Milan Paulus zorgde met een tiende plaats op 1:45 voor de beste Belgische prestatie, Ramses Debruyne werd 20e op 2:25, Alex Vandenbulcke 43e op 16:24 en Jago Willems 58e op 16:49. Vandenbulcke zat met Michel Hessmann, Sakarias Koller Loland, Max Walker en Gianmarco Garofoli in de eerste vlucht. Maximaal gunde het peloton de vijf 1:10, de Amerikaanse ploeg controleerde voor hun kopman Simmons. Op de Kidstones Bank, een pittig klimmetje van 3,9 kilometer, brak het peloton in stukken door het hoge tempo van de Amerikanen. De vluchters werden ingerekend, waarna het een beetje stilviel. Met Lewis Askey en Magnus Sheffield slopen wat later twee jongens weg, maar lang zou hun avontuur niet duren. Intussen werd het peloton ook een paar keer opgeschrikt door valpartijen. Vlak voor het opdraaien van de lokale ronde ontstond opnieuw een kopgroep van vijf. Simmons had daarin het gezelschap van Pavel Bittner, Carlos Cano Rodriguez, Lewis Askey en Magnus Sheffield. De Amerikanen stopten af, de Italianen en Nederlanders moesten vol aan de bak, maar echt dichter kwamen ze niet. Het kwintet begon met 40 seconden voorsprong aan de lokale rondes. Op 30 kilometer van de finish versnelde Simmons en in geen tijd steeg zijn voorsprong naar 50 seconden. Zijn vroegere metgezellen werden opgeraapt, het sein voor Alessio Martinelli om in de tegenaanval te gaan. Het gat dichten lukte hem evenwel niet. Het goud was voor Simmons, het zilver voor Martinelli. In een achtervolgend groepje zaten met Debruyne en Paulus nog twee Belgen, maar finaal waren ze niet mee met het groepje van vier dat om brons spurtte. Het was geleden van 1991 dat een Amerikaan zich nog eens tot wereldkampioen kroonde bij de junioren. Toen won Jeff Evanshine, in 1979 was Greg Lemond aan het feest. Simmons is de derde Amerikaan op de erelijst, waarop hij Remco Evenepoel opvolgt. (Belga)