Onder begeleiding van de VUB-professoren Romain Meeusen en Bart Roelands en professor Samuele Marcora van de universiteit van Kent (Engeland) onderzocht Van Cutsem in hoeverre mentale vermoeidheid een impact heeft op fysieke prestaties en welke factoren hierin een rol spelen. "Het is niet zo dat ons hart sneller gaat slaan als we mentaal moe zijn of we sneller verzuring krijgen in onze spieren", zegt Van Cutsem in een mededeling over het onderzoek. "Het gaat echt om ons brein dat moe is door een cognitieve belasting." In een professionele sportsetting wil dit zeggen dat men in de routines voor de wedstrijden best weinig mogelijk mentale vermoeidheid veroorzaakt (tactische uiteenzetting, interviews, ...). In de vrijetijdsbesteding mag mentale vermoeidheid mensen vooral niet tegenhouden toch te gaan sporten, integendeel. Van Cutsem ontdekte ook dat sporters mentale vermoeidheid kunnen bestrijden door hun mond te spoelen met drankjes die cafeïne of koolhydraten bevatten. Door die spoeling worden receptoren in de mond geactiveerd die op hun beurt neurotransmitters zoals dopamine stimuleren. Dat leidt dan weer tot meer communicatie in het brein, waardoor men niet alleen minder vermoeid is, maar zich ook minder vermoeid voelt en dus beter gaat presteren. (Belga)