Start van de olympische droom

Evy Poppe: 'Als kleuter ging ik al met mijn ouders 's winters tweemaal op vakantie naar Oostenrijk. Zo leerde ik vlug skiën, maar omdat mijn ouders vooral snowboardden, wilde ik dat ook proberen. Mijn vader heeft me toen op mijn vierde les gegeven in Terneuzen, op de indoorskipiste ( SnowWorld, nvdr) hier vlakbij, die nog altijd mijn thuisbasis is. Ik was direct verkocht. Vier jaar later schreef ik me in voor mijn eerste wedstrijd in Oostenrijk. Ik stond meteen op het podium en de jaren erna werd ik zelfs vier keer op rij eindwinnares van een regelmatigheidscriterium. Mijn vader reed toen op donderdagavond en - na een korte slaapstop van enkele uren - op vrijdagochtend naar Oostenrijk. Op vrijdagnamiddag trainde ik dan op de piste, op zaterdag of zondag nam ik deel aan die wedstrijden, en op maandag reden we terug naar huis - 900 kilometer heen en terug. In Oostenrijk verklaarden ze ons zot, maar ik deed het graag. ( lacht)
...

Evy Poppe: 'Als kleuter ging ik al met mijn ouders 's winters tweemaal op vakantie naar Oostenrijk. Zo leerde ik vlug skiën, maar omdat mijn ouders vooral snowboardden, wilde ik dat ook proberen. Mijn vader heeft me toen op mijn vierde les gegeven in Terneuzen, op de indoorskipiste ( SnowWorld, nvdr) hier vlakbij, die nog altijd mijn thuisbasis is. Ik was direct verkocht. Vier jaar later schreef ik me in voor mijn eerste wedstrijd in Oostenrijk. Ik stond meteen op het podium en de jaren erna werd ik zelfs vier keer op rij eindwinnares van een regelmatigheidscriterium. Mijn vader reed toen op donderdagavond en - na een korte slaapstop van enkele uren - op vrijdagochtend naar Oostenrijk. Op vrijdagnamiddag trainde ik dan op de piste, op zaterdag of zondag nam ik deel aan die wedstrijden, en op maandag reden we terug naar huis - 900 kilometer heen en terug. In Oostenrijk verklaarden ze ons zot, maar ik deed het graag. ( lacht) 'Op mijn negende mocht ik met Sneeuwsport Vlaanderen ook voor het eerst een week op stage naar Oostenrijk. En toen ik twaalf was, kreeg ik al de vraag of ik vanaf het derde middelbaar de Topsportschool in Wilrijk wilde volgen ( zie kader, nvdr). Vanaf dan werd de droom om als topsportatlete naar de Spelen te gaan steeds reëler, gezien ook mijn steeds betere resultaten op grote kampioenschappen: 3e en 4e op de big air en de slopestyle op het WK voor junioren in 2019, als beste 16-jarige. Goud op de slopestyle tijdens de Jeugd Olympische Spelen in 2020. En begin dit jaar weer goud op de slopestyle en brons op de big air op het WK voor junioren. 'Sinds dit seizoen kom ik voor het eerst uit bij de senioren, waar ik dankzij mijn wereldtitel als junior aan alle wereldbekermanches kan deelnemen. Belangrijk met het oog op de Winterspelen van Peking, begin februari. Daaraan mogen de eerste dertig van de olympische kwalificatieranking meedoen. Helaas werd in mei beslist om alle wereldbekerresultaten van het seizoen vóór de coronapandemie te laten meetellen. Zo viel ik terug van plaats 30 naar plaats 48. Door een 15e stek op mijn eerste wereldbekerwedstrijd voor senioren, eind oktober in Chur, steeg ik naar de 43e plaats. Op de 'gekuiste' ranking zelfs naar de 34e. Er zijn immers al drie riders gestopt, en er vallen ook enkele snowboarders af omdat elk land er slechts vier naar Peking kan afvaardigen. 'Als ik op de komende Wereldbekermanches mijn resultaat van Chur bevestig, opent dat dus perspectieven. Al ga ik me er ook niet té veel op fixeren. Kan ik op mijn 17e ( een maand voor haar 18e verjaardag, nvdr) al naar de Spelen, dan wordt dat ongetwijfeld een zeer leerrijke ervaring - zónder enige prestatiedruk. Maar als het niet lukt, is dat geen ramp. Nog tijd genoeg om te groeien.' 'Mijn lievelingsfoto is die waarin ik in Stubai hoog boven een jump spring, een klein stipje met besneeuwde bergtoppen en een blauwe lucht op de achtergrond. Uren kan ik naar die foto kijken. 'Wow, ben ík dat?' Het geeft perfect weer waarom snowboarden zo fantastisch is. Een heerlijk gevoel van vrijheid. De kick om éven te zweven en de zwaartekracht te tarten, om dan na een goed uitgevoerde trick perfect te landen. 'Het mooie aan snowboarden is dat je ook je eigen stijl kunt ontwikkelen. Oneindig, die creativiteit, want er bestaan tientallen verschillende tricks die je op vele verschillende manieren kunt uitvoeren. Mij kan je herkennen aan mijn stabiliteit. Geen losse flodder die haar armen laat zwaaien om alleen spektakel te bieden. Ik beoog vooral consistentie: gecontroleerde, clean afgewerkte tricks. Feit is wel dat het niveau, zeker bij de vrouwen, blijft stijgen: de grensverleggende tricks van enkele jaren geleden zijn intussen standaard. En dus moet je daar wel, voor een stuk, in meegaan.'Het verschil tussen mij en de wereldtoppers bij de senioren is dat zij tricks met een hogere moeilijkheidsgraad goed afwerken, en daarmee meer punten scoren. Ik kan bijvoorbeeld nog geen 'dubbel' uitvoeren: recht in de lucht twee keer over de kop gaan, met een rotatie erbij. Toch zijn er ook tricks die ik als een van de weinigen kan. Of beter: dúrf, omdat het eng is: een dubbel front flip, tweemaal voorwaarts over de kop gaan. Angst? Nooit, ook niet als ik een nieuwe trick leer. Uiteraard denk ik soms: wat als ik val? Maar de opwinding neemt altijd de bovenhand. 'Ik heb dan ook nog nooit een ernstige blessure opgelopen. Eén keer wel een hersenschudding, omdat ik op een dryslope te hard naar achteren op mijn hoofd belandde. Ik overschrijd dan ook nooit mijn limieten. Zal zelfs nooit een nieuwe trick uitproberen als ik voel dat ik er niet klaar voor ben. Een 'dubbel' is daarom pas voor volgende zomer - alles op zijn tijd. Daar hebben mijn coaches bij de federatie ook altijd naar gestreefd: niet té vlug, maar gestaag progressie maken.' 'Ik weeg 62 à 63 kilo en meet 1m60. Bij de vrouwelijke snowboarders zit ik daarmee net onder het gemiddelde. Geen nadeel echter: liever iets kleiner, waardoor je minder wind vangt en je, bij een val, je goed in een 'bolleke' kunt draaien, om de impact goed op te vangen. Door mijn struise, gespierde lichaamsbouw kan ik ook explosief afzetten op een jump. Toch heb ik op mijn bijna 18e nog veel progressiemarge. Het is ook een werk van al vele jaren, al van toen ik op mijn veertiende aan de topsportschool begon. Eerst squatten met alleen een bar, om dan een schijf van 2,5 kilo toe te voegen en zo op te bouwen, tot nu al 110 kilo. 'Je mag het fysieke aspect van het snowboarden zeker niet onderschatten. Stevig gebouwd zijn is een must: sterke dij- en bilspieren, om de impact van die steeds moeilijkere sprongen aan te kunnen. Stevige spieren rond je enkels, kuit- en scheenbenen, om een bocht te nemen. Goed ontwikkelde buik- en rugspieren om stabiel in de lucht te hangen, of om een rotatie in te zetten. Sterke schouder- en nekspieren om een whiplash bij een harde landing te voorkomen. Alleen mijn armen train ik minder, al moeten die ook wel een basiskracht hebben. 'Specifieke training voor mijn benen doe ik tweemaal per week, voor mijn bovenlichaam één keer, telkens een uur of twee. Allemaal op maat gemaakte oefeningen, onder meer om mijn holle rug te verstevigen, waarvoor ik twee keer per jaar langsga bij GRIT Sports Clinic in Leuven ( opgericht door Johan Bellemans, hoofd van de medische dienst van het BOIC, dokter Lieve Deckers en kinesist Maarten Thysen, nvdr). Daarnaast test ik mijn fysieke conditie bij de Bakala Academy van de KU Leuven, want ook die moet ik onderhouden. Een hele dag trainen op grote hoogte, in de koude, met al die sprongen, en ook veel stappen in de sneeuw, daarvan kan je flink vermoeid raken. Af en toe loop ik daarom een halfuurtje en in de zomer fiets ik vaak anderhalf tot twee uur. 'Tijdens zo'n dag op de piste verstook ik flink wat, dus moet ik zeker niet elke calorie tellen. Ook thuis niet trouwens. Ik zou dat ook niet kunnen, dat zou mij te veel worden. Gelukkig is gewicht, in tegenstelling tot in andere sporten, geen bepalende factor in het snowboarden. Ik eet weliswaar hoofdzakelijk gezond, maar zondigen mag weleens. Met mate.' ( lacht)'Veel ogen die op mij gericht zijn, daar heb ik geen moeite mee. Integendeel, het geeft me zelfs een kick. Tijdens een stage in Stubai vorig jaar, toen ik nog junior was, keken bijvoorbeeld alle topriders naar mij. Een extra boost om mijn moeilijkste trick, een double front flip, te laten zien én die ook uit te voeren. Veel riders kunnen alleen het beste uit zichzelf halen op training, afgezonderd in hun comfortzone, maar ik vind wedstrijden leuker. Een black-out door stress heb ik zelfs nog nooit gehad. Het pure plezier neemt altijd de bovenhand. En de focus. Toen ik op de Jeugd Olympische Spelen als laatste mijn run moest afwerken, was ik zo geconcentreerd dat ik niet eens opmerkte dat de wolken de zon hadden verdreven, het zogenaamd flat light waardoor je moeilijker de lijnen kunt zien. Ook dát is snowboarden: kunnen omgaan met steeds wisselende sneeuwcondities, weersomstandigheden... 'De kunst is om alléén op je oefening te focussen. Visualiseren helpt daarbij, maar dat doe ik pas net voor de start van mijn oefening. Niet de uren, of zelfs dagen voordien, zoals veel andere riders. Ik zou dan te veel met slechte scenario's bezig zijn en beginnen te twijfelen. Te veel nadenken is niet goed. Zoals ik ook tijdens mijn run nooit echt denk: wat ga ik nu doen? Of: wat bén ik aan het doen? Na al die duizenden sprongen sturen mijn hersenen intussen automatisch mijn lichaam. De oppeppende muziek die ik ook in wedstrijden in mijn oortje laat afspelen, Bring Me The Horizon van de Britse rockband Mantra bijvoorbeeld, hoor ik zelfs pas aan de finish. En ook het publiek uiteraard. Da's echt kicken: een heel goede, winnende run afwerken, zoals op Spelen en het WK, met die plotse overgang van hyperconcentratie en stilte naar een explosie van geluid en vreugde. Onbeschrijfelijk. 'Het mooie aan snowboarden is ook dat je concurrentes je dan oprecht feliciteren. Omdat we elkaar ook al van jongs af kennen, vormen we een hechte community. Al wil ik voor een wedstrijd ook niet té vriendelijk zijn. Dan worden vriendinnen even concurrenten. En denk ik alléén aan mezelf: ík ga op dat podium staan, niemand anders.' 'Deelnemen aan de Winterspelen in Peking of niet: die van 2026 in Milaan/Cortina d'Ampezzo blijven mijn grote doel. Mijn ouders zijn er zelfs al op voorzien, want ze hebben voor die periode ( februari 2026, nvdr) al hun hotel vastgelegd. ( lacht) Op mijn bijna 22e wil ik dan ook op mijn sterkst zijn, en hopelijk dan ook de beste van de wereld. Als topsporter moet je zo denken, vind ik. In een underdogrol wil ik mezelf niet verstoppen. Ik hoop zelfs uit te groeien tot een ambassadrice van mijn sport, als voorbeeld voor jongere meisjes in België, of zelfs uit het buitenland. Bewijzen ook dat je als atlete uit een niet-wintersportland de wereldtop in het snowboarden kunt halen, zoals Seppe Smits dat al realiseerde bij de mannen. 'Anderzijds ga ik dat ook niet van de daken schreeuwen. Ik blijf realistisch: de concurrentie stijgt alsmaar, en op vier jaar kan er veel gebeuren. Mijn curve zal ook niet blijven stijgen, en blessures loeren altijd om te hoek. Als ik niettemin die absolute top bereik, dan zal ik niet beginnen te zweven. Ik ben en blijf de nuchtere Evy, voeten op de grond. Intussen keihard werkend om mijn droom te verwezenlijken. Want dat hebben mijn ouders me altijd ingepompt: dat je, zowel in het dagelijkse leven als in de topsport, niets voor niets krijgt. Zeker geen olympische titel.'