Topfavoriet Remco Evenepoel (Deceuninck - Quick-Step) kwam op een veertigtal kilometer van de finish zwaar ten val. De 20-jarige renner maakte deel uit van een kopgroep van zeven, toen hij in de afdaling van de Muro di Sormano een muurtje raakte en een afgrond indook. De hulpdiensten waren snel ter plaatse en na een twintigtal minuten kon de onfortuinlijke renner naar het ziekenhuis afgevoerd worden. Alessandro Tegner, woordvoerder van Deceuninck - Quick-Step, vertelde de RAI dat Evenepoel bij bewustzijn bleef en op de vragen van de dokters kon antwoorden. Hij zou vooral aan het rechterbeen gewond zijn. "Ik besef dat iedereen zich zorgen maakt, maar laten we rustig blijven. Hij is bij bewustzijn en het is vooral zijn been dat gehavend lijkt te zijn", bevestigde ploegleider Davide Bramati. De Ronde van Lombardije staat bekend als de "Koers van de Vallende Bladeren", maar door de kalenderproblemen veroorzaakt door de coronacrisis verhuisde hij nu naar putje zomer. En zo kwam de herfstklassieker een week na Milaan-Sanremo te liggen, het monument dat normaal de lente aankondigt. Gestart werd met een minuut stilte om de slachtoffers van de coronapandemie te herdenken, waarvan startplaats Bergamo aanvankelijk het Europese epicentrum was. Het zwaartepunt lag in de tweede wedstrijdhelft. Na een erg snelle beginfase reden elf leiders weg. Achter hun rug was het vooral Deceuninck - Quick-Step dat zijn verantwoordelijkheid opnam in dienst van Evenepoel, daarbij bijgestaan door Jumbo-Visma. Op het eerste sleutelpunt op het parcours, de Madonna del Ghisallo, op ruim zeventig kilometer van de finish, neutraliseerde Dries Devenyns de vlucht en dunde hij in dienst van Evenepoel het peloton uit tot een dertigtal renners. Op de steilste beklimming van de dag, de Muro di Sormano met klimpercentages tot 25 procent, werd die elitegroep door toedoen van Astana nog verder uitgedund tot een kwintet: Fuglsang, Vlasov, Bennett, Giulio Ciccone en een nog steeds vlot meepeddelende Evenepoel. Kort na de top kwamen ook Vincenzo Nibali en uittredend winnaar Bauke Mollema terug. In de afdaling van de Sormano deed een valpartij van Remco Evenepoel gans België huiveren, toen hij een muurtje raakte en in het ravijn buitelde. Voorin ging de strijd onverminderd door, en kon het drietal van Trek-Segafredo in de kopgroep zijn numerieke overwicht niet uitspelen. Fuglsang en Bennett gingen immers in de aanval op de voorlaatste beklimming, de Civiglio, en enkel Vlasov keerde vanuit de achtergrond nog terug. De Russische kampioen zorgde er zo voor dat Astana voorin twee man had. Bennett deed er echter alles aan om zich niet in de tang te laten zetten: op de slotklim, de San Fermo della Battaglia, bracht hij met een versnelling Vlasov in de problemen. Met een tweede prik lokte de Nieuw-Zeelander echter een tegenactie van Fuglsang uit, en die bleek beslissend. De Deen sloeg meteen een kloofje van twintig seconden en gaf zijn voorsprong niet meer prijs. Op de streep had Fuglsang 0:31 voor op Bennett en 0:51 op Vlasov en zo schreef hij na Luik-Bastenaken-Luik 2019 een tweede monument op zijn palmares. Mollema, Ciccone en Nibali vervolledigden de top zes voor Trek-Segafredo. Ondanks een botsing met een wagen van een bewoonster die op het parcours was geraakt, finishte Maxilimian Schachmann als zevende. Voor de Benelux haalden na Mollema ook Ben Hermans en Mathieu van der Poel nog de top tien, respectievelijk als negende en tiende. (Belga)

Topfavoriet Remco Evenepoel (Deceuninck - Quick-Step) kwam op een veertigtal kilometer van de finish zwaar ten val. De 20-jarige renner maakte deel uit van een kopgroep van zeven, toen hij in de afdaling van de Muro di Sormano een muurtje raakte en een afgrond indook. De hulpdiensten waren snel ter plaatse en na een twintigtal minuten kon de onfortuinlijke renner naar het ziekenhuis afgevoerd worden. Alessandro Tegner, woordvoerder van Deceuninck - Quick-Step, vertelde de RAI dat Evenepoel bij bewustzijn bleef en op de vragen van de dokters kon antwoorden. Hij zou vooral aan het rechterbeen gewond zijn. "Ik besef dat iedereen zich zorgen maakt, maar laten we rustig blijven. Hij is bij bewustzijn en het is vooral zijn been dat gehavend lijkt te zijn", bevestigde ploegleider Davide Bramati. De Ronde van Lombardije staat bekend als de "Koers van de Vallende Bladeren", maar door de kalenderproblemen veroorzaakt door de coronacrisis verhuisde hij nu naar putje zomer. En zo kwam de herfstklassieker een week na Milaan-Sanremo te liggen, het monument dat normaal de lente aankondigt. Gestart werd met een minuut stilte om de slachtoffers van de coronapandemie te herdenken, waarvan startplaats Bergamo aanvankelijk het Europese epicentrum was. Het zwaartepunt lag in de tweede wedstrijdhelft. Na een erg snelle beginfase reden elf leiders weg. Achter hun rug was het vooral Deceuninck - Quick-Step dat zijn verantwoordelijkheid opnam in dienst van Evenepoel, daarbij bijgestaan door Jumbo-Visma. Op het eerste sleutelpunt op het parcours, de Madonna del Ghisallo, op ruim zeventig kilometer van de finish, neutraliseerde Dries Devenyns de vlucht en dunde hij in dienst van Evenepoel het peloton uit tot een dertigtal renners. Op de steilste beklimming van de dag, de Muro di Sormano met klimpercentages tot 25 procent, werd die elitegroep door toedoen van Astana nog verder uitgedund tot een kwintet: Fuglsang, Vlasov, Bennett, Giulio Ciccone en een nog steeds vlot meepeddelende Evenepoel. Kort na de top kwamen ook Vincenzo Nibali en uittredend winnaar Bauke Mollema terug. In de afdaling van de Sormano deed een valpartij van Remco Evenepoel gans België huiveren, toen hij een muurtje raakte en in het ravijn buitelde. Voorin ging de strijd onverminderd door, en kon het drietal van Trek-Segafredo in de kopgroep zijn numerieke overwicht niet uitspelen. Fuglsang en Bennett gingen immers in de aanval op de voorlaatste beklimming, de Civiglio, en enkel Vlasov keerde vanuit de achtergrond nog terug. De Russische kampioen zorgde er zo voor dat Astana voorin twee man had. Bennett deed er echter alles aan om zich niet in de tang te laten zetten: op de slotklim, de San Fermo della Battaglia, bracht hij met een versnelling Vlasov in de problemen. Met een tweede prik lokte de Nieuw-Zeelander echter een tegenactie van Fuglsang uit, en die bleek beslissend. De Deen sloeg meteen een kloofje van twintig seconden en gaf zijn voorsprong niet meer prijs. Op de streep had Fuglsang 0:31 voor op Bennett en 0:51 op Vlasov en zo schreef hij na Luik-Bastenaken-Luik 2019 een tweede monument op zijn palmares. Mollema, Ciccone en Nibali vervolledigden de top zes voor Trek-Segafredo. Ondanks een botsing met een wagen van een bewoonster die op het parcours was geraakt, finishte Maxilimian Schachmann als zevende. Voor de Benelux haalden na Mollema ook Ben Hermans en Mathieu van der Poel nog de top tien, respectievelijk als negende en tiende. (Belga)