Dat zijn er 56 meer dan in Athene 2004 (51), 9 meer dan in Peking 2008 (98), maar 13 minder dan in Londen 2012 (120). Toen hadden echter ook de 18 hockeydames, de jumping/eventingploeg (in totaal 9 ruiters) en het achtervolgingsteam op de piste (4 renners) zich geplaatst en die konden zich nu niet kwalificeren - al wordt dat deels gecompenseerd met de damesturnploeg (vijf gymnastes).

Daarnaast nemen nog vier samengestelde teams deel (atletiek 4x400m mannen, zwemmen 4x100m en 4x 200m vrije slag mannen, die er in Londen ook bij waren, en in het zeilen de 49'er, plus één ploeg (de 18 hockeyheren).

De 107 atleten treden aan in een recordaantal disciplines (18, t.o.v. 16 in 2000, 2008 en 2012). Mede te danken aan de versoepeling van de kwalificatiecriteria, want voor Rio werden die van de internationale federaties gevolgd. In vergelijking met Nederland is de Belgische équipe echter vrij klein: de Hollanders sturen liefst 241 sporters naar Rio, ook een record.

De meest ervaren Belgische olympiër is Karin Donckers (45), de eventingruiter die al voor de zesde keer naar de Spelen gaat, een deelname minder dan recordhouders Jean-Michel Saive (tussen 1980 en 2012) en karabijnschieter François Lafortune (tussen 1952 en 1976). Sinds 1992 miste Donckers alleen de Spelen van Atlanta, door een blessure van haar paard.

De gemiddelde leeftijd van de 107 olympiërs bedraagt exact 26 jaar (op de eerste dag van de Spelen). De oudste Belg in Rio wordt ruiter Joris Vanspringel met zijn 53 lentes. Naast hem en Donckers (45) is alleen marathonloopster Veerle Dejaeghere ouder dan 40 (43 jaar).

Benjamin is turnster Senna Deriks, die 15 jaar, 7 maanden en 8 dagen oud zal zijn wanneer ze de kwalificaties per team afwerkt. In die ploeg zijn er nog drie tienergymnastes: Nina Derwael (16), Rune Hermans (17) en Laura Waem (19). Ook taekwondoka Si Mohamed Ketbi (18), zwemmer Basten Caerts (18) en kajakker Artuur Peters (19) zijn jonger dan twintig. Aantal atleten in de andere leeftijdscategorieën: 20 tot 24 jaar (36), 25 tot 29 jaar (46), 30 tot 34 jaar (14) en 35 tot 39 jaar (1).

Van de 107 olympiërs in Rio waren er slechts 40 al bij in Londen 2012. Ruim 60% debuteert dus op de Spelen. Die vrij onervaren/jonge delegatie is ook af te leiden uit het aantal atleten dat lid was/is van Be Gold (63 of 59%). Dat project werd in 2004 opgestart door Bloso, Adeps en het BOIC met als doel jong sporttalent te detecteren en te begeleiden. In Londen bedroeg het aantal Be Goldsporters nog 52 op 120 (43%), in Peking 16 op 97 (slechts 16%).

Opvallend is de ondervertegenwoordiging van de vrouwen: 34 op 107, of amper 31,77%. In Londen was dat nog 36,66% (44 op 120, met weliswaar de hockeydames). Nog minder talrijk zijn de Waalse atleten: slechts 15 op 107 (14%). Met 18 zijn de olympiërs uit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zelfs groter in aantal.

Van alle provincies is Antwerpen het best vertegenwoordigd (25 atleten), gevolgd door Oost-Vlaanderen (17), Limburg (13), West-Vlaanderen (12), Vlaams-Brabant (7), Waals-Brabant (6), Luik (5), Luxemburg (2), Namen (1) en Henegouwen (1). (Bij deze cijfers houden we rekenen met de woonplaats, niet met de geboorteplaats, behalve bij 'Monegasken' Tim Wellens en Philippe Gilbert).

Dat zijn er 56 meer dan in Athene 2004 (51), 9 meer dan in Peking 2008 (98), maar 13 minder dan in Londen 2012 (120). Toen hadden echter ook de 18 hockeydames, de jumping/eventingploeg (in totaal 9 ruiters) en het achtervolgingsteam op de piste (4 renners) zich geplaatst en die konden zich nu niet kwalificeren - al wordt dat deels gecompenseerd met de damesturnploeg (vijf gymnastes).Daarnaast nemen nog vier samengestelde teams deel (atletiek 4x400m mannen, zwemmen 4x100m en 4x 200m vrije slag mannen, die er in Londen ook bij waren, en in het zeilen de 49'er, plus één ploeg (de 18 hockeyheren).De 107 atleten treden aan in een recordaantal disciplines (18, t.o.v. 16 in 2000, 2008 en 2012). Mede te danken aan de versoepeling van de kwalificatiecriteria, want voor Rio werden die van de internationale federaties gevolgd. In vergelijking met Nederland is de Belgische équipe echter vrij klein: de Hollanders sturen liefst 241 sporters naar Rio, ook een record.De meest ervaren Belgische olympiër is Karin Donckers (45), de eventingruiter die al voor de zesde keer naar de Spelen gaat, een deelname minder dan recordhouders Jean-Michel Saive (tussen 1980 en 2012) en karabijnschieter François Lafortune (tussen 1952 en 1976). Sinds 1992 miste Donckers alleen de Spelen van Atlanta, door een blessure van haar paard.De gemiddelde leeftijd van de 107 olympiërs bedraagt exact 26 jaar (op de eerste dag van de Spelen). De oudste Belg in Rio wordt ruiter Joris Vanspringel met zijn 53 lentes. Naast hem en Donckers (45) is alleen marathonloopster Veerle Dejaeghere ouder dan 40 (43 jaar).Benjamin is turnster Senna Deriks, die 15 jaar, 7 maanden en 8 dagen oud zal zijn wanneer ze de kwalificaties per team afwerkt. In die ploeg zijn er nog drie tienergymnastes: Nina Derwael (16), Rune Hermans (17) en Laura Waem (19). Ook taekwondoka Si Mohamed Ketbi (18), zwemmer Basten Caerts (18) en kajakker Artuur Peters (19) zijn jonger dan twintig. Aantal atleten in de andere leeftijdscategorieën: 20 tot 24 jaar (36), 25 tot 29 jaar (46), 30 tot 34 jaar (14) en 35 tot 39 jaar (1).Van de 107 olympiërs in Rio waren er slechts 40 al bij in Londen 2012. Ruim 60% debuteert dus op de Spelen. Die vrij onervaren/jonge delegatie is ook af te leiden uit het aantal atleten dat lid was/is van Be Gold (63 of 59%). Dat project werd in 2004 opgestart door Bloso, Adeps en het BOIC met als doel jong sporttalent te detecteren en te begeleiden. In Londen bedroeg het aantal Be Goldsporters nog 52 op 120 (43%), in Peking 16 op 97 (slechts 16%).Opvallend is de ondervertegenwoordiging van de vrouwen: 34 op 107, of amper 31,77%. In Londen was dat nog 36,66% (44 op 120, met weliswaar de hockeydames). Nog minder talrijk zijn de Waalse atleten: slechts 15 op 107 (14%). Met 18 zijn de olympiërs uit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zelfs groter in aantal.Van alle provincies is Antwerpen het best vertegenwoordigd (25 atleten), gevolgd door Oost-Vlaanderen (17), Limburg (13), West-Vlaanderen (12), Vlaams-Brabant (7), Waals-Brabant (6), Luik (5), Luxemburg (2), Namen (1) en Henegouwen (1). (Bij deze cijfers houden we rekenen met de woonplaats, niet met de geboorteplaats, behalve bij 'Monegasken' Tim Wellens en Philippe Gilbert).