Alle Belgische ogen in de snelle openingstijdrit waren uiteraard gericht op de rentree van Remco Evenepoel. De tijdritkwaliteiten van de 21-jarige Vlaams-Brabander bleken ondanks een wedstrijdpauze van 266 dagen na zijn loodzware crash in de Ronde van Lombardije niet al te zeer afgebot. Met een tijd van 9:06 werd Evenepoel niet alleen zevende in de uitslag, maar hield hij ook het gros van de klassementsrenners af. Enkel zijn Portugese ploegmaat Joao Almeida (vierde) deed nog twee seconden sneller dan Evenepoel, maar de andere belangrijke kanshebbers voor het eindpodium liepen meteen een achterstand op: Simon Yates was negentien seconden langer onderweg dan de piepjonge Belg, Egan Bernal was twintig seconden trager. De grootste verliezers waren Mikel Landa en Romain Bardet, respectievelijk 0:30 en 0:33 trager dan Evenepoel. Voor ritwinst kwamen de klassementsrenners niet in de buurt van de tijdritspecialisten. De jonge Noor Tobias Foss (Team Jumbo-Visma) zette de richttijd van 9:00 neer, een prestatie waarop onder meer favoriet Rémi Cavagna (uiteindelijk vijfde) de tanden stuk beet. Maar eerst zijn Italiaanse ploegmaat Edoardo Affini en daarna Filippo Ganna doken finaal nog onder de toptijd van Foss. Ganna was tien seconden sneller dan Affini en dertien seconden sneller dan Foss, een top drie die niet meer wijzigde aan het eind. De 24-jarige Ganna was in 2020 goed voor vier ritzeges in de Giro en droeg toen twee dagen de roze trui, ook toen na winst in de openingstijdrit. Dit seizoen won hij al driemaal, waarvan twee keer tegen de klok. Maar in zijn twee laatste tijdritten voor de Giro, in Tirreno-Adriatico en de Ronde van Romandië, had Ganna in het stof moeten bijten. Met Victor Campenaerts en Thomas De Gendt waren er nog twee Belgische hardrijders om naar uit te kijken in de tijdrit. De twee gingen vroeg van start, maar allebei konden ze niet opvallen: Campenaerts zat heel even in de 'hotseat' en werd uiteindelijk 24e, De Gendt is traditioneel pas op zijn best in de slotweek en was pas 94e. Zondag is het van Belgische zijde uitkijken naar voormalig nationaal kampioen Tim Merlier, want dan krijgen de sprinters een eerste kans. De tweede etappe over 179 kilometer, tussen Stupinigi en Novara is biljartvlak op enkele heuvels in het middenstuk na, met daarbij een klimmetje van vierde categorie. (Belga)

Alle Belgische ogen in de snelle openingstijdrit waren uiteraard gericht op de rentree van Remco Evenepoel. De tijdritkwaliteiten van de 21-jarige Vlaams-Brabander bleken ondanks een wedstrijdpauze van 266 dagen na zijn loodzware crash in de Ronde van Lombardije niet al te zeer afgebot. Met een tijd van 9:06 werd Evenepoel niet alleen zevende in de uitslag, maar hield hij ook het gros van de klassementsrenners af. Enkel zijn Portugese ploegmaat Joao Almeida (vierde) deed nog twee seconden sneller dan Evenepoel, maar de andere belangrijke kanshebbers voor het eindpodium liepen meteen een achterstand op: Simon Yates was negentien seconden langer onderweg dan de piepjonge Belg, Egan Bernal was twintig seconden trager. De grootste verliezers waren Mikel Landa en Romain Bardet, respectievelijk 0:30 en 0:33 trager dan Evenepoel. Voor ritwinst kwamen de klassementsrenners niet in de buurt van de tijdritspecialisten. De jonge Noor Tobias Foss (Team Jumbo-Visma) zette de richttijd van 9:00 neer, een prestatie waarop onder meer favoriet Rémi Cavagna (uiteindelijk vijfde) de tanden stuk beet. Maar eerst zijn Italiaanse ploegmaat Edoardo Affini en daarna Filippo Ganna doken finaal nog onder de toptijd van Foss. Ganna was tien seconden sneller dan Affini en dertien seconden sneller dan Foss, een top drie die niet meer wijzigde aan het eind. De 24-jarige Ganna was in 2020 goed voor vier ritzeges in de Giro en droeg toen twee dagen de roze trui, ook toen na winst in de openingstijdrit. Dit seizoen won hij al driemaal, waarvan twee keer tegen de klok. Maar in zijn twee laatste tijdritten voor de Giro, in Tirreno-Adriatico en de Ronde van Romandië, had Ganna in het stof moeten bijten. Met Victor Campenaerts en Thomas De Gendt waren er nog twee Belgische hardrijders om naar uit te kijken in de tijdrit. De twee gingen vroeg van start, maar allebei konden ze niet opvallen: Campenaerts zat heel even in de 'hotseat' en werd uiteindelijk 24e, De Gendt is traditioneel pas op zijn best in de slotweek en was pas 94e. Zondag is het van Belgische zijde uitkijken naar voormalig nationaal kampioen Tim Merlier, want dan krijgen de sprinters een eerste kans. De tweede etappe over 179 kilometer, tussen Stupinigi en Novara is biljartvlak op enkele heuvels in het middenstuk na, met daarbij een klimmetje van vierde categorie. (Belga)