Een eerste conclusie die de UEFA trekt, is dat de Europese competities op totaal verschillende niveaus acteren. De ploegen in de Engelse Premier League waren in 2018 met een totaalopbrengst van 5,4 miljard euro de absolute grootverdieners. Duitsland (3,2 miljard), Spanje (3,1 miljard), Italië (2,3) en Frankrijk (1,7 miljard euro) volgen al op respectabele achterstand. De Belgische clubs verdienden volgens het UEFA-rapport samen 391 miljoen euro, ofwel een veertiende van de Premier League. De Jupiler Pro League zit daarmee in het derde peloton op Europese schaal, waarin verder ook Nederland (497 miljoen euro) en Portugal (440 miljoen euro) vertoeven. Hoewel de opbrengsten in zowat elke Europese competitie in stijgende lijn zijn dankzij betere tv-contracten, behoort de Belgische competitie niet tot de sterkste groeiers van Europa. De Jupiler Pro League liet in 2018 een beperkte groei van minder dan 5 procent aan opbrengsten optekenen. Er zijn 29 UEFA-landen die een groei van minstens vijf procent of meer bewerkstelligden. Opvallend: in Nederland zakte het omzetcijfer. Nog opmerkelijk uit het rapport: België is voor zijn inkomsten grotendeels afhankelijk van transfers. Transferinkomsten in de Jupiler Pro League leverden liefst de helft van de totale omzet op. Enkel Portugal (61 procent) en Frankrijk (54 procent) overtreffen dat bruto-inkomstencijfer. Andere belangrijke inkomstenposten voor de Belgische eersteklassers waren tv-gelden (19 procent van de total omzet), ticketverkoop (22 procent) en sponsoring of commerciële deals (27 procent). Het tv-contract van de Pro League leverde de voorbije cyclus 75 miljoen euro per jaar op, goed voor een gemiddelde van 4,7 miljoen euro per club. In slechts zeven Europese competities lag dat bedrag hoger in 2018. De verwachting is dat er volgend seizoen, bij het ingaan van een nieuw tv-contract, opnieuw een sprong voorwaarts wordt gezet. Enkele Belgische topclubs spelen echter met het idee om hun mediarechten individueel te vermarkten, naar het voorbeeld van Portugal. Maar de UEFA lijkt daar in zijn rapport voor te waarschuwen. "Er is een grote kloof tussen de top drie (Benfica, Sporting en Porto) en de rest van de competitie wat tv-inkomsten betreft. De grootste ontvanger verdient meer dan een tienvoud van de mediaan." De omzet uit commerciële deals in België steeg trouwens met 4 procent in 2018. Vooral de grote clubs zijn daarvoor verantwoordelijk. Eenzelfde stijging zien we bij de opbrengsten uit ticketverkoop, die een club in ons land gemiddeld 21,3 euro per toeschouwer oplevert. Daarmee staat België op de tiende plek. Ter vergelijking: in Engeland (38,6 euro per fan), Duitsland (35,8 euro) en Spanje (34,2 euro) verdient men een pak meer door hogere ticketprijzen. Anderlecht-supporters betaalden in 2018 gemiddeld 41,8 euro voor een toegangskaartje. Daarin zitten ook VIP-formules verrekend. Paars-wit staat daarmee op de achttiende plek van duurste clubs in Europa. Met een gemiddelde prijs van 93,3 euro legt de fan van PSG het meeste geld op tafel. Een Europese tendens waaraan geen enkele competitie ontsnapt, is de stijgende loonkost. Bij de Belgische clubs is er een gemiddelde toename van 9 procent. Dat is net iets minder dan het Europese gemiddelde. In ons land dient 71 procent van de opbrengsten, ofwel 279 miljoen euro, om de lonen uit te keren. Naar Europese normen zijn de verschillen tussen topclubs en kleinere clubs niet zo groot. De G5 betaalt twee tot vier keer hogere lonen dan de K11. In Spanje is de loondruk van Barcelona of Real Madrid tot elf keer hoger dan die van pakweg Alaves of Osasuna. De Belgische competitie telde in 2018 vijf buitenlandse eigenaars op zestien clubs. Dat zijn er in absolute cijfers evenveel als in Italië, waar de Serie A weliswaar uit vier clubs meer bestaat. Slechts twee UEFA-leden, Engeland (12 buitenlandse eigenaars) en Frankrijk (7), hebben meer buitenlandse eigenaars. De vijf Belgische clubs zijn STVV, KV Kortrijk, Moeskroen, Eupen en Cercle Brugge. België stond tussen 2017 en 2018 samen met Griekenland en Moldavië garant voor het hoogste aantal clubovernames. Behalve een strikt verbod op eigendom van meerdere Belgische clubs zijn de Belgische regels omtrent overnames naar Europese normen vrij soepel. (Belga)

Een eerste conclusie die de UEFA trekt, is dat de Europese competities op totaal verschillende niveaus acteren. De ploegen in de Engelse Premier League waren in 2018 met een totaalopbrengst van 5,4 miljard euro de absolute grootverdieners. Duitsland (3,2 miljard), Spanje (3,1 miljard), Italië (2,3) en Frankrijk (1,7 miljard euro) volgen al op respectabele achterstand. De Belgische clubs verdienden volgens het UEFA-rapport samen 391 miljoen euro, ofwel een veertiende van de Premier League. De Jupiler Pro League zit daarmee in het derde peloton op Europese schaal, waarin verder ook Nederland (497 miljoen euro) en Portugal (440 miljoen euro) vertoeven. Hoewel de opbrengsten in zowat elke Europese competitie in stijgende lijn zijn dankzij betere tv-contracten, behoort de Belgische competitie niet tot de sterkste groeiers van Europa. De Jupiler Pro League liet in 2018 een beperkte groei van minder dan 5 procent aan opbrengsten optekenen. Er zijn 29 UEFA-landen die een groei van minstens vijf procent of meer bewerkstelligden. Opvallend: in Nederland zakte het omzetcijfer. Nog opmerkelijk uit het rapport: België is voor zijn inkomsten grotendeels afhankelijk van transfers. Transferinkomsten in de Jupiler Pro League leverden liefst de helft van de totale omzet op. Enkel Portugal (61 procent) en Frankrijk (54 procent) overtreffen dat bruto-inkomstencijfer. Andere belangrijke inkomstenposten voor de Belgische eersteklassers waren tv-gelden (19 procent van de total omzet), ticketverkoop (22 procent) en sponsoring of commerciële deals (27 procent). Het tv-contract van de Pro League leverde de voorbije cyclus 75 miljoen euro per jaar op, goed voor een gemiddelde van 4,7 miljoen euro per club. In slechts zeven Europese competities lag dat bedrag hoger in 2018. De verwachting is dat er volgend seizoen, bij het ingaan van een nieuw tv-contract, opnieuw een sprong voorwaarts wordt gezet. Enkele Belgische topclubs spelen echter met het idee om hun mediarechten individueel te vermarkten, naar het voorbeeld van Portugal. Maar de UEFA lijkt daar in zijn rapport voor te waarschuwen. "Er is een grote kloof tussen de top drie (Benfica, Sporting en Porto) en de rest van de competitie wat tv-inkomsten betreft. De grootste ontvanger verdient meer dan een tienvoud van de mediaan." De omzet uit commerciële deals in België steeg trouwens met 4 procent in 2018. Vooral de grote clubs zijn daarvoor verantwoordelijk. Eenzelfde stijging zien we bij de opbrengsten uit ticketverkoop, die een club in ons land gemiddeld 21,3 euro per toeschouwer oplevert. Daarmee staat België op de tiende plek. Ter vergelijking: in Engeland (38,6 euro per fan), Duitsland (35,8 euro) en Spanje (34,2 euro) verdient men een pak meer door hogere ticketprijzen. Anderlecht-supporters betaalden in 2018 gemiddeld 41,8 euro voor een toegangskaartje. Daarin zitten ook VIP-formules verrekend. Paars-wit staat daarmee op de achttiende plek van duurste clubs in Europa. Met een gemiddelde prijs van 93,3 euro legt de fan van PSG het meeste geld op tafel. Een Europese tendens waaraan geen enkele competitie ontsnapt, is de stijgende loonkost. Bij de Belgische clubs is er een gemiddelde toename van 9 procent. Dat is net iets minder dan het Europese gemiddelde. In ons land dient 71 procent van de opbrengsten, ofwel 279 miljoen euro, om de lonen uit te keren. Naar Europese normen zijn de verschillen tussen topclubs en kleinere clubs niet zo groot. De G5 betaalt twee tot vier keer hogere lonen dan de K11. In Spanje is de loondruk van Barcelona of Real Madrid tot elf keer hoger dan die van pakweg Alaves of Osasuna. De Belgische competitie telde in 2018 vijf buitenlandse eigenaars op zestien clubs. Dat zijn er in absolute cijfers evenveel als in Italië, waar de Serie A weliswaar uit vier clubs meer bestaat. Slechts twee UEFA-leden, Engeland (12 buitenlandse eigenaars) en Frankrijk (7), hebben meer buitenlandse eigenaars. De vijf Belgische clubs zijn STVV, KV Kortrijk, Moeskroen, Eupen en Cercle Brugge. België stond tussen 2017 en 2018 samen met Griekenland en Moldavië garant voor het hoogste aantal clubovernames. Behalve een strikt verbod op eigendom van meerdere Belgische clubs zijn de Belgische regels omtrent overnames naar Europese normen vrij soepel. (Belga)