Na zestien dagen topsport op Japanse bodem staat de teller voor België op drie keer goud, een keer zilver en drie keer brons. Met zeven medailles is de oogst groter dan vijf jaar geleden in Rio de Janeiro. Toen won ons land twee medailles in elke kleur. Ook qua aantal olympische diploma's (top acht, 26 tegen 19) doet deze delegatie beter.

Voor drie keer goud moeten we al teruggaan naar de Olympische Spelen van 1924 in Parijs. Het toont aan hoe moeilijk het voor Belgen is een olympische titel binnen te halen. Twee gouden medailles op rij lukte zelfs nog nooit en het zet de prestatie van Nafi Thiam nog meer in de verf. De zevenkampster bezweek net niet onder de loodzware druk, al barstte ze na haar competitie wel in tranen uit nadat ze mentaal en fysiek tot de limiet was gegaan.

Thiam veroverde haar tweede gouden medaille op donderdag 5 augustus, een dag die ook bij de Belgische hockeymannen voor altijd in het geheugen gegrift zal staan. De Red Lions vervolledigden in Tokio hun indrukwekkende erelijst waarop al een wereld- en Europese titel prijkten. Met het vertrek van succescoach Shane McLeod kan het team nu aan een nieuwe cyclus beginnen.

Enkele dagen voor de dubbelslag van Thiam en de hockeymannen had Nina Derwael al Belgische turngeschiedenis geschreven. De 21-jarige Limburgse slingerde zich aan de brug met ongelijke leggers als eerste Belgische gymnaste ooit naar olympisch goud. Na twee wereldtitels een nieuw en absoluut hoogtepunt voor Derwael, die al heeft laten verstaan door te willen gaan tot de volgende Spelen in Parijs.

In 2016 zorgde Greg Van Avermaet al op de eerste dag van de Spelen voor een delirium met zijn gouden sprint aan het strand van Copacabana. Vijf jaar later deed Wout van Aert het hem bijna na in Japan. Na een indrukwekkende prestatie op het loodzware parcours aan de voet van Mount Fuji sprintte hij naar de tweede plaats achter de ontsnapte Ecuadoraan Richard Carapaz. Daarna was het beste er wel af in de tijdrit.

Matthias Casse stond in Brazilië als sparringpartner naast de mat toen Dirk Van Tichelt zich naar brons vocht. Als regerend wereldkampioen en nummer 1 op de ranking wilde de hyperambitieuze Casse in Japan, de bakermat van het judo, beter doen maar hij strandde, weliswaar geplaagd door een schouderblessure, op plek drie.

Brons was er in het slotweekend ook voor de jumpingruiters. Pieter Devos, Gregory Wathelet en Jérôme Guery tekenden in de teamfinale voor de eerste Belgische medaille in de ruitersport sinds Montreal 1976. En net als in Canada, toen met Karel Lismont, won ook in Japan een Belg brons in de marathon. Bashir Abdi zorgde op de slotdag van de Spelen voor een mooi orgelpunt.

De Gentenaar greep zijn kans op olympische glorie, waar andere landgenoten die lieten liggen. Dat is zeker de spijtige conclusie voor de Belgian Cats. De weg naar een onverhoopte olympische medaille leek open te liggen, maar in de kwartfinale tegen gastland Japan gaven de basketvrouwen het nog helemaal uit handen. Emma Meesseman en co. lieten na afloop de tranen de vrije loop.

De Cats sloten hun toernooi af op plaats zeven, precies het aantal keren dat een Belg of Belgisch team in Japan op de ondankbare vierde plek strandde. Voor de Belgian Tornados was het al de derde maal, na 2008 en 2016. De broers Borlée zullen hun indrukwekkende carrière vermoedelijk afsluiten zonder olympisch eremetaal. Ook Kenny De Ketele werd al eens vierde, in 2008 met Iljo Keisse. Dit keer reed hij de ploegkoers met Robbe Ghys.

Lotte Kopecky was misschien wel de pechvogel onder de Belgen. Nadat ze in het openingsweekend nipt het podium miste tijdens de wegrit, kwam ze tijdens de slotdagen van de Spelen zowel in de ploegkoers (met Jolien D'hoore) als in het omnium ten val.

Andere Belgische teams die in de buurt van eremetaal kwamen, zijn de 3x3 Lions (ook vierde, weliswaar in een deelnemersveld met slechts acht landen), de Belgian Sharks Tim Brys en Niels van Zandweghe in de lichte dubbeltwee (vijfde) en de gemengde aflossingsteams in het triatlon en de 4x400 meter (vijfde).

In de schaduw van Nafi Thiam zorgde Noor Vidts bijna voor een stunt in de zevenkamp. De Vilvoordse viel net naast het podium maar kon gezien haar vele pr's alleen maar tevreden zijn. Hetzelfde gevoel leefde bij triatleet Marten van Riel, ook vierde achter (te) sterke tegenstand. Voor zeilster Emma Plasschaert (indrukwekkend in de medalrace maar iets te wisselvallig in de Fleetreeksen) smaakte de vierde plek wellicht een pak zuurder.

Een eervolle vermelding is zeker op zijn plaats voor Nina Sterckx. De pas negentienjarige gewichthefster eindigde in de klasse tot 49 kg op een knappe vijfde plek. Kajakster Hermien Peters (zesde in K1 500 meter) en zwemster Fanny Lecluyse (achtste op 200 meter schoolslag) keerden eveneens met een olympisch diploma huiswaarts, net als judoka Charline Van Snick (zevende in -52 kg) en de vrouwen van Team BelGym (achtste in teamfinale) en de Belgian Cheetahs (zevende in 4x400m).

Voor een aantal Belgen werd Tokio een regelrechte afknapper. Gevestigde waarden zoals tennisster Elise Mertens, golfer Thomas Pieters, taekwondoka Jaouad Achab en judoka Toma Nikiforov trokken met steile ambities naar Japan maar konden die niet waarmaken. Nieuwe gezichten in kleinere sporten zoals Jessie Kaps (10m luchtgeweer), Jarno De Smedt (boogschieten), Axel Cruysberghs en Lore Bruggeman (skateboarden) en Gabriel De Coster (K1 kajak slalom) betaalden dan weer leergeld.

Naast al het sportieve geweld zullen de Zomerspelen van de XXXIIe Olympiade ook de geschiedenis ingaan als de editie die gebukt ging onder de coronapandemie. Met een jaar vertraging, een unicum in vredestijd, trok de hoogmis van de sport zich uiteindelijk op gang. Maar de vele strikte gezondheidsregels en vooral de lege tribunes zorgden er toch voor dat de unieke olympische beleving vaak ver te zoeken was. In Parijs kruist men alvast de vingers dat het coronavirus over drie jaar niet meer dan een nare herinnering is. Faites vos jeux.

Na zestien dagen topsport op Japanse bodem staat de teller voor België op drie keer goud, een keer zilver en drie keer brons. Met zeven medailles is de oogst groter dan vijf jaar geleden in Rio de Janeiro. Toen won ons land twee medailles in elke kleur. Ook qua aantal olympische diploma's (top acht, 26 tegen 19) doet deze delegatie beter. Voor drie keer goud moeten we al teruggaan naar de Olympische Spelen van 1924 in Parijs. Het toont aan hoe moeilijk het voor Belgen is een olympische titel binnen te halen. Twee gouden medailles op rij lukte zelfs nog nooit en het zet de prestatie van Nafi Thiam nog meer in de verf. De zevenkampster bezweek net niet onder de loodzware druk, al barstte ze na haar competitie wel in tranen uit nadat ze mentaal en fysiek tot de limiet was gegaan. Thiam veroverde haar tweede gouden medaille op donderdag 5 augustus, een dag die ook bij de Belgische hockeymannen voor altijd in het geheugen gegrift zal staan. De Red Lions vervolledigden in Tokio hun indrukwekkende erelijst waarop al een wereld- en Europese titel prijkten. Met het vertrek van succescoach Shane McLeod kan het team nu aan een nieuwe cyclus beginnen. Enkele dagen voor de dubbelslag van Thiam en de hockeymannen had Nina Derwael al Belgische turngeschiedenis geschreven. De 21-jarige Limburgse slingerde zich aan de brug met ongelijke leggers als eerste Belgische gymnaste ooit naar olympisch goud. Na twee wereldtitels een nieuw en absoluut hoogtepunt voor Derwael, die al heeft laten verstaan door te willen gaan tot de volgende Spelen in Parijs. In 2016 zorgde Greg Van Avermaet al op de eerste dag van de Spelen voor een delirium met zijn gouden sprint aan het strand van Copacabana. Vijf jaar later deed Wout van Aert het hem bijna na in Japan. Na een indrukwekkende prestatie op het loodzware parcours aan de voet van Mount Fuji sprintte hij naar de tweede plaats achter de ontsnapte Ecuadoraan Richard Carapaz. Daarna was het beste er wel af in de tijdrit. Matthias Casse stond in Brazilië als sparringpartner naast de mat toen Dirk Van Tichelt zich naar brons vocht. Als regerend wereldkampioen en nummer 1 op de ranking wilde de hyperambitieuze Casse in Japan, de bakermat van het judo, beter doen maar hij strandde, weliswaar geplaagd door een schouderblessure, op plek drie. Brons was er in het slotweekend ook voor de jumpingruiters. Pieter Devos, Gregory Wathelet en Jérôme Guery tekenden in de teamfinale voor de eerste Belgische medaille in de ruitersport sinds Montreal 1976. En net als in Canada, toen met Karel Lismont, won ook in Japan een Belg brons in de marathon. Bashir Abdi zorgde op de slotdag van de Spelen voor een mooi orgelpunt. De Gentenaar greep zijn kans op olympische glorie, waar andere landgenoten die lieten liggen. Dat is zeker de spijtige conclusie voor de Belgian Cats. De weg naar een onverhoopte olympische medaille leek open te liggen, maar in de kwartfinale tegen gastland Japan gaven de basketvrouwen het nog helemaal uit handen. Emma Meesseman en co. lieten na afloop de tranen de vrije loop. De Cats sloten hun toernooi af op plaats zeven, precies het aantal keren dat een Belg of Belgisch team in Japan op de ondankbare vierde plek strandde. Voor de Belgian Tornados was het al de derde maal, na 2008 en 2016. De broers Borlée zullen hun indrukwekkende carrière vermoedelijk afsluiten zonder olympisch eremetaal. Ook Kenny De Ketele werd al eens vierde, in 2008 met Iljo Keisse. Dit keer reed hij de ploegkoers met Robbe Ghys. Lotte Kopecky was misschien wel de pechvogel onder de Belgen. Nadat ze in het openingsweekend nipt het podium miste tijdens de wegrit, kwam ze tijdens de slotdagen van de Spelen zowel in de ploegkoers (met Jolien D'hoore) als in het omnium ten val. Andere Belgische teams die in de buurt van eremetaal kwamen, zijn de 3x3 Lions (ook vierde, weliswaar in een deelnemersveld met slechts acht landen), de Belgian Sharks Tim Brys en Niels van Zandweghe in de lichte dubbeltwee (vijfde) en de gemengde aflossingsteams in het triatlon en de 4x400 meter (vijfde). In de schaduw van Nafi Thiam zorgde Noor Vidts bijna voor een stunt in de zevenkamp. De Vilvoordse viel net naast het podium maar kon gezien haar vele pr's alleen maar tevreden zijn. Hetzelfde gevoel leefde bij triatleet Marten van Riel, ook vierde achter (te) sterke tegenstand. Voor zeilster Emma Plasschaert (indrukwekkend in de medalrace maar iets te wisselvallig in de Fleetreeksen) smaakte de vierde plek wellicht een pak zuurder. Een eervolle vermelding is zeker op zijn plaats voor Nina Sterckx. De pas negentienjarige gewichthefster eindigde in de klasse tot 49 kg op een knappe vijfde plek. Kajakster Hermien Peters (zesde in K1 500 meter) en zwemster Fanny Lecluyse (achtste op 200 meter schoolslag) keerden eveneens met een olympisch diploma huiswaarts, net als judoka Charline Van Snick (zevende in -52 kg) en de vrouwen van Team BelGym (achtste in teamfinale) en de Belgian Cheetahs (zevende in 4x400m). Voor een aantal Belgen werd Tokio een regelrechte afknapper. Gevestigde waarden zoals tennisster Elise Mertens, golfer Thomas Pieters, taekwondoka Jaouad Achab en judoka Toma Nikiforov trokken met steile ambities naar Japan maar konden die niet waarmaken. Nieuwe gezichten in kleinere sporten zoals Jessie Kaps (10m luchtgeweer), Jarno De Smedt (boogschieten), Axel Cruysberghs en Lore Bruggeman (skateboarden) en Gabriel De Coster (K1 kajak slalom) betaalden dan weer leergeld. Naast al het sportieve geweld zullen de Zomerspelen van de XXXIIe Olympiade ook de geschiedenis ingaan als de editie die gebukt ging onder de coronapandemie. Met een jaar vertraging, een unicum in vredestijd, trok de hoogmis van de sport zich uiteindelijk op gang. Maar de vele strikte gezondheidsregels en vooral de lege tribunes zorgden er toch voor dat de unieke olympische beleving vaak ver te zoeken was. In Parijs kruist men alvast de vingers dat het coronavirus over drie jaar niet meer dan een nare herinnering is. Faites vos jeux.