In een verzengende hitte werd om 13u45 het startschot gegeven van de eerste WorldTour-koers na de coronastop. Al vroeg trokken zes renners in de aanval. Corné van Kessel, Nicola Bagioli, Simon Pellaud, Quentin Pacher, Iuri Filosi en Benjamin Declercq kregen nooit veel voorsprong (max 2:25) van het peloton, waarin het tempo hoog lag. De wedstrijd over tien grindstroken zag al vroeg enkele favorieten kampen met materiaalpech: Tiesj Benoot, Julian Alaphilippe, Vincenzo Nibali en Peter Sagan stonden allen even aan de kant. Benoot zou halfweg koers zelfs opgeven wegens te ver in de wedstrijd. Ook Oliver Naesen, Xandro Meurisse en Dylan Teuns zouden de finish niet halen. Vooraan slonk de bonus van de koplopers snel door het achtervolgingwerk van Astana. Het zorgde er uiteindelijk voor dat Pellaud alleen op pad ging. Hij bouwde een voorsprong uit van vier minuten. Zoals elk jaar brak de finale vroeg open in en rond Siena. Alaphilippe en Mathieu van der Poel dropten een eerste bommetje op 80 kilometer van de streep, maar wegrijden deden ze niet. Drie anderen deden dat wel. Bob Jungels, Marcus Burghardt en Lawson Craddock raapten Pellaud op, maar groot was hun marge niet. In het peloton werd intussen een valpartij gemeld met Alaphilippe en Nibali. Ook Van der Poel hinkte daardoor even achterop en dat zou krachten kosten. Jungels waagde alleen zijn kans, maar ver zou hij niet rijden. Op de achtste sector van de dag, de Monte Sante Marie, de langste strook van 11,5 kilometer, brak de wedstrijd helemaal open. Voor Alaphilippe ging het te snel, ook Van der Poel moest passen toen Simon Clarke versnelde. Ckarke kreeg Gorka Izagirre, Michael Gogl en Burghardt mee. Fuglsang zag het gebeuren, remonteerde en bracht enkele renners terug zoals Van Avermaet, Formolo, Kwiatkowski, Bettiol, Van Aert en Schachmann. Het ging niet snel genoeg voor Fuglsang en op 55 kilometer begon hij aan een solo. De zes renners achter hen panikeerden niet, werkten goed samen en op 42,5 kilometer werd de Deen opnieuw gegrepen. Zeven leiders dus: Fuglsang met Kwiatkowski, Van Aert, Van Avermaet, Formolo en Bettiol. Vooral Bettiol en Fuglsang knapten veel werk op, achter hen volgde een trio met Stybar, maar de Tsjech zou de kloof van één minuut niet meer dichten. De winnaar zat vooraan. Op 22 kilometer waagde Schachmann zijn kans, Van Aert zag het gevaar en sprong mee, maar Bettiol dichtte het kloofje, terwijl Kwiatkowski het hoofd boog. Niet veel later ging het licht uit voor Greg Van Avermaet. Hij moest de koplopers laten rijden op 18,8 kilometer, op de voorlaatste strook. Wat later probeerde Bettiol het nog eens, maar deze keer was het Fuglsang die de groep terugbracht. Op de Tolfe, de laatste strook, verdapperde Van Aert en ontdeed hij zich van zijn metgezellen. Het was nog 12,4 kilometer naar de finish, Fuglsang kraakte, Schachmann en Formolo gingen in de achtervolging. Lange tijd schommelde de bonus rond de tien seconden, maar uiteindelijk startte Van Aert met een kleine bonus van 28 seconden aan de hellende slotkilometer. Hij hield stand. In de strijd om de tweede plaats haalde Formolo het van Schachmann. Van Avermaet finishte als achtste op 4:27. Het is de twaalfde profzege op de weg voor Van Aert, de eerste dit seizoen en de vierde in de WorldTour (na twee ritten in de Dauphiné en één in de Tour). In Siena staat hij voor de derde keer op rij op het podium, de voorbije twee jaar werd hij derde. Na Philippe Gilbert (2011) en Tiesj Benoot (2018) is Van Aert de derde Belg op de erelijst. Daarop volgt hij de Fransman Julian Alaphilippe op. (Belga)

In een verzengende hitte werd om 13u45 het startschot gegeven van de eerste WorldTour-koers na de coronastop. Al vroeg trokken zes renners in de aanval. Corné van Kessel, Nicola Bagioli, Simon Pellaud, Quentin Pacher, Iuri Filosi en Benjamin Declercq kregen nooit veel voorsprong (max 2:25) van het peloton, waarin het tempo hoog lag. De wedstrijd over tien grindstroken zag al vroeg enkele favorieten kampen met materiaalpech: Tiesj Benoot, Julian Alaphilippe, Vincenzo Nibali en Peter Sagan stonden allen even aan de kant. Benoot zou halfweg koers zelfs opgeven wegens te ver in de wedstrijd. Ook Oliver Naesen, Xandro Meurisse en Dylan Teuns zouden de finish niet halen. Vooraan slonk de bonus van de koplopers snel door het achtervolgingwerk van Astana. Het zorgde er uiteindelijk voor dat Pellaud alleen op pad ging. Hij bouwde een voorsprong uit van vier minuten. Zoals elk jaar brak de finale vroeg open in en rond Siena. Alaphilippe en Mathieu van der Poel dropten een eerste bommetje op 80 kilometer van de streep, maar wegrijden deden ze niet. Drie anderen deden dat wel. Bob Jungels, Marcus Burghardt en Lawson Craddock raapten Pellaud op, maar groot was hun marge niet. In het peloton werd intussen een valpartij gemeld met Alaphilippe en Nibali. Ook Van der Poel hinkte daardoor even achterop en dat zou krachten kosten. Jungels waagde alleen zijn kans, maar ver zou hij niet rijden. Op de achtste sector van de dag, de Monte Sante Marie, de langste strook van 11,5 kilometer, brak de wedstrijd helemaal open. Voor Alaphilippe ging het te snel, ook Van der Poel moest passen toen Simon Clarke versnelde. Ckarke kreeg Gorka Izagirre, Michael Gogl en Burghardt mee. Fuglsang zag het gebeuren, remonteerde en bracht enkele renners terug zoals Van Avermaet, Formolo, Kwiatkowski, Bettiol, Van Aert en Schachmann. Het ging niet snel genoeg voor Fuglsang en op 55 kilometer begon hij aan een solo. De zes renners achter hen panikeerden niet, werkten goed samen en op 42,5 kilometer werd de Deen opnieuw gegrepen. Zeven leiders dus: Fuglsang met Kwiatkowski, Van Aert, Van Avermaet, Formolo en Bettiol. Vooral Bettiol en Fuglsang knapten veel werk op, achter hen volgde een trio met Stybar, maar de Tsjech zou de kloof van één minuut niet meer dichten. De winnaar zat vooraan. Op 22 kilometer waagde Schachmann zijn kans, Van Aert zag het gevaar en sprong mee, maar Bettiol dichtte het kloofje, terwijl Kwiatkowski het hoofd boog. Niet veel later ging het licht uit voor Greg Van Avermaet. Hij moest de koplopers laten rijden op 18,8 kilometer, op de voorlaatste strook. Wat later probeerde Bettiol het nog eens, maar deze keer was het Fuglsang die de groep terugbracht. Op de Tolfe, de laatste strook, verdapperde Van Aert en ontdeed hij zich van zijn metgezellen. Het was nog 12,4 kilometer naar de finish, Fuglsang kraakte, Schachmann en Formolo gingen in de achtervolging. Lange tijd schommelde de bonus rond de tien seconden, maar uiteindelijk startte Van Aert met een kleine bonus van 28 seconden aan de hellende slotkilometer. Hij hield stand. In de strijd om de tweede plaats haalde Formolo het van Schachmann. Van Avermaet finishte als achtste op 4:27. Het is de twaalfde profzege op de weg voor Van Aert, de eerste dit seizoen en de vierde in de WorldTour (na twee ritten in de Dauphiné en één in de Tour). In Siena staat hij voor de derde keer op rij op het podium, de voorbije twee jaar werd hij derde. Na Philippe Gilbert (2011) en Tiesj Benoot (2018) is Van Aert de derde Belg op de erelijst. Daarop volgt hij de Fransman Julian Alaphilippe op. (Belga)