Daags voor de eerste rustdag moest het Tourpeloton nog de 153 kilometer tussen startplaats Pau en de aankomst in Laruns overwinnen. Onderweg lagen vijf beklimmingen te wachten, waaronder twee van eerste categorie: de Col de la Hourcère (11,8 km aan 8,3 procent) en de Col de Marie Blanque (7,3 km aan 8,7 procent). Een parcours dat veel renners inspireerde, want het regende aanvalspogingen vanaf de start. Daarbij toonden ook de Belgen zich erg actief, want onder meer Thomas De Gendt, Wout van Aert, Dries Devenyns, Tiesj Benoot, Greg Van Avermaet, Tom Van Asbroeck en Oliver Naesen probeerden mee te schuiven. In de vlucht die uiteindelijk ontstond op de flanken van de Hourcère, tekenden toch geen Belgen present. De jonge Marc Hirschi sloeg ruim negentig kilometer voor de finish een kloofje op acht achtervolgers, en bouwde dat in de rest van de etappe op zijn eentje beetje bij beetje uit. De tweede groep werd na verloop van tijd weer ingelopen door het hoge tempo van Team Jumbo-Visma in de groep van de klassementsrenners. Daarbij kon het opnieuw rekenen op een sterke Van Aert. Maar de eenzame koploper kon wel zijn voorsprong uitbouwen tot boven de viereneenhalve minuut. De steile slotkilometers van de Marie Blanque waren het decor van een interessante strijd tussen de klassementsrenners. Uitdager Pogacar viel de rest opnieuw tot driemaal toe aan, waarmee hij in eerste instantie Adam Yates en Miguel Angel Lopez in de problemen bracht. Toen Roglic na achtervolgend werk van Tom Dumoulin zelf het laatste gaatje op zijn landgenoot dichtte, bracht hij enkel Mikel Landa en Egan Bernal mee. De rest van de klassementsrenners moest proberen de achterstand te beperken. Ondanks een uitmuntende afdaling van de Marie Blanque werd Hirschi op minder dan twee kilometer voor de aankomst teruggenomen door de vier achtervolgers, maar ondanks zijn monumentale solovlucht probeerde hij toch nog de rest te verschalken in de spurt. Maar Pogacar kwam vanuit zijn wiel naar zijn eerste Tourritzege gesprint, voor Roglic, Hirschi, Bernal en Landa. Pogacar, nog maar 21, is bezig aan zijn eerste Ronde van Frankrijk, maar kon eind 2019 al drie etappes in de Ronde van Spanje op zijn naam brengen. De eerste achtervolgende groep, met daarin Quintana, Guillaume Martin, Bauke Mollema, Romain Bardet en Rigoberto Uran kwam met elf seconden achterstand over de streep, de groep met onder meer Yates, Lopez en Dumoulin keek tegen 54 seconden aan. In het algemene klassement leidt Roglic (die op de top van de Marie Blanque net als Pogacar ook bonificatieseconden had gesprokkeld) zo met een marge van 21 seconden op Bernal en 28 op Martin. Quintana volgt als vijfde op 32 seconden, Pogacar als zevende op 44. Na de rustdag van maandag krijgen de Tourrenners twee vlakke etappes na elkaar voorgeschoteld. Dinsdag dreigt tijdens een tocht van 168 kilometer tussen Ile d'Oléron en Ile de Ré wel het gevaar van waaiers. (Belga)

Daags voor de eerste rustdag moest het Tourpeloton nog de 153 kilometer tussen startplaats Pau en de aankomst in Laruns overwinnen. Onderweg lagen vijf beklimmingen te wachten, waaronder twee van eerste categorie: de Col de la Hourcère (11,8 km aan 8,3 procent) en de Col de Marie Blanque (7,3 km aan 8,7 procent). Een parcours dat veel renners inspireerde, want het regende aanvalspogingen vanaf de start. Daarbij toonden ook de Belgen zich erg actief, want onder meer Thomas De Gendt, Wout van Aert, Dries Devenyns, Tiesj Benoot, Greg Van Avermaet, Tom Van Asbroeck en Oliver Naesen probeerden mee te schuiven. In de vlucht die uiteindelijk ontstond op de flanken van de Hourcère, tekenden toch geen Belgen present. De jonge Marc Hirschi sloeg ruim negentig kilometer voor de finish een kloofje op acht achtervolgers, en bouwde dat in de rest van de etappe op zijn eentje beetje bij beetje uit. De tweede groep werd na verloop van tijd weer ingelopen door het hoge tempo van Team Jumbo-Visma in de groep van de klassementsrenners. Daarbij kon het opnieuw rekenen op een sterke Van Aert. Maar de eenzame koploper kon wel zijn voorsprong uitbouwen tot boven de viereneenhalve minuut. De steile slotkilometers van de Marie Blanque waren het decor van een interessante strijd tussen de klassementsrenners. Uitdager Pogacar viel de rest opnieuw tot driemaal toe aan, waarmee hij in eerste instantie Adam Yates en Miguel Angel Lopez in de problemen bracht. Toen Roglic na achtervolgend werk van Tom Dumoulin zelf het laatste gaatje op zijn landgenoot dichtte, bracht hij enkel Mikel Landa en Egan Bernal mee. De rest van de klassementsrenners moest proberen de achterstand te beperken. Ondanks een uitmuntende afdaling van de Marie Blanque werd Hirschi op minder dan twee kilometer voor de aankomst teruggenomen door de vier achtervolgers, maar ondanks zijn monumentale solovlucht probeerde hij toch nog de rest te verschalken in de spurt. Maar Pogacar kwam vanuit zijn wiel naar zijn eerste Tourritzege gesprint, voor Roglic, Hirschi, Bernal en Landa. Pogacar, nog maar 21, is bezig aan zijn eerste Ronde van Frankrijk, maar kon eind 2019 al drie etappes in de Ronde van Spanje op zijn naam brengen. De eerste achtervolgende groep, met daarin Quintana, Guillaume Martin, Bauke Mollema, Romain Bardet en Rigoberto Uran kwam met elf seconden achterstand over de streep, de groep met onder meer Yates, Lopez en Dumoulin keek tegen 54 seconden aan. In het algemene klassement leidt Roglic (die op de top van de Marie Blanque net als Pogacar ook bonificatieseconden had gesprokkeld) zo met een marge van 21 seconden op Bernal en 28 op Martin. Quintana volgt als vijfde op 32 seconden, Pogacar als zevende op 44. Na de rustdag van maandag krijgen de Tourrenners twee vlakke etappes na elkaar voorgeschoteld. Dinsdag dreigt tijdens een tocht van 168 kilometer tussen Ile d'Oléron en Ile de Ré wel het gevaar van waaiers. (Belga)