Twee jaar geleden, op de Gitsberg, een niemendalletje van een paar honderd meter op licht hellende kasseitjes, knalde Philippe Gilbert kinderlijk makkelijk Gianni Meersman, Stijn Devolder en zelfs Tom Boonen uit het wiel om zo naar zijn eerste Belgische proftitel te stormen. Zelfs op een voor de rest biljartvlak parcours de kroniek van een aangekondigde zege van een toen bijna buitenaardse Waalse superman.

Twee jaar later staat Gilbert opnieuw bovenaan de favorietenlijstjes van het BK. Al zijn er twee belangrijke verschillen: het 220 kilometer lange parcours in La Roche is met ruim 4300 hoogtemeters, goed voor 69 klimkilometers, loodzwaar. Een Luik-Bastenaken-Luik waardig en dus nog veel meer op maat van de wereldkampioen gesneden dan de BK-omloop in Hooglede. Had hij nu dezelfde power in de benen als toen, dan was de winnaar al bekend.

Maar net daar zit het tweede verschil: de Gilbert van 2011 is niet meer. Zelfs met de regenboogtrui om de schouders behaalde de BMC-renner dit seizoen nog geen enkele zege. Zo slecht als het eerste deel van 2012 was het weliswaar nog niet, - toen stond hij alleen in de Waalse Pijl als derde op het podium -, maar twee tweede en vier derde plaatsen zijn te weinig voor een topper met het statuut van Gilbert.

Sinds 1993 is hij na Luc Leblanc (1994), Igor Astarloa (2003), Paolo Bettini (2007) en Alessandro Ballan (2008) pas de vierde wereldkampioen die eind juni nog met lege handen staat. Drie van zijn voorgangers konden - in tegenstelling tot Gilbert - bovendien valpartijen en ziekte als excuus aanvoeren.

Hoewel hij in de Ronde van Zwitserland een beter vormpeil etaleerde, stijgt de druk dus per lopende kilometer. Vanuit de pers, maar schijnbaar ook vanuit de eigen ploegleiding die de scheve verhouding rendement (twee zeges in BMC-shirt in anderhalf seizoen)/jaarsalaris (ruim drie miljoen euro) niet met de mantel der liefde zal blijven bedekken.

Dat de wereldkampioen - tot zijn grote irritatie -nog altijd op een definitieve selectie voor de Tour wacht is veelbetekenend. Al is het onwaarschijnlijk dat BMC hem zal thuislaten - daarvoor is de publicitaire waarde van de regenboogtrui te groot en de sportieve weelde in de Zwitserse ploeg, ondanks het miljoenenbudget, te klein. Bovendien passen enkele ritten Gilbert als gegoten, als hij tenminste niet als fulltimeknecht voor klassementsrenners Cadel Evans en Tejay van Garderen moet fungeren.

Enkele vragen dringen zich bij een Tourdeelname echter op: wil de eigenzinnige Waal elke dag de mouwen opstropen voor de échte BMC-kopmannen? Zal hij in zijn aangestipte etappes carte blanche krijgen? En vooral: maakt de Philippe Gilbert - versie 2013 - dan überhaupt een kans tegen Peter Sagan? De Slowaak die hij al in 2011 als zijn opvolger aanduidde, en die hem dit jaar al meermaals overvleugelde - ook in de Ronde van Zwitserland.

Alles wat een zelfs goede Gilbert nu uit de kuiten schudt, doet Sagan nóg beter. Gezien diens dominantie, en de hulp die de wereldkampioen aan Evans en Van Garderen zal moeten bieden, valt het te vrezen dat na zijn mislukt voorjaar ook operatie redding in de Tour op een (kleine) sisser zal uitdraaien en dat ook in juli de verlossende zege zal uitblijven. Bovendien wordt zijn tweede hoofddoel van het seizoen - in Firenze een nieuwe wereldtitel behalen - allerminst een makkelijke opgave, aangezien Vincenzo Nibali zich nu al klaarstoomt voor het WK.

Een tweede nationale titel zou daarom zeer welkom zijn en zou al veel druk van de ketel halen. Al zal ook zondag de stress torenhoog zijn: op dergelijk parcours, in eigen Wallonië, en vooral op Belgisch niveau - dat dit seizoen verre van internationale top is -, wordt het BK zelfs een must-win voor Gilbert. Met slechts vier BMC-renners wordt het echter moeilijk om de koers te controleren, en bestaat de kans dat de Waalse Monegask de driekleur verliest door tactische keuzes - al dan niet in het voordeel van zijn sterke ploegmaat Greg Van Avermaet.

Maar als de wereldkampioen in een kansrijke positie komt - de omloop biedt hem mogelijkheden genoeg - en het toch opnieuw laat afweten, dan zal de vraag steeds luider klinken of we in het grand crujaar 2011 wel de échte Philippe Gilbert gezien hebben. En hij de laatste twee jaar niet op zijn normale, aardse niveau is teruggevallen...

Jonas Creteur

Twee jaar geleden, op de Gitsberg, een niemendalletje van een paar honderd meter op licht hellende kasseitjes, knalde Philippe Gilbert kinderlijk makkelijk Gianni Meersman, Stijn Devolder en zelfs Tom Boonen uit het wiel om zo naar zijn eerste Belgische proftitel te stormen. Zelfs op een voor de rest biljartvlak parcours de kroniek van een aangekondigde zege van een toen bijna buitenaardse Waalse superman. Twee jaar later staat Gilbert opnieuw bovenaan de favorietenlijstjes van het BK. Al zijn er twee belangrijke verschillen: het 220 kilometer lange parcours in La Roche is met ruim 4300 hoogtemeters, goed voor 69 klimkilometers, loodzwaar. Een Luik-Bastenaken-Luik waardig en dus nog veel meer op maat van de wereldkampioen gesneden dan de BK-omloop in Hooglede. Had hij nu dezelfde power in de benen als toen, dan was de winnaar al bekend. Maar net daar zit het tweede verschil: de Gilbert van 2011 is niet meer. Zelfs met de regenboogtrui om de schouders behaalde de BMC-renner dit seizoen nog geen enkele zege. Zo slecht als het eerste deel van 2012 was het weliswaar nog niet, - toen stond hij alleen in de Waalse Pijl als derde op het podium -, maar twee tweede en vier derde plaatsen zijn te weinig voor een topper met het statuut van Gilbert. Sinds 1993 is hij na Luc Leblanc (1994), Igor Astarloa (2003), Paolo Bettini (2007) en Alessandro Ballan (2008) pas de vierde wereldkampioen die eind juni nog met lege handen staat. Drie van zijn voorgangers konden - in tegenstelling tot Gilbert - bovendien valpartijen en ziekte als excuus aanvoeren. Hoewel hij in de Ronde van Zwitserland een beter vormpeil etaleerde, stijgt de druk dus per lopende kilometer. Vanuit de pers, maar schijnbaar ook vanuit de eigen ploegleiding die de scheve verhouding rendement (twee zeges in BMC-shirt in anderhalf seizoen)/jaarsalaris (ruim drie miljoen euro) niet met de mantel der liefde zal blijven bedekken. Dat de wereldkampioen - tot zijn grote irritatie -nog altijd op een definitieve selectie voor de Tour wacht is veelbetekenend. Al is het onwaarschijnlijk dat BMC hem zal thuislaten - daarvoor is de publicitaire waarde van de regenboogtrui te groot en de sportieve weelde in de Zwitserse ploeg, ondanks het miljoenenbudget, te klein. Bovendien passen enkele ritten Gilbert als gegoten, als hij tenminste niet als fulltimeknecht voor klassementsrenners Cadel Evans en Tejay van Garderen moet fungeren. Enkele vragen dringen zich bij een Tourdeelname echter op: wil de eigenzinnige Waal elke dag de mouwen opstropen voor de échte BMC-kopmannen? Zal hij in zijn aangestipte etappes carte blanche krijgen? En vooral: maakt de Philippe Gilbert - versie 2013 - dan überhaupt een kans tegen Peter Sagan? De Slowaak die hij al in 2011 als zijn opvolger aanduidde, en die hem dit jaar al meermaals overvleugelde - ook in de Ronde van Zwitserland. Alles wat een zelfs goede Gilbert nu uit de kuiten schudt, doet Sagan nóg beter. Gezien diens dominantie, en de hulp die de wereldkampioen aan Evans en Van Garderen zal moeten bieden, valt het te vrezen dat na zijn mislukt voorjaar ook operatie redding in de Tour op een (kleine) sisser zal uitdraaien en dat ook in juli de verlossende zege zal uitblijven. Bovendien wordt zijn tweede hoofddoel van het seizoen - in Firenze een nieuwe wereldtitel behalen - allerminst een makkelijke opgave, aangezien Vincenzo Nibali zich nu al klaarstoomt voor het WK. Een tweede nationale titel zou daarom zeer welkom zijn en zou al veel druk van de ketel halen. Al zal ook zondag de stress torenhoog zijn: op dergelijk parcours, in eigen Wallonië, en vooral op Belgisch niveau - dat dit seizoen verre van internationale top is -, wordt het BK zelfs een must-win voor Gilbert. Met slechts vier BMC-renners wordt het echter moeilijk om de koers te controleren, en bestaat de kans dat de Waalse Monegask de driekleur verliest door tactische keuzes - al dan niet in het voordeel van zijn sterke ploegmaat Greg Van Avermaet. Maar als de wereldkampioen in een kansrijke positie komt - de omloop biedt hem mogelijkheden genoeg - en het toch opnieuw laat afweten, dan zal de vraag steeds luider klinken of we in het grand crujaar 2011 wel de échte Philippe Gilbert gezien hebben. En hij de laatste twee jaar niet op zijn normale, aardse niveau is teruggevallen...Jonas Creteur