Om succes te boeken in de (top)sport, moet je winnen. En dat doe je met goede spelers, trainers, therapeuten, enzovoort in je team, wat dan weer neerkomt op het beschikbare budget. Maar er is natuurlijk meer in het spel. Factoren als voorbereiding, fysieke en technische kwaliteiten, teamgeest, sfeer in het stadion, enzovoort bepalen mee in winst of verlies. Een complex boeltje dus. Om daar slim mee om te gaan, beschik je maar beter over de best mogelijke informatie. En dat betekent tegenwoordig: zo handig mogelijk gebruik maken van technologie en data-analyse.

Nu ben ik net terug van een tweedaags evenement op Camp Nou, de voetbaltempel van FC Barcelona. Daar ging voor het tweede jaar op rij het 'Sports Technology Symposium' door. Waarom? De club heeft goed begrepen wat het moet doen om de juiste informatie te verzamelen om zo tot de beste beslissingen te kunnen komen. Net als Real Madrid, waar Microsoft ondertussen ook het 'Global Sports Innovation Center' heeft ondergebracht, en naar het voorbeeld van nog wel wat andere grote clubs wil Barcelona een 'innovatiehub' zijn voor sporttechnologie. Dat maakt de club slimmer. Lees: zo hopen zij meer wedstrijden en kampioenschappen te winnen, en daar een cent aan te verdienen. En daarbij, zo zeggen ze, willen ze er een open blik op nahouden. Vandaar de conferentie.

Kristof De Mey
© Kristof De Mey

De club heeft al 20 mensen in dienst die puur verantwoordelijk zijn voor het nuttig gebruik van de beschikbare technologie en de analyse van de data die daarmee wordt verzameld. Aan het hoofd daarvan staat Raúl Peláez, die dit alles coördineert en de lijnen richting toekomst uittekent. Bovendien heeft FC Barcelona ook teams in basketbal, handbal, zaalvoetbal en inline hockey. Dat op zich zorgt al voor kruisbestuiving. Technologie kan samen aangekocht en gebruikt worden, en de één kan leren van de ander. Ook dat is slim.

Ik hoor het u wel denken. Hoeveel statistiek je ook toepast, sport is niet terug te brengen tot wiskundige modellen. U heeft gelijk. Ondanks alle innovatie blijft sport toch gewoon een spel. En gelukkig maar. Je kan de beste zijn op papier, maar daarom win je de match nog niet. Anderzijds liegen cijfers (meestal) niet. Het gaat er dus om de juiste factoren te selecteren, daarvan gegevens te verzamelen en er vervolgens zo verstandig mogelijk mee om te gaan. Net dat is nu in volle opmars. Via allerhande wearables, video analyses, positiebepalingen, lichaamsmetingen, etc. verzamelt men een massa aan gegevens, waar men vervolgens allerlei analyses op loslaat, tot artificiële intelligentie toe. Het aantal innovaties, wetenschappelijke onderzoeken en evenementen waar experts daaromtrent van gedachten wisselen, is niet meer bij te houden. Dat dit de toekomst van topsportbegeleiding is, dat hebben ze daar bij de Catalaanse club alvast zeer goed begrepen.

Wat wist men bij FC Barcelona dan precies te vertellen? Dit waren volgens mij de 5 leukste nieuwtjes:

  • Pablo Manzanet van Villareal stelde voor om een globale standaard te ontwikkelen voor de vele beschikbare technologieën die nu in staat zijn de positie van de spelers op het veld te bepalen. Daar is nogal wat om te doen, vooral omdat er een vrij grote variatie bestaat tussen technologieën als bv. GPS, indoor positiebepaling en videotracking. Darragh Connolly van Juventus bevestigde dat met klem. Hij pleit voor een doorgedreven validatie van de verschillende systemen zodat de analisten zeker kunnen zijn van hun gegevens en de bijhorende inzichten die uiteindelijk het verschil moeten gaan maken op het veld.
  • Het gebruik van virtual reality als een trainingstool. Nu positiedata van spelers meer en meer beschikbaar komen, opent dit de opportuniteit om deze te gaan gebruiken in simulaties met bv. virtual reality headsets. Bij PSV Eindhoven is men daar al mee aan het experimenteren. Hetzelfde geldt naar revalidatie toe. Als je dan toch zoveel gegevens hebt van een speler van toen hij nog normaal functioneerde, kan je die zowel gebruiken als een benchmark voor het geval die op de terugweg is uit blessure.
  • Open innovatie. De tijd dat clubs zoveel mogelijk achter gesloten deuren werken, lijkt voorbij. Vertrekken vanuit de eigen sterkte, dat wel, maar daarnaast ook partnerships zoeken met de besten der aarde. Ook bij Tony Strudwick van Manchester United klonk de roep naar het beter delen van data tussen teams, om zo innovatie te stimuleren. Benieuwd hoe dit gaat evolueren, want 'open' en 'open' zijn in topsport nog altijd twee.
  • Om open innovatie nog meer te stimuleren, beginnen clubs of competities 'hackathons' te organiseren. Zo daagde Manchester City onlangs studenten, sportprofessionals, ingenieurs, ondernemers, en anderen uit om oplossingen te creëren voor hun specifieke uitdagingen. Ook de NBA organiseerde onlangs zo een event. Waarom? Zo'n initiatieven brengen creatieve geesten richting club(s) en zorgen ervoor dat de coaching staff(s) uiteindelijk alweer een stukje slimmer worden.
  • Van het lab naar het veld, en omgekeerd. De laatste jaren is er een trend naar meer en meer begeleiding van sporters op het veld. Een labo is uiteindelijk geen echte weergave van de realiteit. Nochtans is er ook een tegenbeweging, zeker op topniveau. Gespecialiseerde analyses kunnen immers net dat tikkeltje verschil maken, en daarvoor komt men graag nog eens op visite bij een centrum gespecialiseerd in bv. sportvoeding, beweging analyse of trainingsadviezen.

Technologie en data is één ding, het gebruik ervan iets anders

Gevorderde data-analyse blijkt dus meer en meer de sleutel tot succes. Maar wat ben je met Excelfiles en allerlei grafieken? Het is natuurlijk hetgeen je ermee doet en hoe je dit geïmplementeerd krijgt in de praktijk, dat telt. Daar wringt het schoentje wel eens. Coaches willen maar al te vaak dat alles gisteren al gebruiksklaar was: direct, simpel en uiterst effectief. Zo werkt het nu ook weer niet natuurlijk. Daarom dat clubs die een beetje verstandig naar de toekomst kijken, nauwe samenwerkingen opstarten met iedereen die ook maar wat verstand heeft van die dingen, wetenschappers en bedrijven bijvoorbeeld.

Kristof De Mey
© Kristof De Mey

Bij Barcelona hebben ze daar ook nog wat anders op gevonden. Alles wordt eerst uitgetest in het B-team. Daar ligt de druk iets minder hoog, en kan men alles rustig uitproberen. Eens alles werkt zoals het zou moeten, is de tijd rijp voor het A-team. De Golden State Warriors blijken hetzelfde te doen met de Amerikaanse basketbalsterren.

En wat met de privacy en beveiliging van al die data? Dat blijft, ook op dat niveau, een issue. Van wie zijn de data die de club verzamelt? Van de club, of van de speler? Of van beiden? En wat mogen die bedrijven daar wel en niet mee doen? Naar verluidt heeft de FIFA hiervoor recent een expertgroep samengesteld om een antwoord te bieden op die vragen. De resultaten daarvan zouden vervolgens deel gaan uitmaken van de spelerscontracten.

Ondertussen verdienen vele bedrijven goed geld met dergelijke technologie en vliegen de claims ons om de oren, hoewel de accuraatheid, betrouwbaarheid en validiteit van die toestellen vaak te wensen overlaat. Maar goed, het ontwikkelt zich allemaal aan een ongezien tempo, en wie wil nu de digitalisatiegolf, die zich in zovele sectoren aan het afspelen is, missen?

Nog meer tips voor succes?!

Ja. Wil je spelers motiveren om met technologie om te gaan, zorg er dan voor dat die mobiel beschikbaar is, zo zegt Peláez. Via apps dus. En daar mag wat competitie inzitten. Topsporters houden er wel van: een wedstrijdje om 't er eerst de mooiste parkeerplaats innemen, of om 't er slimst aan het trainen gaan. Het maakt ze niet veel uit, als het maar leuk is. Is dergelijke aanpak momenteel nog enkel weggelegd voor de 'happy few'? Een beetje wel. Toch zeker als het over teamsport gaat. Al zijn er ook al ondernemingen die zich richten op de subtop.

Kristof De Mey
© Kristof De Mey

Dan nog een tip voor wie eraan zou denken zelf iets nieuws te gaan ontwikkelen. Zorg ervoor dat het niet te invasief is. We zijn nog niet zover dat spelers een chip laten inplanten, integendeel. De meerderheid houdt niet van allerhande 'wearables'. De grote uitdaging is dan ook dat spelers het spel leuk blijven vinden, en niet merken dat ze worden opgemeten, ook al is dat in hun eigen voordeel. Technologie moet de fun van het spel stimuleren, niet afremmen.

En dan is er nog 'de twaalfde man'. De fan. Ook die inzetten om te winnen, dat is pas slim. Allerhande trucjes worden dan ook nu al uitgespeeld om de supporter nog meer te binden aan de club.

Real Madrid is daar een mooi voorbeeld van. Om met hun 450 miljoen supporters wereldwijd vlot te communiceren, vond de club de oplossing bij Microsoft. Die reikte hen oplossingen aan voor sociale media gebruik, video replays, e-commerce, enz. Het ultieme doel daarvan is gepersonaliseerde communicatie tussen club en fan, 'in the moment' en dat op een klantvriendelijke manier, met winst voor de club én de fan. Op die manier hoopt de club uiteraard ook het aantal fans te vergroten, wat dan weer financieel iets oplevert. Iets dat Benfica nu ook is gestart, en in de States al wat meer is doorgevoerd, denk maar aan de Super Bowl.

Bij ons is Club Brugge recent diezelfde weg in gegaan, en andere clubs volgen mondjesmaat. Net vandaag organiseert de KBVB samen met de Pro League een 'Multimedia Day', waarop de nationale ploeg(en) en eerste klasse clubs kennismaken met enkele van de voornaamste technologie providers. Benieuwd welke de impact van dat alles zal zijn op hoe jij en ik onze volgende wedstrijd beleven.

En weet je wat ik onlangs op (alweer) een sportinnovatie congres in Düsseldorf ontdekte? Een Belg (Wim Schreurs van 'We Are The Coach') die een app ontwikkelt om de wijsheid van de duizenden fans in het stadion in real-time om te zetten in adviezen voor de coach. Een briljant idee, als u het mij vraagt. Hoopgevend ook, want mocht een Belgische club dan toch ooit eens uitkomen tegen teams als FC Barcelona, zullen we die app goed kunnen gebruiken.

Om succes te boeken in de (top)sport, moet je winnen. En dat doe je met goede spelers, trainers, therapeuten, enzovoort in je team, wat dan weer neerkomt op het beschikbare budget. Maar er is natuurlijk meer in het spel. Factoren als voorbereiding, fysieke en technische kwaliteiten, teamgeest, sfeer in het stadion, enzovoort bepalen mee in winst of verlies. Een complex boeltje dus. Om daar slim mee om te gaan, beschik je maar beter over de best mogelijke informatie. En dat betekent tegenwoordig: zo handig mogelijk gebruik maken van technologie en data-analyse. Nu ben ik net terug van een tweedaags evenement op Camp Nou, de voetbaltempel van FC Barcelona. Daar ging voor het tweede jaar op rij het 'Sports Technology Symposium' door. Waarom? De club heeft goed begrepen wat het moet doen om de juiste informatie te verzamelen om zo tot de beste beslissingen te kunnen komen. Net als Real Madrid, waar Microsoft ondertussen ook het 'Global Sports Innovation Center' heeft ondergebracht, en naar het voorbeeld van nog wel wat andere grote clubs wil Barcelona een 'innovatiehub' zijn voor sporttechnologie. Dat maakt de club slimmer. Lees: zo hopen zij meer wedstrijden en kampioenschappen te winnen, en daar een cent aan te verdienen. En daarbij, zo zeggen ze, willen ze er een open blik op nahouden. Vandaar de conferentie.De club heeft al 20 mensen in dienst die puur verantwoordelijk zijn voor het nuttig gebruik van de beschikbare technologie en de analyse van de data die daarmee wordt verzameld. Aan het hoofd daarvan staat Raúl Peláez, die dit alles coördineert en de lijnen richting toekomst uittekent. Bovendien heeft FC Barcelona ook teams in basketbal, handbal, zaalvoetbal en inline hockey. Dat op zich zorgt al voor kruisbestuiving. Technologie kan samen aangekocht en gebruikt worden, en de één kan leren van de ander. Ook dat is slim.Ik hoor het u wel denken. Hoeveel statistiek je ook toepast, sport is niet terug te brengen tot wiskundige modellen. U heeft gelijk. Ondanks alle innovatie blijft sport toch gewoon een spel. En gelukkig maar. Je kan de beste zijn op papier, maar daarom win je de match nog niet. Anderzijds liegen cijfers (meestal) niet. Het gaat er dus om de juiste factoren te selecteren, daarvan gegevens te verzamelen en er vervolgens zo verstandig mogelijk mee om te gaan. Net dat is nu in volle opmars. Via allerhande wearables, video analyses, positiebepalingen, lichaamsmetingen, etc. verzamelt men een massa aan gegevens, waar men vervolgens allerlei analyses op loslaat, tot artificiële intelligentie toe. Het aantal innovaties, wetenschappelijke onderzoeken en evenementen waar experts daaromtrent van gedachten wisselen, is niet meer bij te houden. Dat dit de toekomst van topsportbegeleiding is, dat hebben ze daar bij de Catalaanse club alvast zeer goed begrepen. Gevorderde data-analyse blijkt dus meer en meer de sleutel tot succes. Maar wat ben je met Excelfiles en allerlei grafieken? Het is natuurlijk hetgeen je ermee doet en hoe je dit geïmplementeerd krijgt in de praktijk, dat telt. Daar wringt het schoentje wel eens. Coaches willen maar al te vaak dat alles gisteren al gebruiksklaar was: direct, simpel en uiterst effectief. Zo werkt het nu ook weer niet natuurlijk. Daarom dat clubs die een beetje verstandig naar de toekomst kijken, nauwe samenwerkingen opstarten met iedereen die ook maar wat verstand heeft van die dingen, wetenschappers en bedrijven bijvoorbeeld. Bij Barcelona hebben ze daar ook nog wat anders op gevonden. Alles wordt eerst uitgetest in het B-team. Daar ligt de druk iets minder hoog, en kan men alles rustig uitproberen. Eens alles werkt zoals het zou moeten, is de tijd rijp voor het A-team. De Golden State Warriors blijken hetzelfde te doen met de Amerikaanse basketbalsterren. En wat met de privacy en beveiliging van al die data? Dat blijft, ook op dat niveau, een issue. Van wie zijn de data die de club verzamelt? Van de club, of van de speler? Of van beiden? En wat mogen die bedrijven daar wel en niet mee doen? Naar verluidt heeft de FIFA hiervoor recent een expertgroep samengesteld om een antwoord te bieden op die vragen. De resultaten daarvan zouden vervolgens deel gaan uitmaken van de spelerscontracten. Ondertussen verdienen vele bedrijven goed geld met dergelijke technologie en vliegen de claims ons om de oren, hoewel de accuraatheid, betrouwbaarheid en validiteit van die toestellen vaak te wensen overlaat. Maar goed, het ontwikkelt zich allemaal aan een ongezien tempo, en wie wil nu de digitalisatiegolf, die zich in zovele sectoren aan het afspelen is, missen? Ja. Wil je spelers motiveren om met technologie om te gaan, zorg er dan voor dat die mobiel beschikbaar is, zo zegt Peláez. Via apps dus. En daar mag wat competitie inzitten. Topsporters houden er wel van: een wedstrijdje om 't er eerst de mooiste parkeerplaats innemen, of om 't er slimst aan het trainen gaan. Het maakt ze niet veel uit, als het maar leuk is. Is dergelijke aanpak momenteel nog enkel weggelegd voor de 'happy few'? Een beetje wel. Toch zeker als het over teamsport gaat. Al zijn er ook al ondernemingen die zich richten op de subtop. Dan nog een tip voor wie eraan zou denken zelf iets nieuws te gaan ontwikkelen. Zorg ervoor dat het niet te invasief is. We zijn nog niet zover dat spelers een chip laten inplanten, integendeel. De meerderheid houdt niet van allerhande 'wearables'. De grote uitdaging is dan ook dat spelers het spel leuk blijven vinden, en niet merken dat ze worden opgemeten, ook al is dat in hun eigen voordeel. Technologie moet de fun van het spel stimuleren, niet afremmen. En dan is er nog 'de twaalfde man'. De fan. Ook die inzetten om te winnen, dat is pas slim. Allerhande trucjes worden dan ook nu al uitgespeeld om de supporter nog meer te binden aan de club. Real Madrid is daar een mooi voorbeeld van. Om met hun 450 miljoen supporters wereldwijd vlot te communiceren, vond de club de oplossing bij Microsoft. Die reikte hen oplossingen aan voor sociale media gebruik, video replays, e-commerce, enz. Het ultieme doel daarvan is gepersonaliseerde communicatie tussen club en fan, 'in the moment' en dat op een klantvriendelijke manier, met winst voor de club én de fan. Op die manier hoopt de club uiteraard ook het aantal fans te vergroten, wat dan weer financieel iets oplevert. Iets dat Benfica nu ook is gestart, en in de States al wat meer is doorgevoerd, denk maar aan de Super Bowl. Bij ons is Club Brugge recent diezelfde weg in gegaan, en andere clubs volgen mondjesmaat. Net vandaag organiseert de KBVB samen met de Pro League een 'Multimedia Day', waarop de nationale ploeg(en) en eerste klasse clubs kennismaken met enkele van de voornaamste technologie providers. Benieuwd welke de impact van dat alles zal zijn op hoe jij en ik onze volgende wedstrijd beleven. En weet je wat ik onlangs op (alweer) een sportinnovatie congres in Düsseldorf ontdekte? Een Belg (Wim Schreurs van 'We Are The Coach') die een app ontwikkelt om de wijsheid van de duizenden fans in het stadion in real-time om te zetten in adviezen voor de coach. Een briljant idee, als u het mij vraagt. Hoopgevend ook, want mocht een Belgische club dan toch ooit eens uitkomen tegen teams als FC Barcelona, zullen we die app goed kunnen gebruiken.