Wie niet, hoor ik u zeggen. De play-offs gaan de laatste rechte lijn in, ten laatste volgende week zondag, zo rond half vijf, kennen we de kampioen. Misschien komt die wel uit het duel van dit weekend op Sclessin, twee kansen op drie. Maar neen, het is niet om die reden dat we met belangstelling uitkijken naar het duel. Helemaal niet.

We komen gewoon graag in Luik. Niet vaak genoeg misschien, maar dat heeft te maken met tijd, en andere opdrachten. Meestal alleen voor de toppers, die wat extra brengen, maar in het verleden ook voor 'gewone' duels: bezoekjes van Beveren, Lommel, Mechelen, Charleroi aan Sclessin.

Het moest niet altijd Anderlecht of Brugge zijn, om er de boel in brand te steken. Soms letterlijk. Het sfeervolste stadion in België, al jaren, al doen ze in Brugge dezer dagen ook zeer hard hun best om de boel in brand te streken.

Maar rijden door Tillegembos, langs dure villa's, is toch nog wat anders dan de rit naar Luik. Die afdaling naar de Maas, de confrontatie met industriële archeologie, een paar minuten nadat je de nieuwe hub langs de luchthaven bent gepasseerd. Oud en nieuw Wallonië op een paar vierkante kilometer, hoop en tristesse bijna in één beeld. Het verwachtingsgpatroon bij de supporters, la rage de vaincre, Vlaams en Frans door mekaar, de geur van hamburgers, een laatste chope. Dat accent...

Zondag kan het weer, voor het laatste onderlinge duel tussen de titelkandidaten. Michel Preud'homme, die na 25 jaar wachten Standard een titel bezorgde, speelt er misschien zijn laatste troeven uit, om Club Brugge, dat al negen jaar wacht op zo'n titel, aan een prijs te helpen. In datzelfde Sclessin, dat hem ooit bejubelde, daarna verguisde, wegjoeg en vervolgens na omzwervingen door Mechelen en Lissabon weer met open armen binnen haalde en op een voetstuk plaatste. Het is voor hem altijd een beetje speciaal om er terug te keren -dat gebeurt trouwens nog zeer zelden, en voor ons ook.

Wie niet, hoor ik u zeggen. De play-offs gaan de laatste rechte lijn in, ten laatste volgende week zondag, zo rond half vijf, kennen we de kampioen. Misschien komt die wel uit het duel van dit weekend op Sclessin, twee kansen op drie. Maar neen, het is niet om die reden dat we met belangstelling uitkijken naar het duel. Helemaal niet.We komen gewoon graag in Luik. Niet vaak genoeg misschien, maar dat heeft te maken met tijd, en andere opdrachten. Meestal alleen voor de toppers, die wat extra brengen, maar in het verleden ook voor 'gewone' duels: bezoekjes van Beveren, Lommel, Mechelen, Charleroi aan Sclessin.Het moest niet altijd Anderlecht of Brugge zijn, om er de boel in brand te steken. Soms letterlijk. Het sfeervolste stadion in België, al jaren, al doen ze in Brugge dezer dagen ook zeer hard hun best om de boel in brand te streken. Maar rijden door Tillegembos, langs dure villa's, is toch nog wat anders dan de rit naar Luik. Die afdaling naar de Maas, de confrontatie met industriële archeologie, een paar minuten nadat je de nieuwe hub langs de luchthaven bent gepasseerd. Oud en nieuw Wallonië op een paar vierkante kilometer, hoop en tristesse bijna in één beeld. Het verwachtingsgpatroon bij de supporters, la rage de vaincre, Vlaams en Frans door mekaar, de geur van hamburgers, een laatste chope. Dat accent...Zondag kan het weer, voor het laatste onderlinge duel tussen de titelkandidaten. Michel Preud'homme, die na 25 jaar wachten Standard een titel bezorgde, speelt er misschien zijn laatste troeven uit, om Club Brugge, dat al negen jaar wacht op zo'n titel, aan een prijs te helpen. In datzelfde Sclessin, dat hem ooit bejubelde, daarna verguisde, wegjoeg en vervolgens na omzwervingen door Mechelen en Lissabon weer met open armen binnen haalde en op een voetstuk plaatste. Het is voor hem altijd een beetje speciaal om er terug te keren -dat gebeurt trouwens nog zeer zelden, en voor ons ook.