"Ik ben echt wel blij dat we Parijs-Nice hebben kunnen rijden", begon Thomas De Gendt zijn analyse. "Anders hadden we voor niets zo zwaar getraind. Het blijft ook een prachtwedstrijd, zelfs met een kleiner peloton dit jaar. Eerlijk, de wedstrijd verloor wat van zijn glans na het afhaken van een aantal topploegen, maar er is werkelijk elke dag strijd geleverd. Kijk maar naar de rit die Benoot won, of ook de slotetappe waar tot op de meet gestreden werd voor de eindoverwinning. Uiteraard heb ik alle begrip voor het forfait van een aantal ploegen. Elk team maakte zijn keuze en elk team respecteerde ook andermans keuze. Mochten onze teamartsen besloten hebben dat we niet mochten starten, dan hadden we dat ook niet gedaan. We hebben in Parijs-Nice goed alle consignes opgevolgd en uiteindelijk hadden we enkel close contact met mensen van de eigen ploeg, waardoor de kans op besmetting minimaal was. Laat ons hopen dat de huidige toestand zo snel mogelijk opklaart en dat we over één of twee maanden weer kunnen koersen." Intussen zal het er voor Thomas De Gendt en voor al zijn collega's op aan komen de conditie te onderhouden. "Maar hoe? Dat is de vraag", ging De Gendt verder. "Dat is iets wat we met onze trainer moeten bespreken. Het moeilijke is vooral: waar werk je naartoe? Naar half mei? Naar het BK? Naar de Tour de France? Het is wat dom om te pieken naar een bepaalde datum als er geen vooruitzichten zijn. Naar mijn gevoel zal de Tour wel kunnen doorgaan. Ik mik alleszins daar op." De Gendt stuntte bijna nog op de slotdag van Parijs-Nice. Al na tien kilometer zat hij in de goede ontsnapping, die later uitdunde tot zes man. Op de slotklim naar La Colmiane gooide hij iedereen overboord, Alaphilippe als laatste. "Ik zag aan zijn gezicht dat hij à bloc zat. Ik wilde geen risico nemen en liet ook hem achter. Ik was niet van plan hem een gratis lift te geven. En toch geloofde ik niet meer in een overwinning. De krachten waren aan het weglopen. In de kopgroep van zes werkten Bettiol en Paret-Peintre niet mee en Perez was van geen hulp bergop. Uiteindelijk deden we het werk met zijn drieën en na 150 km voorop had ik wel wat kopbeurten in de benen. Ik wist ook dat ik op 3 kilometer van de meet best 1 minuut voorsprong had. Die had ik niet meer. En toen kwam Quintana. Over en out dus, maar ik keer met een fijn gevoel terug naar België. Benieuwd voor hoe lang." (Belga)

"Ik ben echt wel blij dat we Parijs-Nice hebben kunnen rijden", begon Thomas De Gendt zijn analyse. "Anders hadden we voor niets zo zwaar getraind. Het blijft ook een prachtwedstrijd, zelfs met een kleiner peloton dit jaar. Eerlijk, de wedstrijd verloor wat van zijn glans na het afhaken van een aantal topploegen, maar er is werkelijk elke dag strijd geleverd. Kijk maar naar de rit die Benoot won, of ook de slotetappe waar tot op de meet gestreden werd voor de eindoverwinning. Uiteraard heb ik alle begrip voor het forfait van een aantal ploegen. Elk team maakte zijn keuze en elk team respecteerde ook andermans keuze. Mochten onze teamartsen besloten hebben dat we niet mochten starten, dan hadden we dat ook niet gedaan. We hebben in Parijs-Nice goed alle consignes opgevolgd en uiteindelijk hadden we enkel close contact met mensen van de eigen ploeg, waardoor de kans op besmetting minimaal was. Laat ons hopen dat de huidige toestand zo snel mogelijk opklaart en dat we over één of twee maanden weer kunnen koersen." Intussen zal het er voor Thomas De Gendt en voor al zijn collega's op aan komen de conditie te onderhouden. "Maar hoe? Dat is de vraag", ging De Gendt verder. "Dat is iets wat we met onze trainer moeten bespreken. Het moeilijke is vooral: waar werk je naartoe? Naar half mei? Naar het BK? Naar de Tour de France? Het is wat dom om te pieken naar een bepaalde datum als er geen vooruitzichten zijn. Naar mijn gevoel zal de Tour wel kunnen doorgaan. Ik mik alleszins daar op." De Gendt stuntte bijna nog op de slotdag van Parijs-Nice. Al na tien kilometer zat hij in de goede ontsnapping, die later uitdunde tot zes man. Op de slotklim naar La Colmiane gooide hij iedereen overboord, Alaphilippe als laatste. "Ik zag aan zijn gezicht dat hij à bloc zat. Ik wilde geen risico nemen en liet ook hem achter. Ik was niet van plan hem een gratis lift te geven. En toch geloofde ik niet meer in een overwinning. De krachten waren aan het weglopen. In de kopgroep van zes werkten Bettiol en Paret-Peintre niet mee en Perez was van geen hulp bergop. Uiteindelijk deden we het werk met zijn drieën en na 150 km voorop had ik wel wat kopbeurten in de benen. Ik wist ook dat ik op 3 kilometer van de meet best 1 minuut voorsprong had. Die had ik niet meer. En toen kwam Quintana. Over en out dus, maar ik keer met een fijn gevoel terug naar België. Benieuwd voor hoe lang." (Belga)