Benoot versnelde op de laatste helling, kreeg Roche, Tratnik en wat later Impey nog met zich mee. "En uiteindelijk rijd ik Roche er nog af", zei Benoot. "Dat was een kutsituatie. Door Roche eraf te rijden, heb ik mezelf geflikt. Ik wou hem daarna nog laten terugkomen, maar die groep met Naesen en Stuyven kwam dichter en ik wou dat risico niet nemen, want dat zijn snelle jongens. Dus heb ik toch maar niet gewacht. Met Roche erbij had ik iets meer kunnen gokken. Ik demarreerde en plots was die Impey erbij. Ik weet niet goed vanwaar hij opeens kwam. Ik reed omhoog met Roche, Tratnik hing aan de rekker en opeens zag ik een wit truitje: Impey. Hij had eerder bergop moeten lossen, maar moet blijkbaar een enorme sterke laatste kilometer gereden hebben. Ik was echt verbaasd dat hij nog terugkwam. Hij was sterk, een mooie winnaar, maar je wint natuurlijk liever zelf." Benoot is niet de snelste aan de finish. "En tegen Impey valt er weinig te beginnen. Hij wint sprinten met een kleine groep. Ik probeerde hem nog wel 'vast te zetten', ik deed er alles aan, al wist ik dat het moeilijk zou zijn. Ik maakte geen fouten in die sprint, nam niet meer over op het eind. Tweede, ja dat is de eerste verliezer hé. Dit is toch wel een gemiste kans. Er komen er nog wel in de Tour, maar winnen was mooi geweest. Het is de eerste keer in de Tour dat ik zo dicht bij de zege kom, hopelijk krijg ik nog zulke kansen. Nu goed: de Tour is nog lang en ik ben blij dat ik mijn goede benen heb teruggevonden na een paar moeilijke dagen. De ploeg rijdt goed en dat is ook een extra stimulans. Morgen rijden we gewoon weer voor Caleb Ewan in de sprint. Ik zal het nog wel eens proberen in de ontsnapping. Die Prijs van de Strijdlust? Tja, die heb ik, maar ik kwam niet naar de Tour voor die prijs." (Belga)