'Dit moet een grap zijn, dat was het eerste wat door mijn hoofd flitste, tot de computer het bevestigde: ik was, na zeven jaar, opnieuw de nummer één van de wereld', reageerde Timo Boll in de Frankfurter Allgemeine Zeitung, toen hij zijn landgenoot Dimitrij Ovtcharov aan de top van de ranglijst afloste. Vreemd en vooral onverwacht, na een paar weken waarin hij geen toernooien speelde, terwijl de twee spelers die hem op de ranglijst voorafgingen - Ovtcharov en Fan Zhendong - op de World Team Cup enkele wedstrijden verloren en daardoor plaatsen moesten inleveren.
...

'Dit moet een grap zijn, dat was het eerste wat door mijn hoofd flitste, tot de computer het bevestigde: ik was, na zeven jaar, opnieuw de nummer één van de wereld', reageerde Timo Boll in de Frankfurter Allgemeine Zeitung, toen hij zijn landgenoot Dimitrij Ovtcharov aan de top van de ranglijst afloste. Vreemd en vooral onverwacht, na een paar weken waarin hij geen toernooien speelde, terwijl de twee spelers die hem op de ranglijst voorafgingen - Ovtcharov en Fan Zhendong - op de World Team Cup enkele wedstrijden verloren en daardoor plaatsen moesten inleveren. Rond de jaarwisseling had Thomas Weikert, voorzitter van de internationale tafeltennisbond (ITTF), nochtans een reglementswijziging doorgevoerd, waardoor nederlagen minder zwaar werden aangerekend en spelers daardoor ontmoedigd zouden worden om toernooien te laten passeren. Tevergeefs. De Duitse voorzitter lag al enkele maanden onder vuur, nadat concurrenten van Boll en Ovtcharov hem ervan beschuldigden dat hij de reglementen had aangepast om zijn landgenoten te bevoordelen. Het kan, zo klonk het, geen toeval zijn dat sinds de reglementswijziging uitgerekend twee Duitsers - voor het eerst sinds lang - de wereldranglijst aanvoerden. 'Onzin. In de nieuwe berekening worden alleen de beste acht resultaten van de laatste twaalf maanden meegeteld en daarin hebben ze het best gepresteerd. Bovendien hebben ze maximaal geprofiteerd van het geschil tussen de beste Chinese spelers en hun federatie', aldus Weinkert. Ma Long, Xu Xin en Fan Zhendong leven sinds juni 2017 op voet van oorlog met hun nationale federatie, die besliste om Liu Guoliang - sinds 2003 hun coach - tot vicepresident van de Chinese tafeltennisbond te bombarderen. Het drietal liet zich op het toernooi van Chengdu moedwillig verliezen, waarna ze van de ITTF elk een boete kregen van 16.000 euro en door hun federatie geschorst werden, waardoor ze maanden aan geen toernooien mochten deelnemen. 'Ze doen maar. We hebben zelfs geen zin om hier tegen te vechten. We missen je, Liu', schreven de drie op Weibo, de Chinese equivalent van Twitter. De gevolgen van de boycot/schorsing waren te zien op de Men's World Cup in Luik, waar de Chinezen door de mand vielen en Boll - in een finale tegen Ovtcharov - verrassend het goud won. 'Een historische dag voor het Duitse tafeltennis', noteerde de Frankfurter Allgemeine Zeitung, waarin Boll terugblikte op zijn nieuwe status: 'Vijftien jaar geleden, op mijn 22e, stond ik voor de eerste keer op nummer één. Het is onwaarschijnlijk dat ik nog altijd met de allerbesten kan concurreren.' Maar de bekendste inwoner van Erbach, een piepklein stadje in de Duitse deelstaat Hessen, relativeert ook: 'Mijn grote geluk is dat ik in mijn carrière van blessures gespaard ben gebleven en dat de Chinezen een tijdje afwezig waren. Ik durf mezelf niet de allerbeste speler ter wereld te noemen.'