Van Aert moest starten op de derde rij, na Tom Pidcock die zondag zijn rentree maakte in het veld, maar hij wist al snel op te schuiven en sloot nog voor het einde van de eerste ronde aan bij de koplopers. De wedstrijd brak niet meteen open, in de tweede ronde bestond de kopgroep nog uit negen renners: Toon Aerts, Michael Vanthourenhout, Eli Iserbyt, Corné van Kessel, Wout van Aert, Lars van der Haar, Quinten Hermans, Laurens Sweeck en Daan Soete. Sweeck schakelde zichzelf uit a met een valpartij over de balken. De Belgische kampioen belandde in 25e à 30e positie en zou niet meer meedoen om de winst. In de vierde ronde besliste Vanthourenhout zijn kans te gaan. In geen tijd sloeg hij een klein kloofje, Eli Iserbyt zat in een zetel, alleen Aerts en Van Aert probeerden de kloof te dichten. Bij het indraaien van de vijfde van acht rondes keken ze tegen een achterstand van zeven seconden aan. Een ronde later was die tot vijftien seconden opgelopen. De achtervolgers waren intussen herleid tot een groep van drie met Aerts, Van Aert en Iserbyt. Die laatste had al de hele tijd zijn benen stil kunnen houden en profiteerde in de zesde ronde van een minder moment van zijn kompanen. De Europese kampioen reed bij hen weg, ging op zoek naar zijn ploegmaat en kon het kloofje snel dichten. In de slotronde toonde Vanthourenhout zich toch nog net iets sterker dan Iserbyt. Aerts kwam door een zwieper van Van Aert ten val en zag zich een podiumplaats door de neus geboord. Zaterdag leek Vanthourenhout on Kortrijk ook naar de zege op weg, maar moest hij na een lekke band uiteindelijk vrede nemen met de vierde stek. In de Wereldbeker is hij de eerste leider. Die Wereldbeker bestaat dit seizoen uit slechts vijf manches - een pak minder dan de voorziene veertien - omdat heel wat organisatoren een cross in dit coronajaar niet meer zagen zitten. Daarmee is de wereldbeker het zwaarst getroffen van de drie regelmatigheidscriteria. Het prijzengeld is, omwille van minder manches, ook een pak lager dan andere jaren. (Belga)

Van Aert moest starten op de derde rij, na Tom Pidcock die zondag zijn rentree maakte in het veld, maar hij wist al snel op te schuiven en sloot nog voor het einde van de eerste ronde aan bij de koplopers. De wedstrijd brak niet meteen open, in de tweede ronde bestond de kopgroep nog uit negen renners: Toon Aerts, Michael Vanthourenhout, Eli Iserbyt, Corné van Kessel, Wout van Aert, Lars van der Haar, Quinten Hermans, Laurens Sweeck en Daan Soete. Sweeck schakelde zichzelf uit a met een valpartij over de balken. De Belgische kampioen belandde in 25e à 30e positie en zou niet meer meedoen om de winst. In de vierde ronde besliste Vanthourenhout zijn kans te gaan. In geen tijd sloeg hij een klein kloofje, Eli Iserbyt zat in een zetel, alleen Aerts en Van Aert probeerden de kloof te dichten. Bij het indraaien van de vijfde van acht rondes keken ze tegen een achterstand van zeven seconden aan. Een ronde later was die tot vijftien seconden opgelopen. De achtervolgers waren intussen herleid tot een groep van drie met Aerts, Van Aert en Iserbyt. Die laatste had al de hele tijd zijn benen stil kunnen houden en profiteerde in de zesde ronde van een minder moment van zijn kompanen. De Europese kampioen reed bij hen weg, ging op zoek naar zijn ploegmaat en kon het kloofje snel dichten. In de slotronde toonde Vanthourenhout zich toch nog net iets sterker dan Iserbyt. Aerts kwam door een zwieper van Van Aert ten val en zag zich een podiumplaats door de neus geboord. Zaterdag leek Vanthourenhout on Kortrijk ook naar de zege op weg, maar moest hij na een lekke band uiteindelijk vrede nemen met de vierde stek. In de Wereldbeker is hij de eerste leider. Die Wereldbeker bestaat dit seizoen uit slechts vijf manches - een pak minder dan de voorziene veertien - omdat heel wat organisatoren een cross in dit coronajaar niet meer zagen zitten. Daarmee is de wereldbeker het zwaarst getroffen van de drie regelmatigheidscriteria. Het prijzengeld is, omwille van minder manches, ook een pak lager dan andere jaren. (Belga)