Jean Brankart werd op 12 juli 1930 in het Luikse Momalle (Remicourt) geboren en werd in 1953 profwielrenner. Dat bleef hij tot 1960, goed voor 27 overwinningen. Hij maakte al faam in de Tour de France van 1954, als klimmer en tijdrijder. Goed voor een negende plaats in de eindstand. In de prestigieuze koers tegen het uurwerk, die de Grand Prix des Nations was, strandde hij als tweede op slechts 22 seconden van "maître" Jacques Anquetil. Toen de Tour van 1955 van start ging gold Brankart als een helper van kopman Stan Ockers, en bleef hij dat. De Waal won niettemin een bergrit en een tijdrit van 69 kilometer, voor grote favoriet Lousion Bobet. Naar eigen zeggen had Brankart die Tour moeten winnen, wat Geert De Vriese min of meer bevestigt in zijn boek "De Tour in België": "Jean Brankart had best de eerste Belgische Tourwinnaar na de Tweede Wereldoorlog kunnen worden". "Ik werd overal aan mijn lot overgelaten", citeerde het wielermagazine Bahamontes de renner. In het bijzonder tijdens de negende etappe van Briançon naar Monaco. Hij maakte deel uit van een kopgroep van achttien toen hij anderhalve kilometer voor de streep lek reed. Geen enkele van de andere Belgen, allen Vlamingen, hielp hem vanwege "niet gezien", met als gevolg een verlies van meer dan twee minuten op Bobet, die die Tour won. Met naast zich op de tweede trede van het podium Jean Brankart. "Als hij toen maar wat meer steun had gekregen van zijn ploeggenoten (Belgen want het waren toen landenploegen die de Tour reden). Geen trap op de pedalen hebben ze voor hem over gehad", beaamt De Vriese, die schreef dat Brankart aan de Ronde van 1955 "een levenslange kater" overhield. Niettemin werd de renner in het Franstalige deel van België meteen het idool. Voor de Tour van 1956 was Brankart de grote favoriet, maar hij faalde. Gebruik makend van zijn tijdrijderscapaciteiten werd hij dat jaar, en ook in 1958 en 1959, op de piste Belgisch kampioen achtervolging. Als ronderenner nam Brankart in 1958 revanche, in het bijzonder in de Giro d'Italia. Hij eindigde tweede na de Italiaan Ercole Baldini, met "slechts" 4:17 achterstand. Maar voor kleppers als klimgeit Charly Gaul, Bobet en Gastone Nencini. Meer nog, Brankart won als eerste Belg ooit de bergprijs, voor Baldini en Luxemburger Charly Gaul. De laatste spraakmakende overwinning van Brankart was in 1959 het eindklassement en een rit in de etappewedstrijd Midi Libre. Met zijn ploeg Saint-Raphael-Geminiani won hij ook de ploegentijdrit in de Ronde van Spanje. Naast zijn Belgische titel in de achtervolging haalde hij ook brons op het WK in deze discipline. Hartproblemen beëindigden zijn carrière op 7 juli 1960, tijdens de Tour. Daarna was hij onder meer verzekeringsagent, lasser, cafébaas in Borgworm, chauffeur en uitbater van een turfkantoor. "Om te slagen in de sport moet men veel moed hebben. Zelf al heb ik vele uren aan training besteed, als het te herdoen was, denk ik dat ik nog meer tijd op de fiets zou doorbrengen", vertelde hij in 2013 aan de krant Vers l'Avenir. (Belga)

Jean Brankart werd op 12 juli 1930 in het Luikse Momalle (Remicourt) geboren en werd in 1953 profwielrenner. Dat bleef hij tot 1960, goed voor 27 overwinningen. Hij maakte al faam in de Tour de France van 1954, als klimmer en tijdrijder. Goed voor een negende plaats in de eindstand. In de prestigieuze koers tegen het uurwerk, die de Grand Prix des Nations was, strandde hij als tweede op slechts 22 seconden van "maître" Jacques Anquetil. Toen de Tour van 1955 van start ging gold Brankart als een helper van kopman Stan Ockers, en bleef hij dat. De Waal won niettemin een bergrit en een tijdrit van 69 kilometer, voor grote favoriet Lousion Bobet. Naar eigen zeggen had Brankart die Tour moeten winnen, wat Geert De Vriese min of meer bevestigt in zijn boek "De Tour in België": "Jean Brankart had best de eerste Belgische Tourwinnaar na de Tweede Wereldoorlog kunnen worden". "Ik werd overal aan mijn lot overgelaten", citeerde het wielermagazine Bahamontes de renner. In het bijzonder tijdens de negende etappe van Briançon naar Monaco. Hij maakte deel uit van een kopgroep van achttien toen hij anderhalve kilometer voor de streep lek reed. Geen enkele van de andere Belgen, allen Vlamingen, hielp hem vanwege "niet gezien", met als gevolg een verlies van meer dan twee minuten op Bobet, die die Tour won. Met naast zich op de tweede trede van het podium Jean Brankart. "Als hij toen maar wat meer steun had gekregen van zijn ploeggenoten (Belgen want het waren toen landenploegen die de Tour reden). Geen trap op de pedalen hebben ze voor hem over gehad", beaamt De Vriese, die schreef dat Brankart aan de Ronde van 1955 "een levenslange kater" overhield. Niettemin werd de renner in het Franstalige deel van België meteen het idool. Voor de Tour van 1956 was Brankart de grote favoriet, maar hij faalde. Gebruik makend van zijn tijdrijderscapaciteiten werd hij dat jaar, en ook in 1958 en 1959, op de piste Belgisch kampioen achtervolging. Als ronderenner nam Brankart in 1958 revanche, in het bijzonder in de Giro d'Italia. Hij eindigde tweede na de Italiaan Ercole Baldini, met "slechts" 4:17 achterstand. Maar voor kleppers als klimgeit Charly Gaul, Bobet en Gastone Nencini. Meer nog, Brankart won als eerste Belg ooit de bergprijs, voor Baldini en Luxemburger Charly Gaul. De laatste spraakmakende overwinning van Brankart was in 1959 het eindklassement en een rit in de etappewedstrijd Midi Libre. Met zijn ploeg Saint-Raphael-Geminiani won hij ook de ploegentijdrit in de Ronde van Spanje. Naast zijn Belgische titel in de achtervolging haalde hij ook brons op het WK in deze discipline. Hartproblemen beëindigden zijn carrière op 7 juli 1960, tijdens de Tour. Daarna was hij onder meer verzekeringsagent, lasser, cafébaas in Borgworm, chauffeur en uitbater van een turfkantoor. "Om te slagen in de sport moet men veel moed hebben. Zelf al heb ik vele uren aan training besteed, als het te herdoen was, denk ik dat ik nog meer tijd op de fiets zou doorbrengen", vertelde hij in 2013 aan de krant Vers l'Avenir. (Belga)