Toen tijdens de Tour de France in het Sloveense Nové Mesto een bronzen standbeeld van Melanija Knavs, beter bekend als First Lady Melania Trump, onthuld werd, klonk er kritiek op Twitter. 'Vervang dat door twee standbeelden van renners die veel betere rolmodellen voor Slovenië zijn!' Tekenend voor het enthousiasme dat Tadej Pogacar en Primoz Roglic met hun prestaties op de Franse cols in hun thuisland aan het losweken waren. Wielrennen is in Slovenië dan wel niet zo diepgeworteld als in België, maar als atleten, in gelijk welke sport, het allerhoogste bereiken, worden ze in no time gebombardeerd tot nationale helden. President Borut Pahor liet tijdens de Ronde van Frankrijk een gele vlag wapperen aan het presidentiële paleis en trok zelfs naar Parijs om er Pogacar en Roglic persoonlijk te feliciteren - inclusief een innige omhelzing, mét mondmasker aan.
...

Toen tijdens de Tour de France in het Sloveense Nové Mesto een bronzen standbeeld van Melanija Knavs, beter bekend als First Lady Melania Trump, onthuld werd, klonk er kritiek op Twitter. 'Vervang dat door twee standbeelden van renners die veel betere rolmodellen voor Slovenië zijn!' Tekenend voor het enthousiasme dat Tadej Pogacar en Primoz Roglic met hun prestaties op de Franse cols in hun thuisland aan het losweken waren. Wielrennen is in Slovenië dan wel niet zo diepgeworteld als in België, maar als atleten, in gelijk welke sport, het allerhoogste bereiken, worden ze in no time gebombardeerd tot nationale helden. President Borut Pahor liet tijdens de Ronde van Frankrijk een gele vlag wapperen aan het presidentiële paleis en trok zelfs naar Parijs om er Pogacar en Roglic persoonlijk te feliciteren - inclusief een innige omhelzing, mét mondmasker aan. Drie dagen ervoor had de president nog getweet dat Slovenië 'een supermacht in de sport' was. Want niet alleen stonden Rog en Pog eerste en tweede in de Tour, op diezelfde dag werd Luka Doncic, de pas 21e-jarige guard van de Dallas Mavericks, verkozen tot het All NBA First Team, speelde Goran Dragic met de Miami Heat de finale van de Eastern Conference en had Alenka Artnik een nieuw wereldrecord duiken zonder zuurstoffles neergezet. Bovendien had de nationale basketbalploeg exact twee jaar eerder goud op het EK veroverd. Dat is slechts een staaltje van de vele Sloveense topatleten uit tal van disciplines die roem hebben vergaard ( zie kader). Zit er iets speciaals in de Balkangrond? Neen, maar een heel aantal voorwaarden zijn wel vervuld om een voedingsbodem te creëren waarop die topsporters konden/kunnen gedijen. Een overzicht. In Slovenië kun je geen eurobiljetten van de bomen plukken. Maar het is op de jongste ranking van het Internationaal Monetair Fonds, wat betreft Bruto Nationaal Product per inwonersaantal, wel het best scorende ex-communistische land na Tsjechië (35e). Slechts twee plaatsen verder dan bijvoorbeeld Italië. Op de OESO-ranking wat betreft inkomensongelijkheid is Slovenië zelfs het op een na beste Europese land, na Slovakije en zelfs nog vijf plaatsen voor België. Tot voor de coronacrisis had Slovenië dan ook enkele jaren van stevige economische groei achter de rug, in 2017 en 2018 tot zelfs ruim vier procent. Zo is er ook ruimte voor investeringen in sport. Slovenië is slechts 20.000 vierkante kilometer groot (anderhalf keer Vlaanderen), maar qua landschap en natuur enorm divers: van een 46 kilometer lange kustlijn tot de Julische Alpen/het Karawanken Massief met een dertigtal bergtoppen boven de tweeduizend meter. Bovendien met veel open ruimte voor bergbeklimmers, fietsers, lopers, wandelaars en water-/wintersportatleten. Die kunnen ook genieten van een mediterraan klimaat aan de Golf van Trieste, en gematigd zeeklimaat in het binnenland. Gecombineerd ook met een zeer goed onderhouden wegennet, tot in de bergen. Veel scholen en gezinnen plannen geregeld berguitstappen en ook wielrenners kunnen er naar hartenlust bergop trainen. De bijnaam van Primoz Roglic, Rogla, is zelfs dezelfde als de naam van een 1500 meter hoge berg die hij geregeld beklimt. Ook indoor, met name voor balsporten en gymnastiek, zijn er veel faciliteiten. Onder meer omdat de sportzalen in scholen opengesteld worden voor het grote publiek en zo ook ruimte scheppen voor opvallend veel sportclubs: 49 per 10.000 Slovenen. Ter vergelijking: Vlaanderen telt er 42 per 10.000 inwoners, en dat is al bijzonder hoog. Niet toevallig zijn er ook ruim 90 verschillende sportfederaties, tekenend voor het brede aanbod aan faciliteiten. Sport in Slovenië wordt dan ook sterk onderbouwd, gereguleerd en gefinancierd door de nationale en regionale overheden, een overblijfsel van het communistische verleden, als ex-deelstaat van Joegoslavië. Die clubs en federaties kunnen bovendien rekenen op veel vrijwilligers: tien procent van de bevolking engageert zich zo. Met een opvallend hoog percentage (49 procent) dat helpt bij de organisatie van sportevents. Die geven een extra zetje aan het (top)sportklimaat, dat ook ondersteund wordt door veel wetenschappelijke knowhow. Onder meer via het IMS Institute for Medicine and Sport in Ljubljana (waar Primoz Roglic zijn eerste fietstesten aflegde) en de vermaarde sportfaculteit van de universiteit in de Sloveense hoofdstad. Volgens de non-profitorganisatie Active Healthy Kids Global Alliance zijn de zes- tot negentienjarigen in Slovenië de meest fitte van Europa. Dankzij de goede sportinfrastructuur, maar ook omdat sport een belangrijk onderdeel is van het lessenpakket in scholen, met zelfs lichaamsbeweging tijdens 'gewone' lessen. Sportfederaties gaan, als onderdeel van een overheidsproject, ook één of tweemaal per jaar langs in de scholen op zoek naar talentvolle kinderen wiens fysieke gestel bij hun respectieve sport past. Die kinderen kunnen ook vlot overstappen van de ene naar de andere sport, zoals Tadej Pogacar van het voetbal naar wielrennen, en Primoz Roglic na zijn zware crash als skispringer. Kinderen van lagere sociale klassen worden ook niet vergeten, ondersteund door onder meer de Miro Cerar Foundation, genoemd naar een Sloveens ex-turnkampioen. IOC-voorzitter Thomas Bach, die vorige week een bezoek bracht aan Slovenië, schonk in naam van het IOC zelfs 50.000 euro aan de stichting. Bovenstaande factoren leiden tot een breed gedragen, gezonde levenswijze in Slovenië, waar 'sport' als de nationale sport beschouwd wordt. Op de jongste Eurobarometer, dat de sportieve activiteit van de EU-landen in kaart brengt, staat Slovenië dan ook vierde, na Finland, Zweden en Denemarken: 76 procent van de inwoners gaf aan geregeld te sporten, 51 procent beoefent die sport ook outdoor. Sport is in Slovenië daarnaast een sociale activiteit. In geen enkel ander Europees land zei zo'n hoog percentage van de respondenten (33 procent) dat lichaamsbeweging een manier is om tijd met vrienden en familie door te brengen. Vaak is sport dan ook een familietraditie. Niet toevallig is Luka Doncic de zoon van ex-basketbalprof Sa?a. Was Matjaz Oblak, de vader van Jan, ook een keeper (weliswaar op een bescheiden amateurniveau) en is Jans zus Teja lid van de nationale basketbalploeg. Zoals ijshockeyvedette Anze Kopitar (tweevoudig NHL-kampioen bij de LA Kings) dan weer de zoon is van Matjaz Kopitar, de bondscoach van het Sloveense ijshockeyteam. Opvallend was het, hoezeer Primoz Roglic en Tadej Pogacar elkaar in de voorbije Tour het succes gunden, zelfs toen de jongere Sloveen zijn oudere landgenoot overmeesterde in de tijdrit. Even opmerkelijk: hoe tal van collega-sportvedetten uit Slovenië hen via sociale media feliciteerden, van Kopitar over Doncic en Dragic tot skiester Ilka ?tuhec. Sterke cohesie en nationale trots over de sporten heen die van de nationale ploegen ook moeilijk te bekampen teams maakt. Een eigenschap van veel nationale teams uit het voormalige Joegoslavië, waar de communistische overheid waarden als broederschap en eenheid toen sterk promootte. Een van dé hoogtepunten in de geschiedenis van de Sloveense (sport)geschiedenis was dan ook de Europese titel van de nationale basketbalploeg in 2017. Onder meer omdat Doncic en co de toen onklopbaar gewaande aartsrivaal Servië in de finale versloegen. Teamspirit die het jongste decennium ook in andere ploegsporten bovendreef. Het nationale volleybalteam bij de mannen behaalde zilver op het EK in 2015 en 2019 en de handbalploeg veroverde brons op het WK 2017. In het veel grotere voetbal is Slovenië minder succesvol, al kon het zich wel kwalificeren voor de WK's van 2002 en 2010 (telkens uitgeschakeld in de eerste ronde). Vandaag zijn topkeepers Jan Oblak en Samir Handanovic (Internazionale), en spits Josip Ilicic (Atalanta Bergamo) de vaandeldragers, maar die moeten de felste spotlights aan Doncic en Dragic laten. Eeuwenlang werden de Slovenen overheerst, als onderdeel van Oostenrijk, Hongarije, Italië en na de Eerste Wereldoorlog, in verschillende etappes, als een kleine socialistische republiek van het grote Joegoslavië. Het leidde tot een underdogmentaliteit die na de onafhankelijkheidsverklaring in juni 1991 en ook na de toetreding tot de Europese Unie in 2004 in het DNA van de Slovenen bleef zitten, als een litteken van die lange repressie. Bij zowat alle verhalen van hun sportvedetten keren niet toevallig steeds dezelfde eigenschappen terug: nederige, leergierige en harde werkers, nooit aflatende competitiebeesten die enorm hard kunnen afzien, bijzonder vastberaden zijn om zichzelf te bewijzen. Individuen die ook letterlijk en figuurlijk buiten hun grenzen willen treden, opkijkend naar West- en Noord-Europese landen, beseffend dat daar hun toekomst ligt. Luka Doncic trok zo al op zijn dertiende naar de basketbalclub van Real Madrid, Jan Oblak verhuisde als veelbelovende keeper op zijn zeventiende naar Benfica, ex-skispringer Primoz Roglic koos in 2016 voor een stap in het onbekende bij het Nederlandse wielerteam LottoNL, en ook Tadej Pogacar koerste bij de jeugd veel in het buitenland. Geen toeval dus dat Slovenen vaak ook uitblinken in mentaal en fysiek zeer zware uithoudings-/extreme sporten. Duikster Alenka Artnik stapelt de wereldrecords op en Le Piolet d'Or, de belangrijkste prijs in het bergbeklimmen, ging al vele keren naar Sloveense alpinisten, viermaal zelfs naar boegbeeld Marko Prezelj. Een typerend verhaal is ook dat van langlaufster Petra Majdic. Zij viel tijdens de warming-up van de klassieke sprint op de Winterspelen van Vancouver 2010 in een diepe gracht en liep daarbij vijf gebroken ribben en een klaplong op. Ondanks een verschrikkelijke pijn - een rib had intussen één long doorboord en doen ineenklappen - won ze na drie races uiteindelijk brons. Majdic woonde zelfs nog de podiumceremonie bij, mét een tube in haar borst, om de klaplong te verhelpen. 'Dit is geen brons, maar goud met diamantjes erop', zei ze ontroerd. Na de Spelen kreeg Majdic de hoogste presidentiële onderscheiding, als toonbeeld van moed en doorzettingsvermogen. Want dat was, zei de president, waar alle Slovenen voor staan. En wat hen al vele jaren lang richting de hoogste sportregionen heeft gekatapulteerd.