Met een tweede olympische medaille zou de tweevoudige Europese kampioene in de voetsporen van Robert Vande Walle (goud in 1980, brons in 1988) en Gella Vandecaveye (zilver in 1996, brons in 2000) treden. "Ik denk dat ik bij de favorieten ben" beaamt Van Snick. "Maar het woord medaille wil ik niet in de mond nemen. Ik ga niet aan het podium denken, nog voordat de competitie begonnen is. Dat zou een grote fout zijn. Je moet het kamp per kamp bekijken. Ik wil gewoon winnen, de beste zijn. Het komt erop aan van in het begin geconcentreerd te zijn. Ik weet dat ik al de andere meisjes al eens verslagen heb en weet hoe ik hen moet aanpakken. Voor elk van hen heb ik een tactisch plan en ik ben van niemand bang. Maar zij hebben allemaal ook wel eens van mij gewonnen. De vorm van de dag zal belangrijk zijn en die kan je niet voorspellen." "Dat ik in Londen al brons pakte, zal me niet echt een voordeel opleveren. Hier staat de teller weer op nul. Ik weet wat de Spelen zijn. Vooral de de grotere media-aandacht maakt het verschil met andere wedstrijden. Maar op de tatami is het gewoon hetzelfde als overal elders." Haar dopingschorsing van 2013, die in 2014 geannuleerd werd, heeft Van Snick getekend en sterker gemaakt. "Geen van mijn tegenstanders heeft zoiets meegemaakt. Ik heb op moeten staan en moest nog sterker terugkomen. Er zijn judoka's die met blessures af te rekenen hadden, maar geen blessure kan je kwetsen zoals die schorsing dat deed. Ik hoop dat de ervaring en maturiteit die ik opgedaan heb door bepaalde obstakels in het leven te overwinnen, hier het verschil zullen maken." In aanloop naar de competitie moet Van Snick steeds een strijd leveren tegen de kilo's om onder de 48 te duiken. "Het moeilijkste daarbij is om toch in vorm te blijven. Deze Spelen worden wellicht mijn laatste in deze gewichtsklasse. Dat is voor negentig procent zeker." (Belga)

Met een tweede olympische medaille zou de tweevoudige Europese kampioene in de voetsporen van Robert Vande Walle (goud in 1980, brons in 1988) en Gella Vandecaveye (zilver in 1996, brons in 2000) treden. "Ik denk dat ik bij de favorieten ben" beaamt Van Snick. "Maar het woord medaille wil ik niet in de mond nemen. Ik ga niet aan het podium denken, nog voordat de competitie begonnen is. Dat zou een grote fout zijn. Je moet het kamp per kamp bekijken. Ik wil gewoon winnen, de beste zijn. Het komt erop aan van in het begin geconcentreerd te zijn. Ik weet dat ik al de andere meisjes al eens verslagen heb en weet hoe ik hen moet aanpakken. Voor elk van hen heb ik een tactisch plan en ik ben van niemand bang. Maar zij hebben allemaal ook wel eens van mij gewonnen. De vorm van de dag zal belangrijk zijn en die kan je niet voorspellen." "Dat ik in Londen al brons pakte, zal me niet echt een voordeel opleveren. Hier staat de teller weer op nul. Ik weet wat de Spelen zijn. Vooral de de grotere media-aandacht maakt het verschil met andere wedstrijden. Maar op de tatami is het gewoon hetzelfde als overal elders." Haar dopingschorsing van 2013, die in 2014 geannuleerd werd, heeft Van Snick getekend en sterker gemaakt. "Geen van mijn tegenstanders heeft zoiets meegemaakt. Ik heb op moeten staan en moest nog sterker terugkomen. Er zijn judoka's die met blessures af te rekenen hadden, maar geen blessure kan je kwetsen zoals die schorsing dat deed. Ik hoop dat de ervaring en maturiteit die ik opgedaan heb door bepaalde obstakels in het leven te overwinnen, hier het verschil zullen maken." In aanloop naar de competitie moet Van Snick steeds een strijd leveren tegen de kilo's om onder de 48 te duiken. "Het moeilijkste daarbij is om toch in vorm te blijven. Deze Spelen worden wellicht mijn laatste in deze gewichtsklasse. Dat is voor negentig procent zeker." (Belga)