Van het huidige tv-contract, dat na het lopende seizoen afloopt, was er voor het seizoen 2018-2019 zo'n 80,6 miljoen euro te verdelen over de profclubs. De grote slokop is Club Brugge, dat 8,05 miljoen euro opstrijkt. Daarna volgen Standard (6,94 miljoen euro), RSC Anderlecht (6,59 miljoen euro), AA Gent (6,55 miljoen euro) en landskampioen KRC Genk (6,01 miljoen euro). Van de eersteklassers vangt Eupen (2,27 miljoen euro) het minst. Van de 80,6 miljoen euro die er in totaal te verdelen viel, werd zo'n 5 miljoen al opzijgezet ten gunste van de Supercup, de Belgische voetbalbond en vooral de clubs uit 1B (4,5 miljoen euro). Ook de drie 1B-clubs die deelnamen aan Play-off 2 mogen samen 1,22 miljoen euro op hun rekening bijschrijven en ook voor de degradant van het seizoen voordien (KV Mechelen) wordt een aardige som opzijgezet als vangnet. Dan blijft er nog bijna 73 miljoen euro over voor de zestien eersteklassers. Dat geld wordt volgens een ingewikkelde verdeelsleutel uitgereikt. Die sleutel houdt vooral rekening met de uitslagen van de voorbije vijf seizoenen, goed voor 32 miljoen euro. Daardoor heeft Club Brugge (landskampioen in 2016 en 2018) de beste papieren. Ook de resultaten van de reguliere competitie en de play-offs, het aantal uitgestelde kijkers en investeringen in het vrouwenvoetbal beïnvloeden de som. De G5, die samen ruim 34 miljoen opstrijken, hebben nog extra commerciële parameters. De Pro League, die niet wenst te reageren op de cijfers, zal de komende weken en maanden werk maken van een nieuw tv-contract, dat zal lopen van 2020 tot medio 2023. Belangrijk in de onderhandelingen van de clubs is de verdeelsleutel voor de mediarechten. Bart Verhaeghe, voorzitter van uitgerekend Club Brugge, waarschuwde al dat de G5 mogelijk hun eigen rechten zullen vermarkten als de kleinere clubs zich niet solidair opstellen. (Belga)