NBA MVP 2019 én 2020: Giannis Antetokounmpo (Milwaukee Bucks). NBA MVP 2021: Nikola Jokic (Denver Nuggets).
...

NBA MVP 2019 én 2020: Giannis Antetokounmpo (Milwaukee Bucks). NBA MVP 2021: Nikola Jokic (Denver Nuggets). Top drie van de MVP 2022-stemming: 1. Jokic (27), 2. Joel Embiid (Philadelphia 76'ers, 28), 3. Antetokounmpo (27). Een primeur in de NBA-geschiedenis, want nog nooit waren er drie niet-Amerikanen bovenaan die ranking geëindigd. Zoals ook een serie van vier opeenvolgende buitenlandse MVP-titels uniek is. Evenveel zelfs als in álle jaren ervoor, sinds het ontstaan van de NBA. Voorheen prijkten alleen de Nigeriaan Hakeem Olajuwon (1994), de Canadees Steve Nash (2005, 2006) en de Duitser Dirk Nowitzki (2007) op die lijst. Het bovengenoemde drietal strooide dan ook met fenomenale en zelfs ongeziene statistieken. Kort samengevat: Jokic was letterlijk de meest waardevolle (voor zijn team), Embiid offensief de meest dominante, en Antetokounmpo is aanvallend én verdedigend misschien wel de beste van de drie. En als de nog altijd pas 23-jarige Sloveen Luka Doncic (Dallas Mavericks) niet zo traag op gang was gekomen, dan had hij zich daar wellicht tussen gewrongen. Een buitenlandse overheersing die deels te verklaren is door blessures bij de Amerikaanse sterren, zoals LeBron James, Kevin Durant en Stephen Curry, maar ook een logisch gevolg van de internationalisering van de NBA in de laatste drie decennia. Niet alleen qua kwaliteit, ook qua kwantiteit: op de 'rosters' van de dertig teams bij de start van dit seizoen stonden 109 niet-Amerikanen. Voor het achtste seizoen op rij telde de NBA zo meer dan 100 international players. In 2021/22 bovendien aangevuld met 12 buitenlandse two way contract players (spelers die vanuit de nevencompetitie G League tijdelijk kunnen invallen) - samen een record van 121, komende uit 40 landen. Die hebben niet alleen het spelniveau in de NBA opgekrikt, maar ook de wereldwijde populariteit ervan. Hoewel de NBA in de VS nog altijd een (relatief) klein broertje van de NFL is, is zijn internationale impact een pak groter, met miljoenen fans tot in de diepste uithoeken van alle continenten. Een groot contrast met de eerste vier decennia van de NBA, toen buitenlanders slechts kleine stipjes aan het NBA-firmament waren. Veelal Canadezen, talenten uit het nabijgelegen Caribisch gebied, of geboren Europeanen die in de VS/Canada opgroeiden. Zoals Hank Biasatti, die in 1946, het debuutjaar van de Basketbal Association of America (later omgedoopt tot NBA) de eerste 'exoot' was, bij de toenmalige Toronto Huskies. Of zoals de Nederlander Swen Nater die op zijn negende al naar de VS verhuisde en in 1973 zijn opwachting maakte in de NBA. Voor coaches en teameigenaars van de (toen weinig populaire/lucratieve) NBA lag de focus tot begin jaren tachtig dan ook vooral op overleven. Niet op het scouten van (nochtans al zeer goeie) spelers aan de andere kant van de oceaan. Pas in 1984 trok de allereerste in Europa opgeleide basketter een NBA-shirt aan, in de Summer League dan nog: de Fransman Hervé Dubuisson. Verder dan dat raakte hij ook niet. Een ster werd de Nigeriaan Hakeem Olajuwon wél. Die werd datzelfde jaar dan ook als eerste gedraft, vóór Sam Bowie én Michael Jordan. Al was ook hij geen 'echte' buitenlander, want gevormd aan de Universiteit van Houston. Hetzelfde geldt voor die andere Afrikaan, de Soedanees Manute Bol. Die maakte eerst twee collegejaren door, in Bridgeport, voor hij in 1985 in de NBA debuteerde - al was hij met zijn 2m31 (!) vooral een curiosum dat shots moest afblokken. Ook de West-Duitser Detlef Schrempf (Washington), de Nederlander Rik Smits (Marist) en de Congolees Dikembe Mutombo (Georgetown) bewandelden eerst het collegepad voor ze in 1986, 1988 en 1991 hun eerste NBA-contract tekenden. Het kantelpunt kwam er in 1988, toen de Sovjet-Unie olympisch basketbalgoud won en de Atlanta Hawks een promotour maakten doorheen Rusland. Zo werd de poort richting de VS voor Oost-Europese spelers meer en meer opengezet, mede door het verdwijnen van het IJzeren Gordijn in 1989 en de daaropvolgende implosie van de Sovjet-Unie in 1991. In 1989 maakten de Kroaat Drazen Petrovic (in 1993 omgekomen bij een verkeersongeval), de Serviër Vlade Divac en de Litouwer Sarunas Marciulionis zo rechtstreeks de oversteek vanuit Europa. Nog significanter: de mondiale impact van het dreamteam tijdens en na de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona, de eerste keer dat NBA-spelers op dat toneel mochten acteren. Met de misschien wel beste selectie ooit verzameld, inclusief supervedettes Michael Jordan, Magic Johnson en Larry Bird die al in de VS vanaf begin/midden jaren tachtig de populariteit van de NBA hadden opgetild. Het leidde tot een bredere instroom van buitenlanders in de NBA, zoals Toni Kukoc (1993, bij kampioen Chicago Bulls) en Arvidas Sabonis (1995). Steeds meer gingen ook NBA-teams scouten in Europa, om onontgonnen diamanten op te delven. In 1998 draften de Sacramento Kings de Serviër Peja Stojakovic en haalden de Dallas Mavericks de Duitser Dirk Nowitzki binnen. In de VS volslagen onbekend, want uitkomend voor tweedeklasser Würzburg, maar na een aanpassingsperiode zou hij wel uitgroeien tot de meest succesvolle Europeaan ooit in de NBA, inclusief een MVP-titel in 2007 (als eerste Europeaan) en een NBA-titel in 2011. In zijn spoor volgden in 2001 ook de Spanjaard Pau Gasol, de in Brugge geboren Fransman Tony Parker en de Argentijn Manu Ginóbili. Die laatste twee niet toevallig gedraft door de San Antonio Spurs, van coach Gregg Popovich, bekend om zijn letterlijk en figuurlijk grensverleggende aanpak. Met succes, want Parker en Ginobili ontpopten zich naast Tim Duncan, afkomstig van de Amerikaanse Maagdeneilanden, tot de sleutelfiguren van de Spurs op weg naar vier NBA-titels. Parker werd in 2007 ook verkozen tot de eerste Finals MVP uit Europa. Zij, Nowitzki en Gasol (twee titels met de LA Lakers) maakten definitief komaf met het cliché dat buitenlanders, vooral de Europeanen, te soft waren voor de NBA. Met hun teamspirit, leergierigheid, honger en allroundskills (vaak beter opgeleid in Europa dan in Amerikaanse colleges, waar vooral het fysieke aspect benadrukt wordt) bleken zij een grote meerwaarde. Minder succesvol met zijn team, maar minstens even belangrijk, de Chinees Yao Ming, in 2002 als eerste niet-Amerikaan/Afrikaan gedraft, door de Houston Rockets. De 2m29 grote center werd ondanks veel blessures een achtvoudig All-Star en voor de NBA vooral een hefboom om de gigantische Aziatische markt open te breken. Het zou de league geen windeieren leggen, want NBA China groeide uit tot een business van vele honderden miljoenen dollars. Voor de NBA was die mondialisering dan ook een van zijn prioriteiten, met verschillende sinds 2000 ontrolde programs. Zoals in 2001 Basketball Without Borders: basketbalkampen die, in samenwerking met wereldbasketbalbond FIBA en ex-NBA-spelers als ambassadeurs, wereldwijd werden georganiseerd, in de VS ook naar aanleiding van het jaarlijkse All Star Game. Daaraan namen al 4000 jonge talenten uit ruim 130 landen deel. Een extra inspiratie die de weg plaveide voor intussen negentig spelers die sinds 2001 gedraft werden of een NBA-contract tekenden, onder wie tien in de jongste NBA-draft, een record. Voormalige bekende campers zijn onder meer Joel Embiid en Pascal Siakam (Kameroen), Deandre Ayton (Bahama's), Rui Hachimura (Japan), Jonas Valanciunas (Litouwen), Danilo Gallinari (Italië) en Marc Gasol (Spanje). In 2016 ging de NBA een stap verder, met zijn nieuwe Academy Program. Permanente talentenacademies die in verschillende continenten werden opgezet, gesteund door nationale federaties: in India, China (gefocust op alleen die landen), Senegal, Mexico (met talenten vanuit heel Afrika en Centraal/Zuid-Amerika) en Australië (met een Global Academy voor spelers overal ter wereld). Teams van die academies spelen ook geregeld toernooien in de VS, zoals in de G League Showcase, zodat ze makkelijker in het oog van NBA-scouts kunnen springen. Eerste vrucht van het Academy Program, als zesde in de NBA Draft van 2021, werd afgelopen seizoen de Australiër Josh Giddey, die op zijn pas negentiende al hoge ogen gooide bij de Oklahoma City Thunder. Geen toeval dat die op zijn jonge leeftijd al NBA ready is, gezien de doorgedreven opleiding in de academies, op fysiek, mentaal, technisch én sociaal vlak. Met zijn Junior en Basketball School Program mikt de NBA zelfs op een nog jongere leeftijd: tien- tot veertienjarigen. Jaarlijks wordt sinds 2018 in de VS zo een Jr. NBA Global Championship georganiseerd, een toernooi waaraan zo'n 350 13/14-jarigen uit een veertigtal landen deelnemen. Met al zijn programma's is de NBA nu actief in 145 landen. Een global basketball ecosystem dat de International Basketball Operations-afdeling van de NBA wil uitbreiden tot 170. Zo moet op middellange termijn de aanwas van buiten de VS verder aangroeien, met nog meer (top)spelers van overal ter wereld. Geïnspireerd door de voorbeelden van Joel Embiid, Nikola Jokic, Giannis Antetokounmpo en Luka Doncic, die op hun beurt van de NBA begonnen te dromen door de prestaties van hun voorgangers Dirk Nowitzki en co. Bovendien bewijzend dat je ook als niet 'top prospect' het kruim van de NBA kunt bereiken, door keihard te werken en geduld te oefenen: Antetokounmpo werd als 15e gedraft in 2013, Jokic zelfs pas als 41e, in 2014. Met de Griek als ultieme voorbeeld én als uithangbord van de globalisering van de NBA: als zoon van Nigeriaanse immigranten opgegroeid in de straten van Athene, waar hij als kind in de schaduw van de Akropolis prullaria verkocht om het gezin met vier zonen mee te helpen onderhouden, tot NBA-kampioen, vorig jaar met Milwaukee. Geen toeval dus dat de NBA de Bucks van Antetokounmpo al eerder, in januari 2020, uitkoos om de allereerste reguliere seizoensmatch op het Europese vasteland te spelen, in Parijs tegen de Charlotte Hornets, eigendom van... Michael Jordan. Want ook dat is de NBA: niet alleen de grootste talenten naar Amerikaanse bodem halen, maar hen al sinds begin jaren negentig, surfend op de dreamteamhype, in de rest van de wereld in de etalage plaatsen. Door hen via de NBA Global Games voor de ogen van duizenden Aziatische, Europese en Centraal/Zuid-Amerikaanse basketballiefhebbers te laten spelen. Ook hier met als doel: de fanbasis vergroten. Ondersteund door de immense marketingmachine van de NBA die wijlen commissioner David Stern al eind de jaren tachtig in gang zette. Door niet de teams de promoten, maar zijn stérren, met name Michael Jordan. Zoals toen miljoenen jonge basketbalspelers overal ter wereld een Be Like Mike-droom hadden, zo zijn er nu een veelvoud die de nieuwe Giannis, Joel, Nikola of Luka willen zijn. Of hoe de N(ational) B(asketball) A(ssociation) de G(lobal) B(asketball) A(ssociation) is geworden.