De discipline sportklimmen is nog piepjong. De competitie ging bij ons pas ongeveer 20 jaar geleden van start, geen enkele klimzaal in ons land is ouder dan 30. In het begin trof je in die zalen vaak rotsklimmers aan die zich voorbereidden op het alpinisme. Ondertussen heeft muur- of indoorklimmen, steeds vaker sportklimmen genoemd, zich naast het alpinisme, bergwandelen en canyoning ontwikkeld tot een volwaardige discipline van de klim- en bergsporten.
...

De discipline sportklimmen is nog piepjong. De competitie ging bij ons pas ongeveer 20 jaar geleden van start, geen enkele klimzaal in ons land is ouder dan 30. In het begin trof je in die zalen vaak rotsklimmers aan die zich voorbereidden op het alpinisme. Ondertussen heeft muur- of indoorklimmen, steeds vaker sportklimmen genoemd, zich naast het alpinisme, bergwandelen en canyoning ontwikkeld tot een volwaardige discipline van de klim- en bergsporten. Sportklimmen is een complexe sport, maken Robby Tóth en Liselotte De Bruyn, topsportbegeleiders sportklimmen van de Vlaamse Klim- en Bergsportfederatie, ons duidelijk. 'Je moet je lichaam perfect beheersen, zodat je met de puntjes van vingers en tenen, de achterkant van een hiel of met elk ander deel van je lichaam steun vindt op de schaarse uitsteeksels, kanten en hoeken op een verticale en zelfs overhangende wand, om hoger en verder te raken.'Sportklimmen is een mentale, technische en fysieke krachttoer. Het is een beetje schaak spelen met je lichaam tegen een muur. Wie de sport ooit beoefend heeft, weet hoe moeilijk het vaak is om dat extra beetje hoger te raken zonder je evenwicht te verliezen en 'eruit te gaan' of 'eruit te vallen', zoals klimmers als Tóth en De Bruyn zeggen. Tijdens een gewone klimsessie kun je rustig nadenken en je positie testen, tijdens wedstrijden niet, vertelt De Bruyn. 'De deelnemers mogen gedurende 6 minuten samen de route - een parcours van grepen - bekijken en becommentariëren. Daarna gaan ze in afzondering en worden ze één voor één opgeroepen. Ze moeten proberen in 1 poging boven te raken. Wie nog moet klimmen, kan dus niet zien hoe de anderen hun route aanpakken, want dat zou een onfair voordeel opleveren.'Tijdens het routelezen prenten de deelnemers zich het parcours in. Vervolgens gaan ze er mentaal mee aan de slag en beelden ze zich in welke grepen en steunpunten ze in welke volgorde zullen hanteren. Langzaam spelen ze in hun hoofd een choreografie van bewegingen af, als dansers tegen een muur. In die mentale puzzel schuilt volgens Tóth de grote aantrekkingskracht van de sport. 'Elke beklimming is weer ietsje anders. Het is telkens zoeken en je lichaam op een nieuwe manier uitdagen.' En dat is voor ervaren klimmers net hetzelfde als voor beginnelingen. 'Je staat er alleen voor. "Hier heb je een muur. Het maakt niet uit hoe je boven komt, zoek het maar uit"', zegt De Bruyn. De muurklimsport heeft zoals elke sport haar favorieten, maar je kunt nooit voorspellen wie de beste oplossing zal vinden. Die onvoorspelbaarheid merk je ook aan de leeftijd van de winnaars en toppers. De huidige wereldkampioen bij de vrouwen is 17, de wereldkampioen vorig jaar bij de mannen was 35. De jongste die ooit een 8A geklommen heeft (top in moeilijkheidsgraad) was 9 jaar, de oudste 82. Ook dat maakt de sport zo mooi. Dat je geen spierbundel moet zijn, blijkt volgens Tóth ook uit de vaststelling dat kleine, fijne jongeren op termijn vaak meer klimpotentieel ontwikkelen dan hun grotere en sterkere leeftijdgenoten. Hun fysieke achterstand dwingt hen tot meer creativiteit in het zoeken van oplossingen. Later, wanneer ze hun groeispurt beleven, hebben ze een extra voordeel door de verworven technische vaardigheden. Je ziet wel dat klimmers gespierd zijn, zegt Tóth, maar niet overdreven, want elke kilo extra moet mee naar boven. 'Bodybuilders raken bij ons vaak niet erg hoog', glimlacht hij. De Bruyn stelt dat je voor klimmen weliswaar kracht nodig hebt, maar dat het toch vooral een technische sport is en dat je de kracht wel ontwikkelt naarmate je meer klimt. Een te grote focus op kracht is, zeker in het begin, volgens haar niet nodig. 'De truc bij klimmen is net dat je alle bewegingen zo zuinig mogelijk uitvoert, zodat je kracht overhoudt om de top te bereiken. Het is de kunst om onderweg zo weinig mogelijk energie te verliezen.'Muurklimmen is een complete sport, omdat je ook lenig en soepel moet zijn en letterlijk alle spieren moet aanspreken. Je hebt een volledige controle van je lichaam nodig, omdat de variatie van het aantal houdingen en bewegingen groot is. Met krachttraining oefen je meestal slechts een beperkt aantal spiergroepen en riskeer je evenwichten te verstoren. Dat maakt de training voor sportklimmen complex. Er zijn ook veel uiteenlopende visies, zeker met het oog op de voorbereiding op de combinatie van de 3 disciplines voor de Olympische Spelen (zie kader). Veel klimmen is volgens beide topsportbegeleiders nog de beste training. Hoeveel sportklimmers ons land telt, is moeilijk te schatten, zegt Tóth. 'Vermoedelijk enkele tienduizenden, en er komen er voortdurend bij.' De sport is vooral bij jongeren razend populair. In haar club zag De Bruyn het aantal kinderen in een paar jaar stijgen van 15 naar 400. Ze noemt het een prachtige sport voor kinderen, ideaal om hun lichaam te ontwikkelen met hun aangeboren drang om overal op te klauteren. De kinderen stromen toe vanaf 4 à 5 jaar. Op die leeftijd spelen ze vooral en is de klimmuur slechts een deel van het speelveld voor bijvoorbeeld tikkertje of dassenroof. De activiteiten zijn vooral gericht op een goede algemene lichaamsontwikkeling, maar spelend pikken de kinderen al wat technieken op. Pas vanaf ongeveer 12 jaar verschuift de aandacht naar meer systematische klimtraining. Anders dan je misschien zou denken, is klimmen een bijzonder veilige sport. Er heerst een strikte veiligheidscultuur. Het gevolg is dat er veel minder kwetsuren en ongevallen zijn dan in andere sporten. Acute letsels doen zich vooral voor in de boulderzaal, waar klimmers van enkele meters hoog op dikke valmatten landen. Dat draait weleens uit op een (meestal licht) verstuikte pols of enkel door een ongelukkig geplaatste hand of voet.