Nog altijd stijgt er in het Jan Breydelstadion na 23 minuten een volle minuut lang applaus op. Ook vijf jaar na zijn dood. Het is een hulde aan de spits die met het nummer 23 voetbalde. En die in korte tijd bij Club Brugge een grote populariteit opbouwde.

Zelden hing er in een voetbalstadion zo'n beklemmende stilte als die zaterdagavond, twee dagen na de dood van François Sterchele, toen de spelers van Club Brugge met een levensgroot fotospandoek van hun ploegmaat rond het veld stapten en twee keer een minuut stilte hielden. Je kon in het Jan Breydelstadion een speld horen vallen.

Nooit gingen supporters zo ingetogen en zo overmand door verdriet naar een wedstrijd als deze tussen Club Brugge en Westerlo. mei 2008. De serene sfeer was een voorbode voor een beklijvend en door emoties overspoeld eerbetoon. Toen de wedstrijd uiteindelijk op gang werd gefloten, heerste er aanvankelijk in het stadion een haast gewijde stilte. Later werd er geapplaudiseerd. Maar er werd vooral getreurd. En geweend.

Nimmer heeft de dood van een voetballer zulke diepe wonden geslagen en verwierf een voetballer in nauwelijks een jaar zo'n goddelijke status bij de supporters als François Sterchele. De spits frappeerde door zijn aanstekelijk goed humeur, hij fladderde als een zorgeloze vlinder door het leven, vrij en blij. Een voetballer van en voor het volk. Naar het beeld van Club Brugge.

Voor grenzeloos verdriet zorgde zijn dood. Zoals bij die ene man die twee uur na de wedstrijd tussen Club Brugge en Westerlo op een bank zat voor het Brugse station. Hij huilde als een klein kind. Een paar toeristen vroegen wat er scheelde, maar de man kan niet reageren. Naast hem lag een trui van François Sterchele. Het was een beeld met symboliek: van een voetbalgemeenschap in totale shock.

François Sterchele was de bereidwilligheid in persoon. Je mocht hem alles vragen. Zoals die ene keer toen hij als een soort James Bond op de cover van Sport/Voetbalmagazine prijkte, in smoking, het pistool in de hand. Profiel van een scherpschutter, was de titel bij het verhaal en Sterchele vond het prachtig, hij amuseerde zich kostelijk tijdens de fotosessie. Zoals de zon eigenlijk altijd scheen in zijn leven.

In een maatschappij met een bijna extreem verlangen naar helden genoot François Sterchele van het stardom. Hij dompelde zich graag onder in een blitse wereld. Hij leefde snel en fel, gejaagd en soms opgejaagd, maar hij had geen moeite met dat helse ritme. Integendeel zelfs. En dus zette Sterchele op die fatale nacht een stapje in de wereld, in Antwerpen, de stad waar hij graag toefde. Natuurlijk hoort een profvoetballer na een slopend seizoen niet om drie uur 's nachts in zijn auto te zitten, een paar uren voor een training en niet eens drie dagen voor een competitiematch. Maar Sterchele ging nooit op de rem staan. Niet op het veld, niet in zijn manier van leven.

François Sterchele was een product van deze tijd, een spontane, maar moeilijk te sturen glamourboy. Clubs kunnen jonge voetballers die razendsnel de top bereiken tot op zekere hoogte begeleiden, maar ze kunnen ze niet vastbinden. François Sterchele had nood aan ruimte. Om te scoren, om te leven, om niet te verstikken. Door zijn hang en drang naar roem stelde hij zich nergens vragen bij. Hij plukte, met zijn zuiders temperament, het leven zoals het op hem afkwam.

Tot op die tragische dag die voor eeuwig met zware letters in de geschiedenis van Club Brugge zal staan: 8 mei 2008.

Nog altijd stijgt er in het Jan Breydelstadion na 23 minuten een volle minuut lang applaus op. Ook vijf jaar na zijn dood. Het is een hulde aan de spits die met het nummer 23 voetbalde. En die in korte tijd bij Club Brugge een grote populariteit opbouwde. Zelden hing er in een voetbalstadion zo'n beklemmende stilte als die zaterdagavond, twee dagen na de dood van François Sterchele, toen de spelers van Club Brugge met een levensgroot fotospandoek van hun ploegmaat rond het veld stapten en twee keer een minuut stilte hielden. Je kon in het Jan Breydelstadion een speld horen vallen. Nooit gingen supporters zo ingetogen en zo overmand door verdriet naar een wedstrijd als deze tussen Club Brugge en Westerlo. mei 2008. De serene sfeer was een voorbode voor een beklijvend en door emoties overspoeld eerbetoon. Toen de wedstrijd uiteindelijk op gang werd gefloten, heerste er aanvankelijk in het stadion een haast gewijde stilte. Later werd er geapplaudiseerd. Maar er werd vooral getreurd. En geweend. Nimmer heeft de dood van een voetballer zulke diepe wonden geslagen en verwierf een voetballer in nauwelijks een jaar zo'n goddelijke status bij de supporters als François Sterchele. De spits frappeerde door zijn aanstekelijk goed humeur, hij fladderde als een zorgeloze vlinder door het leven, vrij en blij. Een voetballer van en voor het volk. Naar het beeld van Club Brugge. Voor grenzeloos verdriet zorgde zijn dood. Zoals bij die ene man die twee uur na de wedstrijd tussen Club Brugge en Westerlo op een bank zat voor het Brugse station. Hij huilde als een klein kind. Een paar toeristen vroegen wat er scheelde, maar de man kan niet reageren. Naast hem lag een trui van François Sterchele. Het was een beeld met symboliek: van een voetbalgemeenschap in totale shock. François Sterchele was de bereidwilligheid in persoon. Je mocht hem alles vragen. Zoals die ene keer toen hij als een soort James Bond op de cover van Sport/Voetbalmagazine prijkte, in smoking, het pistool in de hand. Profiel van een scherpschutter, was de titel bij het verhaal en Sterchele vond het prachtig, hij amuseerde zich kostelijk tijdens de fotosessie. Zoals de zon eigenlijk altijd scheen in zijn leven. In een maatschappij met een bijna extreem verlangen naar helden genoot François Sterchele van het stardom. Hij dompelde zich graag onder in een blitse wereld. Hij leefde snel en fel, gejaagd en soms opgejaagd, maar hij had geen moeite met dat helse ritme. Integendeel zelfs. En dus zette Sterchele op die fatale nacht een stapje in de wereld, in Antwerpen, de stad waar hij graag toefde. Natuurlijk hoort een profvoetballer na een slopend seizoen niet om drie uur 's nachts in zijn auto te zitten, een paar uren voor een training en niet eens drie dagen voor een competitiematch. Maar Sterchele ging nooit op de rem staan. Niet op het veld, niet in zijn manier van leven. François Sterchele was een product van deze tijd, een spontane, maar moeilijk te sturen glamourboy. Clubs kunnen jonge voetballers die razendsnel de top bereiken tot op zekere hoogte begeleiden, maar ze kunnen ze niet vastbinden. François Sterchele had nood aan ruimte. Om te scoren, om te leven, om niet te verstikken. Door zijn hang en drang naar roem stelde hij zich nergens vragen bij. Hij plukte, met zijn zuiders temperament, het leven zoals het op hem afkwam. Tot op die tragische dag die voor eeuwig met zware letters in de geschiedenis van Club Brugge zal staan: 8 mei 2008.