'We hebben al schitterende meetings gehad. Deze zullen jullie je later ook nog herinneren. Want ik ben jullie hoofdcoach niet meer... Ik kan in de spiegel kijken. Straks zal ik met mijn hoofd omhoog naar buiten wandelen. I love you guys.' Aldus sprak Jeff Fisher, coach van de Amerikaanse NFL-ploeg Los Angeles Rams, in 2016. Zijn ontslag aankondigend in een aangrijpende speech tegenover zijn muisstille staf en spelers.
...

'We hebben al schitterende meetings gehad. Deze zullen jullie je later ook nog herinneren. Want ik ben jullie hoofdcoach niet meer... Ik kan in de spiegel kijken. Straks zal ik met mijn hoofd omhoog naar buiten wandelen. I love you guys.' Aldus sprak Jeff Fisher, coach van de Amerikaanse NFL-ploeg Los Angeles Rams, in 2016. Zijn ontslag aankondigend in een aangrijpende speech tegenover zijn muisstille staf en spelers. De exacte woorden zijn bekend, niet omdat die achteraf tegen een journalist werden verteld, maar omdat je het kon zien tijdens de All or Nothing-series van streamingplatform Amazon Prime, waarin de Rams een heel seizoen gevolgd werden. Het was het tweede seizoen van de Alles of Niets, nadat het eerste, over het seizoen van de Arizona Cardinals, een Emmy Award had gewonnen. Er volgden nadien nog All or Nothing-reeksen, over NFL-ploegen Dallas Cowboys (2018) en de Carolina Panthers (2019), maar ook over de All Blacks, het legendarische Nieuw-Zeelandse nationale rugbyteam, en over het kampioenenseizoen van Manchester City in 2017/18. Vorige week ging ook de eerste aflevering van Tudo ou Nada: Seleção Brasileira in wereldpremière, waarvoor productiemaatschappij Pitch International tijdens de Copa América van 2019 zich in het zog van Neymar en co nestelde. En in de tweede helft van dit jaar volgt de All or Nothing-reeks over het huidige seizoen van Tottenham Hotspur. De miljoenen euro's die die clubs of nationale bonden incasseren, belet niet dat de meeste van die reeksen (ze zijn niet allemaal even goed) één eigenschap gemeen hebben: weinig schone schijn en imago-opsmuk, geen voorgekauwde clichéinterviews, niet alleen beelden van vierende spelers na een zege en jolige trainingen, maar een vollédige blik achter de schermen. Dat is immers de echte kracht van zulke behind the scenes-documentaires. Met name de weergave van de brute, bijna oncomfortabele realiteit van topsport: discussies en ruzies tussen spelers en coaches, de pijn en het verdriet na een zware blessure, de harde, confronterende woorden bij een trainersontslag zoals bij dat van Jeff Fisher, de frustraties na een verpletterende nederlaag. Niet alleen bij spelers en trainers, ook bij supporters, perfect geïllustreerd in bijvoorbeeld Sunderland 'Til I Die, een Netflixreeks over het seizoen 2017/18 van Sunderland. Daarin probeert het na de degradatie uit de Premier League weer op te klimmen, maar zakt het opnieuw, vanuit The Championships naar de League One, de Engelse derde klasse. Sportief gitzwarte tijden die het leven in de Engelse industriestad, met veel armoede en werkloosheid, nog donkerder maken. Maar waarin de onvoorwaardelijke clubliefde de fans verbindt. Als die scherpe kantjes niet worden uitgevlakt, als niets (of weinig) wordt gecensureerd of in scène wordt gezet, dan leidt dat tot reeksen waar de echtheid vanaf spat. Niet content, inhoud, is king - zoals het tegenwoordig vaak luidt bij marketeers - maar authenticity. Niet alleen in langere achter-de-schermendocumentaires, maar ook in socialemediafilmpjes. Iets waar bijvoorbeeld Club Brugge tijdens de play-offs 1 van vorig seizoen met zijn We Never Walk Alone-reeks voor een groot stuk in slaagde. Met beelden van de peptalk voor de match, van de vreugde na zeges, maar ook van de ontgoocheling na nederlagen, zoals tegen KRC Genk toen trainer Ivan Leko zijn spelers hard aanpakte. Niet vanzelfsprekend, want veel spelers en coaches staan afkerig tegenover camera's die veel, zo niet alles, vastleggen en zo alle beperkingen en fouten van iemand kunnen ontbloten. Dat is bijvoorbeeld dé vraag bij de documentaire (of serie) die nu over Vincent Kompany en zijn terugkeerseizoen bij Anderlecht gedraaid wordt. De camera's zijn weliswaar overal aanwezig, maar in hoeverre zal de paars-witte ellende van de voorbije maanden ook effectief getoond worden, zonder censuur van The Prince of van Marc Coucke? Af te wachten is bijvoorbeeld ook of we in de nu gefilmde All or Nothing-reeks over Tottenham Mauricio Pochettino na zijn ontslag zijn laatste boodschap op het bord in de kleedkamer zullen zien schrijven, waarbij hij zijn spelers succes wenst. En in hoeverre zijn opvolger José Mourinho de deuren van zijn speciale karakter echt wil openen. Zeker is dat het volledige beeld, de authentieke positieve én negatieve emoties in zulke reeksen, de betrokkenheid van de supporters met hun ploeg opkrikken, vooral als ze nauw aansluiten bij de onderscheidende identiteit van hun club, zoals de No Sweat/No Glory- mantra van Club Brugge. Omdat ze in een tijd waarin we overspoeld worden met oppervlakkige, banale filmpjes op de sociale media, inhoud brengen die beklijft. En daar willen veel fans en sportliefhebbers in hun haastige bestaan wél nog (uren) tijd voor vrijmaken en zelfs voor betalen. Het verklaart ook waarom streamingplatformen als Amazone Prime en Netflix al enkele jaren op die sportdocumentairetrein gesprongen zijn. En waarom ze daar steeds meer op inzetten, zelfs in minder mondiale sporten als wielrennen. Zo brengt Netflix dit jaar een zesdelige serie over het seizoen 2019 van de Movistarploeg. Ook de Amerikaanse zender NBC lanceert, in juli, een nieuw streamingplatform, genaamd Peacock. Met niet alleen uitgebreide liveverslaggeving van de Premier League en de Olympische Spelen, maar ook met series waarin onder meer het Dream Team (basketbal), zwemmer Ryan Lochte en de Amerikaanse sprinters in de atletiek op de voet gevolgd worden tot in Tokio. Niet toevallig zijn dat Amerikaanse bedrijven, want in de VS zijn sportdocumentaires al langer ingeburgerd. Zo startte ESPN in 2009, naar aanleiding van zijn toen dertigjarige bestaan, met zijn intussen bekende 30 for 30 series: dertig documentaires van één uur over de grootste sportverhalen en vedetten in de drie decennia ervoor. Met groot succes, want vorige week werd, niet toevallig net voor de Super Bowl, al aflevering 107 uitgezonden, over de hoge pieken en diepe dalen van NFL- quarterback Michael Vick. Daarnaast werden al 67 kortere docu's (30 for 30 shorts) uitgezonden, een reeks van acht Soccer Stories, over onder meer het Hillsboroughdrama, en miniseries zoals O.J.: Made in America. In 2017 kaapte die reeks zelfs een Oscar weg als Best Documentary Feature, voor de meesterlijke manier waarop de op- en steile neergang werd gereconstrueerd van O.J. Simpson, de voormalige Americanfootballster die werd beschuldigd en later vrijgesproken van moord op zijn ex-vrouw Nicole Brown en Ron Goodman. Een al even groot aangekondigd meesterwerk volgt in juni dit jaar, met de release van de tiendelige serie The Last Dance, over het laatste seizoen (1997/98) van NBA-legende Michael Jordan bij de Chicago Bulls - niet toevallig in samenwerking met Netflix. Het zijn documentaires die mensen doen terugblikken op individuele atleten of ploegen waarvan ze dáchten dat ze het hele verhaal al van kenden. Maar ze plaatsen door unieke retrobeelden en getuigenissen dat verhaal in een nieuw perspectief en in een juistere context, die vertelt waarom en hoe carrières, levens en seizoenen exact zijn verlopen. Ze geven ook de historie weer van legendarische duels of tragische gebeurtenissen uit de sportgeschiedenis. Zoals The Rumble in The Jungle tussen Muhammad Ali en George Foreman - belicht in When We Were Kings - of de aanslag van Palestijnse terroristen tijdens de Olympische Spelen van München - gereconstrueerd in One Day in September - goed voor Best Documentary Oscars in respectievelijk 1996 en 1999. In navolging van het iconische Chariots of Fire, dat in 1982 zelfs vier Oscarbeeldjes won, weliswaar niet als documentaire maar als een film over twee Britse atleten die zich voorbereiden op de Olympische Spelen van 1924, bekend ook door de soundtrack van Vangelis. Dat diepgravende retroaspect over atleten, ploegen en gebeurtenissen was ook de rode draad doorheen de veel geprezen Belga Sport-reeks van de VRT, waarvan de eerste reeks al in 2007 uitgezonden werd. Onder meer met afleveringen over te vroeg gestorven, bijna mythische figuren als Jean-Pierre Monseré, Ivo Van Damme en Frank Vandenbroucke. Zoals ook de Britse regisseur Asif Kapadia masterclasses gaf in de vertel/filmkunde met briljante biopics over intrigerende internationale sporthelden als Ayrton Senna (in 2011 bekroond met een BAFTA-award, de Britse Oscar), Cristiano Ronaldo (2015) en Diego Maradona (2019). Andere documentaires belichten dan weer de hardheid van een sport. A Sunday in Hell, van de Deense regisseur Jurgen Leth bijvoorbeeld, de 'moeder aller wielerdocumentaires' over het afzien van Eddy Merckx en co tijdens Parijs-Roubaix in 1976. Het doet mensen dromen van avonturen waar ze zelf nooit aan zouden durven te beginnen. De succesformule ook van Free Solo. Over Alex Honnold die zonder touwen en andere hulpmiddelen de beruchte El Capitánrots in Yosemite Valley beklom. En over de angst die hij en vooral zijn entourage voor en tijdens zijn beklimming moest doorstaan. In 2019 niet toevallig bekroond met de Oscar voor Best Documentary. Zoals datzelfde beeldje het jaar ervoor ging naar regisseur Brian Fogel, voor zijn ophefmakende documentaire Icarus, waarin Grigori Rodtsjenkov, het ex-hoofd van het dopinglab van Moskou, het Russische dopingsysteem uit de doeken deed. Een ander genre dan een achter-de-schermenreeks over een voetbalploeg, maar ook hier draaiend om de échte realiteit, om fake news en valse imago's waarheidsgetrouw maken - met authenticiteit als king. Goeie (sport)documentairemakers kunnen kijkers een scherper inzicht geven, hen beroeren en doen bewonderen. Diepgang die een verademing is in een wereld met te veel oppervlakkigheid.