Alle voorspellingen - in de loop van de week schoof de favorietenrol door van de klimmers naar de punchers/klassieke renners - en alle statistieken - de voorbije twaalf wereldkampioen kwamen uit de Vuelta - mochten in de prullenbak.Niet Cancallara, Sagan, Gilbert of Vueltagangers Nibali, Rodriguez en Valverde mochten op het podium de tranen de vrije loop laten, maar de Portugese allrounder Rui Costa, die zich in Canada had voorbereid.

Weliswaar niet meteen de meest tot de verbeelding sprekende renner - hij spreekt geen woord Engels - maar ook geen coureur die in het rijtje past van halve eendagsvliegen als ex-wereldkampioenen Laurent Brochard, Romans Vainsteins of Igor Astarloa.

Als belofte al winnaar van de Giro delle Regione (voor Chris Froome), tweede in de Ronde van de Toekomst (na Jan Bakelants), en in de voorbije Tour op een indrukkwekkende manier winnaar van twee ritten, nadat hij, net als vorig jaar, ook al de Ronde van Zwitserland won. Zijn volgend doel: als nieuwe en enige kopman van Lampre-Merida - in tegenstelling tot bij Movistar - kijken hoever hij kan komen in het eindklassement van de Tour.

Belgen weggeblazen

Voor de Belgen begon het WK veelbelovend met twee keer de Brabançonne die weerklonk aan de Florentijnse Viale Paoli. Was de eerste wereldtitel, die van Omega Pharma - Quick-Step, vooral het werk van buitenlanders, dan stemde de tweede gouden tijdritmedaille, die van junior Igor Decraene, de vele Belgische supporters in Firenze een pak blijer. Maar naar het beeld van het voorbije seizoen werden onze landgenoten de dagen erop in alle wegraces compleet weggeblazen.

Op een parcours dat er, bij de profs mede door de weersomstandigheden, toch een voor klimmers bleek, en van dat soort renners hebben we er in België nu eenmaal veel te weinig. Ook omdat Jurgen Van den Broeck en Bart De Clercq geblesseerd uitvielen, en omdat Thomas De Gendt nog slechts een schim van zichzelf is. Al is de vraag of zij, zelfs in topconditie, Valverde en co op het einde hadden kunnen volgen. Bovendien is de tijd dat Philippe Gilbert nog over halve klimmersbenen beschikte, zoals toen hij in 2011 de Schlecks aftroefde in Luik-Bastenaken-Luik, ook al lang voorbij. Het bijna buitenaardse niveau dat hij toen haalde en de terugval die hij sindsdien kende, blijft steeds meer vragen oproepen.

Door de vele pech die Tom Boonen, dat andere koninginnenstuk, de voorbije maanden op de nek viel, beleefde het Belgische profwielrennen zonder meer een annus horribilis. Het voorbije WK legde nogmaals de pijnpunten bloot: te veel dansten het merendeel van onze renners van bij de jeugd rond de totempalen Ronde van Vlaanderen/Parijs-Roubaix, te weinig focusten ze op het klimmen en het tijdrijden.

Kentering

Het is te laat om daar bij de profs nu al resultaten van te zien, toch is er een (langzame) mentaliteitsverandering aan de gang. Het Energy Lab van coach Paul Van Den Bosch probeert in samenwerking met Lotto ronderenners te detecteren en op te leiden - een initiatief, waarvan de veelbelovende neoprof Tim Wellens het resultaat is.

En bij de Belgische wielerbond zijn ze dit jaar eindelijk met een tijdritproject begonnen dat in Firenze al onverwacht veel vruchten afwierp met goud voor Decraene en drie topvijftienplaatsen bij de beloften. Het bewijst dat succes wel degelijk maakbaar is. Alleen is de vraag waarom de bond zo lang wachtte om daar financiële middelen voor vrij te maken en waarom pas volgend jaar ook een soortgelijk intensief klimproject wordt opgestart.

Eer dat (mogelijk) zal renderen, zullen we in het steeds meer mondiale wielrennen al een hele tijd verder zijn. Tot zolang moeten de Belgische wielerfans hopen dat Boonen, Gilbert en Van den Broeck hun niveau van weleer terugvinden, dat de regelmatige Van Avermaet eindelijk een winnaar wordt en dat Meersman, Bakelants en Vanmarcke helemaal ontbolsteren. Zo niet, dan wacht het vaderlandse wielrennen tot minstens tot 2016, 2017 nog meer magere jaren.