Vooral de tijden op de 200 meter sprint wekte de voorbije jaren de aandacht van Moens en Sonck. In 2011 liep Yohan Blake tijdens de Memorial in baan zeven de op één na beste chrono aller tijden op de 200 meter, amper zeven honderdsten boven het wereldrecord van de ongenaakbaar geachte Usain Bolt. Ondanks een slechte reactietijd, matig windvoordeel en geen ideale temperatuur. Ook de nummer twee vestigde een kanjer van een persoonlijk record, en de nummer drie liep ook nooit sneller.

De wereldranglijst bevestigt dat. De tweede, achtste en tiende chrono ooit zijn in Brussel gelopen. Geen stadion doet beter. Maar waarom? Want Brussel ligt niet op hoogte zoals Zürich, Lausanne of Madrid, wat snellere tijden oplevert. Evenmin heeft er een finale plaatsgevonden van een mondiaal toernooi, wat ook topchrono's garandeert.

Brussel, wereldkampioen van de stadions

Het heeft te maken met de curve van de bocht, zo achterhaalden beide atletiekeminenties en onthullen ze deze week in Sport/Voetbalmagazine.

Imre Mátraházi, technisch manager bij de IAAF, laat weten dat een straal in de stadionbocht van 36,50 meter de voorkeur geniet. Ook nog heel goed is een bocht van 35 tot 38 meter. Net aanvaardbaar zijn bochten van 33,50 tot 41,26 meter.

"Wat blijkt?", zegt Moens in Sport/Voetbalmagazine. "De straal in de bocht in Brussel is circa 40 meter. Véértig!" Later bevestigt een officiële bron dat het 40,70 meter is: een afwijking op de norm van meer dan tien procent.

Ivan Sonck legt uit: "Hoe minder scherp de bocht, hoe minder tijd en kracht de atleet verliest. De middelpuntvliedende kracht is namelijk lager."

Met andere woorden: atleten zetten een snellere tijd neer in Brussel. Zeker op de 200 meter, waar Moens het voordeel schat op twee tot drie tienden in de banen zes, zeven en acht. Vanaf baan één schuift de straal per baan namelijk op met 1,22 meter, de breedte van de baan. Op papier is buitenbaan acht daarom de meest ideale.

Overigens heeft Mátraházi nog meer belangrijk nieuws: "Brussel heeft de breedste bocht van alle IAAF-stadions. De andere stadions met een straal hoger dan 40 meter bevinden zich in IJsland, Bolivia en Brunei."

Brussel is dus de wereldkampioen van de stadions.
Moens: "Voilà, het mysterie is opgelost. Het mooiste is nog dat die brede bocht is toegelaten. Brussel blijft met 40,70 net binnen de grens van 41,26. Buitenmaats maar reglementair." (FVDW)

Vooral de tijden op de 200 meter sprint wekte de voorbije jaren de aandacht van Moens en Sonck. In 2011 liep Yohan Blake tijdens de Memorial in baan zeven de op één na beste chrono aller tijden op de 200 meter, amper zeven honderdsten boven het wereldrecord van de ongenaakbaar geachte Usain Bolt. Ondanks een slechte reactietijd, matig windvoordeel en geen ideale temperatuur. Ook de nummer twee vestigde een kanjer van een persoonlijk record, en de nummer drie liep ook nooit sneller. De wereldranglijst bevestigt dat. De tweede, achtste en tiende chrono ooit zijn in Brussel gelopen. Geen stadion doet beter. Maar waarom? Want Brussel ligt niet op hoogte zoals Zürich, Lausanne of Madrid, wat snellere tijden oplevert. Evenmin heeft er een finale plaatsgevonden van een mondiaal toernooi, wat ook topchrono's garandeert. Brussel, wereldkampioen van de stadions Het heeft te maken met de curve van de bocht, zo achterhaalden beide atletiekeminenties en onthullen ze deze week in Sport/Voetbalmagazine. Imre Mátraházi, technisch manager bij de IAAF, laat weten dat een straal in de stadionbocht van 36,50 meter de voorkeur geniet. Ook nog heel goed is een bocht van 35 tot 38 meter. Net aanvaardbaar zijn bochten van 33,50 tot 41,26 meter. "Wat blijkt?", zegt Moens in Sport/Voetbalmagazine. "De straal in de bocht in Brussel is circa 40 meter. Véértig!" Later bevestigt een officiële bron dat het 40,70 meter is: een afwijking op de norm van meer dan tien procent. Ivan Sonck legt uit: "Hoe minder scherp de bocht, hoe minder tijd en kracht de atleet verliest. De middelpuntvliedende kracht is namelijk lager." Met andere woorden: atleten zetten een snellere tijd neer in Brussel. Zeker op de 200 meter, waar Moens het voordeel schat op twee tot drie tienden in de banen zes, zeven en acht. Vanaf baan één schuift de straal per baan namelijk op met 1,22 meter, de breedte van de baan. Op papier is buitenbaan acht daarom de meest ideale. Overigens heeft Mátraházi nog meer belangrijk nieuws: "Brussel heeft de breedste bocht van alle IAAF-stadions. De andere stadions met een straal hoger dan 40 meter bevinden zich in IJsland, Bolivia en Brunei." Brussel is dus de wereldkampioen van de stadions. Moens: "Voilà, het mysterie is opgelost. Het mooiste is nog dat die brede bocht is toegelaten. Brussel blijft met 40,70 net binnen de grens van 41,26. Buitenmaats maar reglementair." (FVDW)