Vier Belgische clubs mogen zich zo opmaken voor een Europese herfst: landskampioen Racing Genk en vicekampioen Club Brugge in de Champions League, Standard en AA Gent in de Europa League. Antwerp was daar ook dichtbij, maar schoot zichzelf in de terugwedstrijd tegen AZ in de voeten met twee domme rode kaarten voor Dieumerci Mbokani en Didier Lamkel Zé. Met vier op vijf leggen de Belgen een bijna perfect rapport voor, al is het zeker niet uitzonderlijk. Het maximum van vijf ploegen in de poulefase viel in het verleden nog maar één keer voor: in het seizoen 2016-2017 zaten er vier Belgische teams in de groepsfase van de Europa League en eentje in de Champions League. Voor hun deelname aan de Champions League mogen Genk en Club Brugge om en bij de dertig miljoen euro incalculeren, aan startgeld, wedstrijdpremies, een uitkering voor de coëfficiëntenranking op basis van de Europese resultaten in de afgelopen tien jaar, en hun aandeel uit de market pool. In totaal zal er zo 2,04 miljard euro verdeeld worden, waarvan het leeuwendeel naar de 32 deelnemende ploegen in de groepsfase gaat. Daartegenover valt er vanaf de groepsfase van de Europa League 560 miljoen euro te verdelen over de 48 deelnemende ploegen: een startpremie van 2,92 miljoen euro en 190.000 euro per punt. Voor de groepswinnaar is er 1 miljoen euro, de runner-up krijgt een half miljoen. De top twee plaatst zich ook telkens voor de zestiende finales, waarvoor nog eens 500.000 euro per club weggelegd is. Uit de coëfficiëntenranking strijken de deelnemende clubs tussen de 71.000 en 3,4 miljoen euro op, met daarbovenop nog eens een nader te bepalen bedrag uit de market pool, die voor de 48 clubs samen in totaal 168 miljoen euro bedraagt. (Belga)