Van Snick is uitstekend begonnen aan de Olympische Spelen in Londen. Onze landgenote kreeg in haar eerste kamp een gevaarlijk opponente tegenover zich. De Zuid-Koreaanse Jung-Yeon Chung maakte het haar ook knap lastig, maar halverwege de kamp werd ze toch gevloerd door Van Snick. In de kwartfinales volgde de Hongaarse Eva Csernoviczki. De statistieken spraken in het nadeel van Van Snick. In vier kampen had ze immers drie keer verloren van de Hongaarse. Dit kaar was het echter aan onze landgenote om de tatami als winnares te verlaten. Ze haalde het na een wurging. Van Snick moet nu aan de slag in de halve finale. Als ze die weet te winnen mag ze strijden om goud en zilver. Verliest onze landgenote, dan wacht nog een kamp om het brons. Een eerste Belgische medaille is dus binnen handbereik.