Voorjaar 1989. In Mogadishu, de hoofdstad van Somalië, worden in drie weken tijd Bashir Abdi en Abdi Nageeye geboren, op 10 februari en 2 maart. Alsof hun gezamenlijke lotsbestemming toen al vastlag: 32 jaar later hun nieuwe thuisland een historische olympische medaille op de marathon bezorgen. Na bovendien een gelijkaardige marathon des levens te hebben afgelegd, met talloze hindernissen. Beiden vluchtten immers als kind uit hun door een burgeroorlog geteisterde geboorteland, en kwamen na veel omzwervingen in België en Nederland terecht. Abdi eerst met zijn vader, twee oudere broers en jongere zus in Gent, waarna hij na vier jaar met zijn moeder herenigd werd. Nageeye woonde aanvankelijk zes jaar bij een halfbroer in Den Helder, waarna tussenstops in Syrië (naar waar zijn geradicaliseerde halfbroer hem meegenomen had) en weer in Somalië volgden. Als tiener vond hij uiteindelijk zijn thuis bij pleegouders Jos en Jantine Boeve in het Gelderse dorp Oldebroek.
...

Voorjaar 1989. In Mogadishu, de hoofdstad van Somalië, worden in drie weken tijd Bashir Abdi en Abdi Nageeye geboren, op 10 februari en 2 maart. Alsof hun gezamenlijke lotsbestemming toen al vastlag: 32 jaar later hun nieuwe thuisland een historische olympische medaille op de marathon bezorgen. Na bovendien een gelijkaardige marathon des levens te hebben afgelegd, met talloze hindernissen. Beiden vluchtten immers als kind uit hun door een burgeroorlog geteisterde geboorteland, en kwamen na veel omzwervingen in België en Nederland terecht. Abdi eerst met zijn vader, twee oudere broers en jongere zus in Gent, waarna hij na vier jaar met zijn moeder herenigd werd. Nageeye woonde aanvankelijk zes jaar bij een halfbroer in Den Helder, waarna tussenstops in Syrië (naar waar zijn geradicaliseerde halfbroer hem meegenomen had) en weer in Somalië volgden. Als tiener vond hij uiteindelijk zijn thuis bij pleegouders Jos en Jantine Boeve in het Gelderse dorp Oldebroek. Beiden begonnen hun sportcarrière ook op het voetbalveld: Abdi bij Standaard Muide en SKV Oostakker, Nageeye bij VSCO '61 in Oosterwolde. Als lichtgewichten (nu respectievelijk 1m78 en 56 kg en 1m65 en 54 kg) blonken ze echter meer uit als atleten, zowel op de piste als in het veld, bij Racing Club Gent en AV'34 in Apeldoorn. Een coup de foudre met een sport die hen op weg zette naar een nieuwe toekomst, ver van de ellende die ze in Somalië gezien hadden. Hun wegen kruisten voor het eerst op hun negentiende, in december 2008 tijdens het EK veldlopen in Brussel. Een ontmoeting die Abdi en Nageeye zich dertien jaar later nog altijd herinneren als we het aanhalen in het onlinegesprek met de Belg (thuis in Gent) en de Nederlander (zittend in een auto, naast een bestuurder, in Kenia, waar hij woont). 'Op dat EK was ik vrijwilliger', vertelt Abdi. 'Ik wilde er absoluut mijn idool Abdi Nageeye en Bashir Abdi, met tussen hen goudenmedaillewinnaar Eliud Kipchoge, op het podium bij de slotceremonie van de Spelen in Tokio. ontmoeten ( een toen ontluikende wereldtopper van 25 jaar die ook in Somalië geboren werd, nvdr). Met succes, want ik kon een handtekening en een foto versieren. Ik botste er ook op Abdi, die bij de junioren deelnam en van wie ik wist dat hij eenzelfde traject als ik afgelegd had. Ook een hartelijke ontmoeting.' Het werd niet de enige tussen beiden. Twee jaar later startten ze samen in het EK veldlopen voor U23 in Albufeira. Hun uitslag: Nageeye 33e, Abdi... 41e - en opvallend: Koen Naert, tiende op de olympische marathon in Sapporo, 39e. 'Ik verloor toen wel een spike bij de start en moest van ver terugkeren', lacht Abdi, wiens band met Nageeye na dat EK steeds hechter werd. 'In het voorjaar van 2011 heb ik Bashir uitgenodigd voor een stage in Kenia, waar ik al enkele keren was geweest', vertelt de Nederlander. ''Als je wil verbeteren, moet je met de toppers trainen!' Bij zijn eerste terugkeer naar Afrika heb ik hem toen wegwijs gemaakt. Een eyeopener voor Bashir, al die honderden atleten 's morgens vroeg vele kilometers zien maken. 'Hier moet ik zijn!' We bleven daarna terugkeren, in tegenstelling tot atleten in België en Nederland die misschien meer talent hadden, maar vlugger tevreden waren en die opofferingen niet wilden maken. Bashir en ik niet, wij gaven onze ogen de kost in Kenia. En ook al werden we er soms weggelopen en behaalden we nog geen medailles op kampioenschappen, we zouden blijven volharden om de absolute top te bereiken. Zelfs als het nog vijf of tien jaar zou duren.' 'Die lange weg bewandelen lukt ook makkelijker met een behulpzame metgezel die evenveel discipline en doorzettingsvermogen heeft als jijzelf. Bovendien klikte het ook tussen ons als mens, en nog steeds', vertelt Abdi. Nageeye knikt: 'We praten over meer dan alleen over atletiek: het voetbal, het nieuws, de wereldgeschiedenis - ik ben een freak op dat vlak - de problemen in Afrika die ons als 'wereldverbeteraars', met elk een eigen foundation ( zie later in dit verhaal, nvdr), na aan het hart liggen.' Toch liep hun pad als atleet in hun eerste jaren bij de elite uiteen: terwijl Abdi vooral focuste op de 5000 en 10000 meter, stapte Nageeye al in 2014 over naar de marathon. Weliswaar zonder meteen bij de wereldtop aan te pikken: op de Spelen van Rio eindigde hij als 11e en in 2017 dook hij voor het eerst onder de 2 uur en 10 minuten, met onder meer een Nederlands record in Amsterdam (2u08'16''). Twee jaar later scherpte Nageeye dat in Rotterdam aan tot 2u06'17''. Tussenin echter ook veel fysieke ellende, steeds gekweld door pijn aan de hamstrings. Blessureleed dat ook zijn Belgische vriend ervan weerhield om op mondiaal vlak door te breken. Dat veranderde toen Bashir Abdi op het EK in 2018 zilver veroverde op de 10.000 meter, vier maanden na een prima marathondebuut in Rotterdam (in 2u10'46''). Een jaar later onttroonde de Gentenaar, intussen net als Nageeye lid geworden van het Nederlandse NN Running Team, in Londen Vincent Rousseau als Belgisch recordhouder (2u07'03''). Een tijd die hij in oktober 2019 en in april 2020 verbeterde tot 2u06'14'' (Chicago) en 2u04'49'' (Tokio). Het volgende grote doel werd, met een jaar coronavertraging, de olympische marathon. In de aanloop daarnaartoe kreeg Abdi het gezelschap van Nageeye. Die trainde sinds 2015 in de groep van wereldrecordhouder Eliud Kipchoge in Kaptagat, Kenia, maar besliste om na een teleurstellende marathon in Valencia, in december 2020, te switchen. 'Naar Bashir en Mo Farah, en hun trainer Gary Lough ( die de Belg al begeleidde sinds de zomer van 2018, nvdr). Ik zag hoe Bashir op die twee jaar onder Gary veel progressie geboekt had. Die persoonlijkere aanpak moest ook voor mij renderen. Bovendien lag hun trainingsbasis in Sululta, Ethiopië, op slechts anderhalf uur vliegen van Eldoret, in Kenia, waar mijn vrouw en kinderen wonen. Ik moest niet eens de vraag stellen. Neen: 'Hé, mannen, ik kom eraan!' Ik werd met open armen ontvangen en als een 'broeder' gesteund toen ik aanvankelijk moeite had met een totaal verschillende trainingsaanpak: veel krachtoefeningen om mijn hamstrings te versterken ( zie kader, nvdr), meer snelheidstrainingen op de piste ook.' Bashir Abdi lacht. ''Wij zijn toch geen vijf- en tienduizendmeterslopers meer? Waar is dat nu voor nodig?', klaagde Abdi. Maar hij heeft snel de knop omgedraaid. In de eerste maanden moest hij nog lossen toen we achter Gary liepen, die tempo op zijn fiets maakte. Vaak heb ik Abdi toen aangemoedigd: 'Komaan, niet opgeven!'' 'Vooral tijdens snelheidstrainingen was Bashir toen veel beter', bevestigt Nageeye. 'Over 600 meter liep hij zes seconden rapper. En tijdens een lactaattraining heeft hij me bijna gedubbeld.' Nadat hij begin juni drie weken moest joggen om zijn weer opspelende hamstrings te sparen, werd de Nederlander in de laatste weken voor Tokio echter steeds beter. 'Abdi daagde mij zelfs uit tijdens trainingen', lacht Bashir. 'Zo hebben we veel aan elkaar gehad. Niet als concurrenten, maar als vrienden. Onschatbaar. Zeker tijdens zo'n wekenlange stage in Sululta of in Font Romeu, in the middle of nowhere, ver weg van onze familie. En zeker wanneer je je shit voelt, en de andere je weer oppept.' De droom om sámen voor een olympische medaille te strijden spraken ze evenwel nooit letterlijk uit. 'Neen', zegt Nageeye. 'Als je als atleet te gefixeerd bent op het mógelijke resultaat, dan slaag je niet. We bleven altijd 'in the moment', waren alléén met het proces bezig, hoe we de toppers uit Kenia en Ethiopië konden uitschakelen. Niet een keer hebben we gezegd: 'We pakken een medaille.' Een marathon kan je immers moeilijk plannen, zeker als Eliud Kipchoge meedoet. Dan is het vooral een kwestie van zo lang mogelijk bij hem of andere concurrenten te blijven. En in de slotkilometers te kijken wie er overblijft.' Bashir Abdi bevestigt: 'We wisten dat we top zouden zijn, maar zelfs dan zou onze uiteindelijke plaats, of een medaille, afhangen van de vorm van Kipchoge en Lawrence Cherono, de intrinsiek snellere lopers. De enige focus ging dus naar onze voorbereiding. Dat kostte al genoeg energie.' In het geval van Nageeye ook veel zweet: pas toen die een e-mail van het Nederlands Olympische Comité zag over de hittestrategie voor het warme en vochtige klimaat in Japan, besefte hij dat hij zich ook zo moest klaarstomen - letterlijk en figuurlijk. 'In mijn appartement in Font Romeu heb ik de laatste weken sessies op de loopband gedaan, met de verwarming op, zelfs met kokende potten op het fornuis.' ( lacht) Voor Abdi was dat geen optie. 'Dat zou me te veel hebben vermoeid. Ik wilde niet met lege batterijen in Japan arriveren.' De Gentenaar botste daar echter op een groter obstakel: een hardnekkige jetlag. 'Amper geslapen, de tien dagen voor de marathon. De slaapmiddelen die ik kreeg - eerst van de dokter van het BOIC in Mito, het Belgische basiskamp, daarna in Sapporo van een Nederlandse arts - hielpen immers niet. Het leken meer cafeïnetabletten... Abdi wist ervan, ja, heeft me zelfs vergezeld naar de Nederlandse dokter, vroeg elke dag of het beter ging. Hij oogde zeer chill, maar ik was een andere Bashir, net een zombie.' Toch kon de Belg in de olympische marathon Nageeye, de Keniaan Cherono en de Spanjaard Ayad Landassem tot het slot volgen, ver achter de soevereine leider Eliud Kipchoge. In die finale haalde de Nederlander al enkele kilometers voor het einde peptalk boven. ''Kom, we gaan geschiedenis schrijven', zei ik tegen Bashir toen we met zijn vijven voor zilver en brons zouden strijden. Tot Cherono een kilometer voor de finish versnelde en Bashir moest lossen, in het spoor van Landassem, pas in vijfde positie dus. Ik heb tóén al gezwaaid, met mijn hand hoog in de lucht, zodat Bashir het kon zien. Niet om de Spanjaard aan te moedigen.' ( lacht) 'De droom van het podium leek toen even weg. Alsof ik op een heel donkere plek liep', herinnert ook Bashir Abdi zich. 'Maar, heel vreemd, plots verscheen er weer licht: Abdi, met zijn handgebaar.' De Belg en de Spanjaard sloten weer aan, waarop Landassem kraakte en alleen Cherono overbleef als concurrent voor de medailles. Nageeye: 'Op 800 meter van de finish wilde ik al versnellen, maar toen dacht ik: dan moet Bashir misschien lossen. Dus besloot ik te wachten tot de laatste tweehonderd meter.' Daar bleef de Nederlander zijn vriend aanmoedigen, door - we hebben het geteld - zéstien keer om te kijken, inclusief evenveel handgebaren. 'En door van alles te roepen. 'Kom mee! Kom mee! We gaan samen op het podium staan!' In het Nederlands, ja, denk ik toch. ( lacht) Een risico voor mijn eigen medaillekansen, maar dat kwam automatisch, na alle steun die ik van Bashir in de voorbereiding gekregen had. Een vriend, die ik moest helpen.' 'Abdi was toen 'Super Abdi'', lacht Bashir. 'Onderschat niet hoe hij door zoveel om te kijken zijn lichaam roteerde, en zo ook energie verloor.' Toch beschikte Nageeye na een loodzware marathon over voldoende reserves om zilver te veroveren. En om zijn Belgische trainingsgenoot naar brons te loodsen. 'Een mirakel dat ik zonder hem allicht niet had verwezenlijkt', prijst Abdi. Al moest hij daarvoor onnoemelijk diep gaan. 'Ik kan soms genieten van pijn, zeker in een wedstrijd, voortgestuwd door adrenaline. Door het slaapgebrek waren die laatste kilometers echter extreem, nooit eerder beleefd. Alsof ik geen controle meer over mijn lichaam had. Lopend in een soort van waas. Ik heb toen plaatsen in mijn hoofd bezocht waar ik nog nooit geweest was. Het enige wat mij heeft rechtgehouden? De gedachte aan de vele jarenlange trainingen en opofferingen. Die konden toch niet voor niets geweest zijn? Als ik toch had afgehaakt, zou ik mezelf nooit... Ik moest en zou volhouden.' Dat hij daarin slaagde, maakte Abdi, en ook zijn Nederlandse vriend, dan ook zeer gelukkig. 'Vooral na de weg die we elk hadden afgelegd, als mens en als atleet. Een weg met veel afzien, blessures, financiële onzekerheid... Dat besef was even speciaal als de manier waarop we onze medaille behaalden', aldus Nageeye. Toch ging vooral zijn gebaar van broederschap viraal op sociale media. 'Als ik achter Kipchoge rustig tweede was geëindigd, had er buiten Nederland geen haan naar gekraaid. Maar omdat ik Bashir hielp, werd het wereldnieuws.' Zelfs in het Belgische Kasteel van Laken werd het opgemerkt, want bij de aankomst in Tokio, na een drie uur durende vlucht vanuit Sapporo, kreeg Bashir Abdi een onverwachte telefoon, van koning Filip. 'Hij wist wat Abdi gedaan had: 'Zo mooi van uw Nederlandse vriend.' Toen hij daarna vroeg hoe ik me voelde, schoot ik vol. Door de grote vermoeidheid, plotse krampen in mijn benen ook. Tegelijkertijd was ik zo trots dat de koning, van het land dat mij alle kansen gegeven had, míj belde. De traantjes vloeiden.' Nageeye besefte pas later in Nederland echt welke impact zijn hulp aan Abdi had gecreëerd. 'IOC-voorzitter Thomas Bach zei voor de medaille-uitreiking ( tijdens de slotceremonie in het olympisch stadion van Tokio, nvdr) dat we iets bijzonders hadden gedaan. Vriendelijke praatjes van een bobo, dacht ik. Maar na de aankomst op Schiphol vroeg een zeer struise medewerker van het NOC*NSF ( Nederlands Olympisch Comité, nvdr) me met tranen in de ogen om een selfie, omdat ik hem zo geïnspireerd had.' Het duet van de Belgische en Nederlandse Brothers in Arms kreeg zelfs weerklank tot in de Dire Straits van Afrika. In zijn woonplaats in Kenia werd Nageeye bedolven onder de felicitaties, van collega-atleten tot (on/)bekende Kenianen. 'Niet vanzelfsprekend, want in Iten hadden ze met duizenden toegezien hoe twee ex-Somaliërs een Keniaan, Cherono, van het podium hielden. Toch gunden ze mij dat zilver. Ze wisten immers hoe weinig middelen ik had toen ik daar voor het eerst op stage ging, hoeveel ik geïnvesteerd heb in mijn carrière.' Nog meer emoties maakten de medailles van Nageeye en Abdi los in hun geboorteland Somalië. 'Verschillende stammen vierden samen. Voor een van de weinige keren in 31 jaar burgeroorlog weer verenigd. Onze prestaties worden er nu zelfs aangehaald in verschillende projecten, als een voorbeeld van hoe je door samen te werken iets moois kunt bereiken. 'We moeten broers en vrienden zijn, zoals Bashir en Abdi.' Helaas is die denkwijze er bij velen nog niet doorgedrongen. En blijven de stammentwisten duren.' De twee olympische medaillisten nemen hun rol als inspirators, voor met name de jongere generatie, niettemin zeer ter harte. Daarom werd Nageeye ook boos bij een huldiging door de Somalische gemeenschap in Nijmegen. 'Ik zag alleen maar ouderen. 'Wat moet ik jullie vertellen, met jullie dikke buiken?', vroeg ik direct. 'Waar zijn jullie zonen en dochters, neefjes en nichtjes?' Allochtone kinderen hebben voorbeelden nodig. Iemand die op hen lijkt, dezelfde religie heeft, hun moedertaal spreekt. In Max Verstappen kunnen zij zich niet herkennen, in mij wel. Ik wil vooral benadrukken dat ook zij iets van hun leven kunnen maken. Niemand is immers geboren als hangjongere. Maar dan moet je wíllen werken en kansen wíllen grijpen, want die zijn er in Nederland genoeg. Sport is bovendien een uitstekend integratiemiddel: je leert er discipline, je maakt er vrienden, kweekt zelfvertrouwen...' Dat beseft ook Bashir Abdi. Met zijn vzw Sportaround bieden hij en zijn vriend Bert Misplon wekelijks achthonderd kansarme kinderen in Gent de kans om te sporten, als een wegwijzer in het leven. 'Ik wil voor hen een rolmodel zijn. Iemand die als jongen aanvankelijk ook weinig had, de taal niet sprak, niet eens wist dat er een atletiekclub in Gent was. Toch slaagde ik in het leven, en die kracht probeer ik nu door te geven. Tegelijkertijd motiveert mij dat, en Abdi allicht ook. Want hoe rapper we lopen, hoe meer kinderen we kunnen helpen. Omdat er dan, zo heb ik na de Spelen gemerkt, vlotter deuren opengaan. Niet alleen ik val nu in de prijzen, ook mijn vzw. Zelfs alle Vlaamse ministers brachten onlangs een bezoek.' Voor Abdi is het bovendien een motivatie tijdens de zwaarste momenten als atleet. 'Zeker tijdens wekenlange stages, weg van mijn familie, met telkens weer hetzelfde eten, in Sululta vaak alleen met een emmer koud water om te douchen... Dan pep ik mezelf op met de gedachte dat ik dat niet alleen voor mezelf doe, maar ook voor de vele jongeren die naar mij opkijken. Ik visualiseer dan zelfs de glimlach en de mooie boodschappen van de kinderen aan wie ik hier in België soms training geef. Een betere inspiratiebron bestaat niet.' Op korte én op lange termijn. Samen met Nageeye, die met zijn naar hem genoemde foundation speelpleinen in Somalië laat aanleggen, wil Abdi ooit hun grootste droom verwezenlijken: in Somalië een school met een goede sportinfrastructuur oprichten, waar kinderen veilig les kunnen volgen en vrijuit kunnen bewegen. 'Ik heb vorig jaar samen met Mo Farah en Bert Misplon de Somalische minister van Onderwijs ontmoet. Verbijsterd was ik toen hij zei dat in Somalië veel gezinnen slechts één kind op drie naar school kunnen sturen. Stel je voor dat je als ouder zo'n verschrikkelijke keuze moet maken... Hopelijk kunnen Abdi en ik dat probleem voor een stukje verhelpen.' Het zou beiden zelfs nóg meer voldoening schenken dan hun gerealiseerde olympische droom, zeggen Abdi en Nageeye in koor. 'Ook als we 'maar' tien kinderen een betere toekomst kunnen bezorgen, dan is dat meer waard dan twee medailles. Geen makkelijke opdracht, want een hobbelige weg, waarbij we veel geduld zullen moeten oefenen. Gelijkaardig als de weg die we als atleet al succesvol hebben afgelegd. Vastberaden zijn we dus om ook hierin te slagen. Zeker als we onze krachten bundelen, zoals in Sapporo. Together we are stronger.'