Meer dan vijf minuten voorgift kregen De Gendt en zijn drie vluchtgezellen niet, maar dat bleek te volstaan voor de Oost-Vlaamse ontsnappingskoning. "Met nog twee beklimmingen te gaan, begonnen we wat sneller te rijden. (Ben) King en (Niki) Terpstra moesten er toen af. Dan was het alleen nog ik en (Alessandro) De Marchi. We bleven gewoon vol rijden, tot de laatste klim. Maar het peloton kwam dichter, en dus moest ik solo gaan om hen voor te blijven. Ik had nog net genoeg overschot. Nog vijf of tien seconden", zei hij in het flashinterview. De Gendt geloofde volop in zijn kansen. "Ik had een hele goeie dag. De hele rit had ik een heel goed gevoel, dus geloofde ik er de hele dag in. Maar we kregen slechts vijf minuten voorsprong, en dat zakte snel naar 3,5, dus duwden we niet te hard door. Tot we hoorden dat de renners die eerst op kop reden van het peloton begonnen te lossen. Dat was het moment om weer uit te proberen lopen. Toen we weer vier minuten hadden, begon ik er echt in te geloven. Al vielen we in een paar bochten net niet, omdat we risico's namen. En dit deed zoveel pijn." Wat vrijdag net niet lukte voor Lotto Soudal, komt er zo met een dag vertraging. "De ploeg was hier om een rit te winnen. Gisteren waren we daar erg dicht bij met Caleb (Ewan), en vandaag was een dag voor mij. Ik kon mijn kans gaan. Ik had al de hele Tour een echt goed gevoel, en vandaag had ik geweldige benen." (Belga)