Goed anderhalf jaar geleden noemden sommige spelers van Anderlecht de komst van John van den Brom een bevrijding. Alsof ze wilden afrekenen met diens voorganger Ariël Jacobs. De aanvallende accenten die de Nederlander - conform de voetbalcultuur van zijn land - legde werden bejubeld en toen hij met één controlerende middenvelder speelde, werd dat revolutionair genoemd. Geen gebrek aan superlatieven in het medialandschap dat in dat soort omstandigheden vaak nuance en reflectie mist.

Veel is er sindsdien gebeurd. John van den Brom staat iedere week voor een overlevingsgevecht en lijkt aan iedere match te beginnen met de hakbijl boven het hoofd. Zoals ook afgelopen vrijdag in Lokeren waar paars-wit zijn achtste nederlaag van het seizoen leed. In zijn zoektocht naar de juiste patronen had John van den Brom nog maar eens aan zijn elftal gesleuteld. Zoals hij dat eigenlijk al sinds september doet.

De 2-1-nederlaag op Daknam had geen consequenties. Voorlopig mag John van den Brom bij Anderlecht aanblijven. Dat kan niet meer zijn dan uitstel van executie. Het probleem van de kampioen is dat het op dit moment niet weet welke richting er moet ingeslagen worden. Er is (voorlopig) niet echt een alternatief voor trainers. Ook niet de eerder zo bejubelde assistent Besnik Hasi die hier en daar kennelijk wat van zijn krediet verloor.

Het heet dat de spelers van Anderlecht nog achter John van den Brom staan. Dat moesten ze vrijdag in Lokeren laten zien. Maar tot meer dan een paar flitsen kwam het niet. Intussen benadrukt John van den Brom dat Anderlecht nog altijd één geheel vormt. Met dat soort kreten geraak je nergens. Ze leiden af van de essentie: vele spelers missen de mentale kracht om er iedere week te staan. Dan moet je als trainer niet zalven maar slaan.

Op zich valt het te prijzen dat clubs trainers niet als wegwerpartikelen beschouwen. Alleen zo kom je tot sportieve continuïteit. Maar als er geen kentering in zicht is, moet je ingrijpen. Zoals uiteindelijk ook RC Genk moest ervaren.

Goed anderhalf jaar geleden noemden sommige spelers van Anderlecht de komst van John van den Brom een bevrijding. Alsof ze wilden afrekenen met diens voorganger Ariël Jacobs. De aanvallende accenten die de Nederlander - conform de voetbalcultuur van zijn land - legde werden bejubeld en toen hij met één controlerende middenvelder speelde, werd dat revolutionair genoemd. Geen gebrek aan superlatieven in het medialandschap dat in dat soort omstandigheden vaak nuance en reflectie mist. Veel is er sindsdien gebeurd. John van den Brom staat iedere week voor een overlevingsgevecht en lijkt aan iedere match te beginnen met de hakbijl boven het hoofd. Zoals ook afgelopen vrijdag in Lokeren waar paars-wit zijn achtste nederlaag van het seizoen leed. In zijn zoektocht naar de juiste patronen had John van den Brom nog maar eens aan zijn elftal gesleuteld. Zoals hij dat eigenlijk al sinds september doet. De 2-1-nederlaag op Daknam had geen consequenties. Voorlopig mag John van den Brom bij Anderlecht aanblijven. Dat kan niet meer zijn dan uitstel van executie. Het probleem van de kampioen is dat het op dit moment niet weet welke richting er moet ingeslagen worden. Er is (voorlopig) niet echt een alternatief voor trainers. Ook niet de eerder zo bejubelde assistent Besnik Hasi die hier en daar kennelijk wat van zijn krediet verloor. Het heet dat de spelers van Anderlecht nog achter John van den Brom staan. Dat moesten ze vrijdag in Lokeren laten zien. Maar tot meer dan een paar flitsen kwam het niet. Intussen benadrukt John van den Brom dat Anderlecht nog altijd één geheel vormt. Met dat soort kreten geraak je nergens. Ze leiden af van de essentie: vele spelers missen de mentale kracht om er iedere week te staan. Dan moet je als trainer niet zalven maar slaan. Op zich valt het te prijzen dat clubs trainers niet als wegwerpartikelen beschouwen. Alleen zo kom je tot sportieve continuïteit. Maar als er geen kentering in zicht is, moet je ingrijpen. Zoals uiteindelijk ook RC Genk moest ervaren.