Met 14.02 op de 100 meter horden opende Maudens meteen sterk. Ze bleef slechts twaalf honderdsten verwijderd van haar persoonlijk record. Het hoogspringen was minder: ze bleef met 1m70 tien centimeter onder haar persoonlijk record. De kogel stootte ze naar 13m14, niet super maar ook niet slecht gezien haar persoonlijk record van 13m82. Op de afsluitende 200 meter bleef Maudens in 24.28 een eindje boven haar persoonlijk record, dat op 23.81 staat. De achterstand op haar persoonlijk record van 6.252 punten bedraagt 134 eenheden, maar Maudens is nog altijd op weg naar een score ruim boven de 6.000 punten. Pittomvils startte met 11.61 op de 100 meter, ruim boven zijn besttijd van 11.12. Verspringen gaf een gelijkaardig resultaat, want met 6m96 kwam hij niet in de buurt van zijn 7m37 van vorig jaar. Lichte beterschap was er in het kogelstoten, waar hij met 13m96 zijn persoonlijk record van van 14m38 enigszins benaderde. Ook hoogspringen was met 1m99 degelijk, vijf centimeter onder zijn persoonlijk record. De afsluitende 400 meter was opnieuw minder met 50.91, net geen twee seconden boven zijn persoonlijk record van 48.94. De Limburger telt 3.827 punten na vijf onderdelen en lijkt niet in de buurt van de 8.000 punten te komen. Zijn persoonlijk record staat sinds 2016 op 8.051 punten. (Belga)

Met 14.02 op de 100 meter horden opende Maudens meteen sterk. Ze bleef slechts twaalf honderdsten verwijderd van haar persoonlijk record. Het hoogspringen was minder: ze bleef met 1m70 tien centimeter onder haar persoonlijk record. De kogel stootte ze naar 13m14, niet super maar ook niet slecht gezien haar persoonlijk record van 13m82. Op de afsluitende 200 meter bleef Maudens in 24.28 een eindje boven haar persoonlijk record, dat op 23.81 staat. De achterstand op haar persoonlijk record van 6.252 punten bedraagt 134 eenheden, maar Maudens is nog altijd op weg naar een score ruim boven de 6.000 punten. Pittomvils startte met 11.61 op de 100 meter, ruim boven zijn besttijd van 11.12. Verspringen gaf een gelijkaardig resultaat, want met 6m96 kwam hij niet in de buurt van zijn 7m37 van vorig jaar. Lichte beterschap was er in het kogelstoten, waar hij met 13m96 zijn persoonlijk record van van 14m38 enigszins benaderde. Ook hoogspringen was met 1m99 degelijk, vijf centimeter onder zijn persoonlijk record. De afsluitende 400 meter was opnieuw minder met 50.91, net geen twee seconden boven zijn persoonlijk record van 48.94. De Limburger telt 3.827 punten na vijf onderdelen en lijkt niet in de buurt van de 8.000 punten te komen. Zijn persoonlijk record staat sinds 2016 op 8.051 punten. (Belga)