap van de 7000 punten had gerond, als pas vierde vrouw ooit, tweette Ashton Eaton, wereldrecordhouder op de tienkamp, nochtans: ' The best athlete in the world is a woman.' Moens: 'Dáár erger ik mij dus aan. Thiam ís geen superwoman, maak dat er dan ook niet van. Ze kan goed springen en werpen, maar heb je haar 200 en 800 m gezien? Allez, kom. Hier, enkele cijfers: tot nu toe hebben meer dan 60 cadetten (14/15 jaar) en meer dan 100 scholieren meisjes (16/17) ooit sneller gelopen dan Thiams persoonlijk record op de 800 m (2.15.24, in 2017). En op de 200 m waren er al 16 scholieren rapper dan Nafi's beste tijd (24.40, in 2017). In Bélgië, hé. Is Thiam dan buitenaards? Néén.' Ze is een huisdokter, zegt u, maar als ze zich zou specialiseren in het hoogspringen, kan ze daar toch ook medailles behalen? In Götzis sprong Thiam zelfs 2m01, waarmee ze nu derde op de wereldranglijst van 2018 staat. Moens: 'Klopt, maar vergeet niet dat hoogspringen een van de zwakste nummers bij de vrouwen is. Rosemarie Ackermann sprong in 1977, 41 (!) jaar geleden, voor het eerst over 2 meter. Thiam deed nu 1 cm beter, 4 minder dan Tia Hellebauts Belgisch record. Wat is daar fantastisch aan? 'U wil nog meer bewijzen? In 1979 bedroegen de wereldrecords met de buikrol 2m29 bij de mannen en 2m00 bij de vrouwen. Wel, dankzij de fameuze Fosbury-flop ( met de rug over de lat, nvdr) sprongen sindsdien liefst zes keer meer mannen hoger dan 2m30 dan vrouwen over 2m00. Dezelfde verhouding in de ranglijst van 2018: 17 versus 3. Alleszeggend toch over het niveau van het dameshoogspringen? Nogmaals: ik heb veel respect voor Thiam, maar plaats haar niet hoger dan winnaressen van individuele nummers. 'Niemand durft dat te zeggen, ik - omdat ik van niemand afhankelijk ben - wél. Niet als negativist, maar als een positieve réalist, die prestaties op basis van cíjfers en féiten beoordeelt. Misschien zullen mensen nu kwaad zijn op die ouwe pee. Maar ik ben bereid tot discussie. Alleen moeten ze dan bewijzen dat ik ongelijk heb, met échte argumenten. Niet met loze praatjes.'