Simone Biles, kleine compacte carrosserie: 142 centimeter spieren, explosiviteit die lacht met de zwaartekracht. Combinaties van salto's en schroeven zoals zij alleen ze kan uitvoeren. Ze was klaar om in Tokio geschiedenis te schrijven. Op de eeuwige ranglijst van de turnsport moest ze met 30 medailles op WK's (25) en Olympische Spelen (5) alleen Vitali Tsjerbo (33) en Larysa Latynina (32) voor zich dulden, deze zomer zou ze de ranking nog maar eens door elkaar schudden. Minstens vijf gouden medailles (team, allround, sprong, balk en vloer), dat was het doel, op de brug met ongelijke leggers was na de wellicht ongenaakbare Nina Derwael ook nog iets mogelijk. De Amerikaanse moest dé atlete van de Spelen worden.

Begin april, ook in Tokio, zou ze op de Wereldbeker de laatste rechte lijn naar Het Grote Doel inzetten. Maar ze zat rond de tafel van haar ouders Rob en Nellie in Montgomery County (Texas), waar ze de restjes van het familiediner naar binnen werkte. Mee-eten, maar met mate. En voor de rest? Spelen met haar Franse buldog Lilo, af en toe een serie op Netflix proberen te bekijken of... poetsen. 'Ik heb het er met mijn vrienden dikwijls over gehad. Dit is totaal nieuw. Ik had elke dag wel íéts te doen', vertelde ze onlangs, toen ook haar staat zwaar werd getroffen door de coronapandemie. 'We moeten thuis zitten. Nu mijn leven als turnster on hold is gezet, weet ik totaal niet wie ik ben. Die identiteit zal ik moeten ontdekken.'

Uitgekeken naar leven ná Tokio

Ze houdt zich ook thuis aan de instructies van haar trainers Cecile en Laurent Landi, met wie ze contact houdt via sms en Facetime, ze danst wild op video's die ze op YouTube ziet en probeert haar innerlijke evenwicht niet te verliezen nu het aftellen naar Tokio plotseling is gestopt. Moeilijk, want ze keek uit naar de tijd ná Tokio. Een leven zonder spanning en stress, een leven waarin ze haar lichaam rust zou gunnen en vooral een totaal ander leven. Nog zes maanden, nog vijf, nog vier... Maar plots werden die vier maanden er opnieuw vijftien.

Ze zat in de trainingshal, die 24e maart, toen het IOC de Spelen naar 2021 had verschoven. En er waren tranen gevloeid. 'Beangstigend, maar ik kan nu niet opgeven. Ik heb te lang en te hard gewerkt om het allemaal weg te geven.' Een weg die vijftien jaar geleden, toen ze amper acht was, begon. In 2013 won ze haar eerste twee wereldtitels, drie jaar erna wervelde ze op de Spelen in Rio naar vier keer goud, vorig jaar voegde ze in Stuttgart nieuwe elementen toe aan haar oefening en de wereld zag haar lachen.

Maar nóg een extra jaar, betekent ook dat ze zich moet verzoenen met USA Gymnastics, waarmee ze sinds het seksueel misbruik van teamarts Larry Nassar op voet van oorlog leeft. Toen de Amerikaanse atletiekfederatie haar op 14 maart met haar 23e verjaardag feliciteerde ('Je zult ons blijven verbazen en geschiedenis schrijven'), beet ze hard terug: 'Wat vind je er van om mij te verbazen door het juiste te doen - een onafhankelijk onderzoek opstarten.' Fysiek zijn er geen obstakels, vooral mentaal lijkt de weg lang.

Eva Simeoni

Simone Biles, kleine compacte carrosserie: 142 centimeter spieren, explosiviteit die lacht met de zwaartekracht. Combinaties van salto's en schroeven zoals zij alleen ze kan uitvoeren. Ze was klaar om in Tokio geschiedenis te schrijven. Op de eeuwige ranglijst van de turnsport moest ze met 30 medailles op WK's (25) en Olympische Spelen (5) alleen Vitali Tsjerbo (33) en Larysa Latynina (32) voor zich dulden, deze zomer zou ze de ranking nog maar eens door elkaar schudden. Minstens vijf gouden medailles (team, allround, sprong, balk en vloer), dat was het doel, op de brug met ongelijke leggers was na de wellicht ongenaakbare Nina Derwael ook nog iets mogelijk. De Amerikaanse moest dé atlete van de Spelen worden. Begin april, ook in Tokio, zou ze op de Wereldbeker de laatste rechte lijn naar Het Grote Doel inzetten. Maar ze zat rond de tafel van haar ouders Rob en Nellie in Montgomery County (Texas), waar ze de restjes van het familiediner naar binnen werkte. Mee-eten, maar met mate. En voor de rest? Spelen met haar Franse buldog Lilo, af en toe een serie op Netflix proberen te bekijken of... poetsen. 'Ik heb het er met mijn vrienden dikwijls over gehad. Dit is totaal nieuw. Ik had elke dag wel íéts te doen', vertelde ze onlangs, toen ook haar staat zwaar werd getroffen door de coronapandemie. 'We moeten thuis zitten. Nu mijn leven als turnster on hold is gezet, weet ik totaal niet wie ik ben. Die identiteit zal ik moeten ontdekken.' Ze houdt zich ook thuis aan de instructies van haar trainers Cecile en Laurent Landi, met wie ze contact houdt via sms en Facetime, ze danst wild op video's die ze op YouTube ziet en probeert haar innerlijke evenwicht niet te verliezen nu het aftellen naar Tokio plotseling is gestopt. Moeilijk, want ze keek uit naar de tijd ná Tokio. Een leven zonder spanning en stress, een leven waarin ze haar lichaam rust zou gunnen en vooral een totaal ander leven. Nog zes maanden, nog vijf, nog vier... Maar plots werden die vier maanden er opnieuw vijftien. Ze zat in de trainingshal, die 24e maart, toen het IOC de Spelen naar 2021 had verschoven. En er waren tranen gevloeid. 'Beangstigend, maar ik kan nu niet opgeven. Ik heb te lang en te hard gewerkt om het allemaal weg te geven.' Een weg die vijftien jaar geleden, toen ze amper acht was, begon. In 2013 won ze haar eerste twee wereldtitels, drie jaar erna wervelde ze op de Spelen in Rio naar vier keer goud, vorig jaar voegde ze in Stuttgart nieuwe elementen toe aan haar oefening en de wereld zag haar lachen. Maar nóg een extra jaar, betekent ook dat ze zich moet verzoenen met USA Gymnastics, waarmee ze sinds het seksueel misbruik van teamarts Larry Nassar op voet van oorlog leeft. Toen de Amerikaanse atletiekfederatie haar op 14 maart met haar 23e verjaardag feliciteerde ('Je zult ons blijven verbazen en geschiedenis schrijven'), beet ze hard terug: 'Wat vind je er van om mij te verbazen door het juiste te doen - een onafhankelijk onderzoek opstarten.' Fysiek zijn er geen obstakels, vooral mentaal lijkt de weg lang.Eva Simeoni