"Het scenario verliep eigenlijk perfect", aldus Demey, "tot de laatste kilometers, daar ging het fout. Heel wat landen, zoals Australië en Nederland zetten al vroeg een treintje op, Nederland was met acht meisjes, toch in het voordeel." D'hoore zat eenvoudigweg te ver om te sprinten. "Dat heeft haar de das omgedaan", meent Demey. "We zijn allemaal een beetje ontgoocheld met dit resultaat. Al zijn we nu wel niet door het ijs gezakt of te licht bevonden in vergelijking met het WK in Richmond. Tot de laatste kilometers vormden we een sterk blok, alleen behalen we jammer genoeg geen resultaat. Ik denk dat Jolien in die laatste twee kilometer gewoon nog een extra ploegmate nodig had gehad." "Mijn taak was om in de laatste twee à drie rondes mee te springen als er een uitval kwam", aldus Lotte Kopecky. "Dat heb ik ook gedaan. Daarna moest ik Jolien positioneren voor de sprint. Op een kilometer of twee (2,7) kom ik ook met haar naar voren, maar ik kon haar naast die Nederlandse trein niet langer uit de wind houden. Toen moest ik haar teken doen dat ze er alleen voor stond. Ik wist dat het zo heel moeilijk zou worden, vaak heb je dan al een sprint gereden voor je kan aanzetten in de eigenlijke sprint. Ik hoopte dat ze nog een goed wiel kon vinden, maar alleen is dat bijna onmogelijk. Het is jammer dat ik haar niet langer uit de wind kon houden. Ik had Jolien hier heel graag wereldkampioene zien worden, maar het was moeilijk tegen dat Nederlands blok met acht rensters. Daar moet je ook rekening mee houden." (Belga)

"Het scenario verliep eigenlijk perfect", aldus Demey, "tot de laatste kilometers, daar ging het fout. Heel wat landen, zoals Australië en Nederland zetten al vroeg een treintje op, Nederland was met acht meisjes, toch in het voordeel." D'hoore zat eenvoudigweg te ver om te sprinten. "Dat heeft haar de das omgedaan", meent Demey. "We zijn allemaal een beetje ontgoocheld met dit resultaat. Al zijn we nu wel niet door het ijs gezakt of te licht bevonden in vergelijking met het WK in Richmond. Tot de laatste kilometers vormden we een sterk blok, alleen behalen we jammer genoeg geen resultaat. Ik denk dat Jolien in die laatste twee kilometer gewoon nog een extra ploegmate nodig had gehad." "Mijn taak was om in de laatste twee à drie rondes mee te springen als er een uitval kwam", aldus Lotte Kopecky. "Dat heb ik ook gedaan. Daarna moest ik Jolien positioneren voor de sprint. Op een kilometer of twee (2,7) kom ik ook met haar naar voren, maar ik kon haar naast die Nederlandse trein niet langer uit de wind houden. Toen moest ik haar teken doen dat ze er alleen voor stond. Ik wist dat het zo heel moeilijk zou worden, vaak heb je dan al een sprint gereden voor je kan aanzetten in de eigenlijke sprint. Ik hoopte dat ze nog een goed wiel kon vinden, maar alleen is dat bijna onmogelijk. Het is jammer dat ik haar niet langer uit de wind kon houden. Ik had Jolien hier heel graag wereldkampioene zien worden, maar het was moeilijk tegen dat Nederlands blok met acht rensters. Daar moet je ook rekening mee houden." (Belga)