Zondag, in de wedstrijd van Anderlecht tegen Oud-Heverlee Leuven, kreeg Guillaume Gillet het publiek over zich heen. Niet de fans van OHL, neen, de eigen paars-witte aanhang. Vooral na rust was het frappant om horen hoe de minzame Luikenaar bij ongeveer elk balcontact uitgefloten werd.

Waarom? Het is ons een raadsel. Akkoord, Gillet was ondermaats, vooral in de passing, maar dat was zowat heel de ploeg.

Volgens sommige journalisten had het te maken met de uitlatingen van Gillet in de weekendkranten: hij zou verklaard hebben klaar te zijn voor een hoger aangeschreven kampioenschap. So what?

Lucas Biglia verkondigt dat ongeveer elke transferperiode en Dieumerci Mbokani schreeuwde dat al uit amper enkele maanden na zijn bescheiden terugkeer in de Jupiler Pro League. Werden zij ooit al op een fluitconcert getrakteerd door de paars-witte fans?

Guillaume Gillet bleef er opvallend sereen onder: hij reageerde niet à la Mboyo met provocerende gebaren op het veld, ging zelfs nog braaf mee de fans uitzwaaien na de match en deed in de interviews achteraf geen ronkende verklaringen.

Het pleit voor de mens Guillaume Gillet. Aan zijn zesde seizoen bij Anderlecht bezig en ga maar eens na: zelden of nooit geblesseerd, nooit negatief in het nieuws met nachtelijke escapades of amper te betrappen op negatieve kritiek aan het adres van medespelers of tegenstanders.

Noem dit gerust een pleidooi voor Gillet. Een man die in weerwil van zijn imago als glamourboy of dandy het hart op de juiste plaats heeft - hij is in de kleedkamer van Anderlecht vaak een van de eersten om zich beschikbaar te stellen voor liefdadigheidsacties of sociale projecten - en leeft voor zijn sport en de club waarvoor hij speelt. Is het omdat iemand zich graag stijlvol kleedt en zelfvertrouwen uitstraalt dat hij arrogant is?

Gillet is een werker, hij oogt misschien soms wat nonchalant maar op de keper beschouwd moet je telkens toegeven dat je altijd op hem kan rekenen. Ongeacht de omstandigheden.

Conditioneel behoort hij bij de sterksten in de kern van Anderlecht en dromen doet hij van de fysiek veeleisende Bundesliga. Dat zou eigenlijk al voldoende moeten zeggen.

Iemand ook die zich niet zot laat maken door makelaarspraat en daarentegen koos voor een doordachte, geleidelijke opbouw van de carrière: Wezet, Eupen, AA Gent, Anderlecht en... who knows.

Eigenlijk gunnen we de Luikse rechtspoot die transfer naar de Bundesliga wel. Misschien krijgt hij daar dan wel de waardering die hij verdient. In België blijft hij hoe dan ook als stoplap aanzien worden.

Na een superseizoen als middenvelder, met daarin onder meer twaalf goals, besliste John van den Brom deze campagne om Gillet weer als rechtsachter te gebruiken na het uitvallen van Denis Odoi en de wisselende vormcurve van Wasilewski.

En zo verging het de 28-jarige rechtspoot al dikwijls: telkens weer wordt hij - bij gebrek aan beter - weer naar die rechtsachter verbannen. De plek waar zijn tekortkomingen in defensief positiespel meer aan bod komen dan zijn kwaliteiten als infiltreur. Geen geschenk dus. Bij de nationale ploeg: hetzelfde.

En toch hoor je Gillet ook daar zelden over klagen. Dat mag ook eens belicht worden, in plaats van enkel op uitspraken te focussen van dissidenten.

In dat kader trouwens eveneens een pluim voor Roland Juhász, toch acht jaar lang een trouwe soldaat in de verdediging van Anderlecht. Na de komst van Bram Nuytinck plots compleet overbodig en zelfs niet meer in de wedstrijdkern terug te vinden. Van Juhász geen onvertogen woord te bespeuren.

Hetzelfde dient gezegd van Yves Lenaerts, tweede doelman van OHL. Gezien zijn voorbeeldige mentaliteit en collectieve instelling een gedroomde tweede doelman voor een club, wellicht tot zijn eigen grote spijt.

Enkele maanden geleden twijfelde Lenaerts aan zijn toekomst bij OHL want hij wilde ook wel eens titularis zijn. Deze week ondertekende de Antwerpse goalie een contractverlenging bij OHL, dat hem zo tot 2016 vastlegt. Lenaerts heeft zich dus toch weer neergelegd bij een rol op het tweede plan. Velen zullen zeggen: een gebrek aan ambitie, maar wij vinden het juist een daad van grootsheid. Het applaus dat Lenaerts bij elke thuismatch krijgt van het OHL-publiek is gemeend en welverdiend.

Dat het publiek van Anderlecht daar een voorbeeld aan mag nemen.

Matthias Stockmans

Zondag, in de wedstrijd van Anderlecht tegen Oud-Heverlee Leuven, kreeg Guillaume Gillet het publiek over zich heen. Niet de fans van OHL, neen, de eigen paars-witte aanhang. Vooral na rust was het frappant om horen hoe de minzame Luikenaar bij ongeveer elk balcontact uitgefloten werd. Waarom? Het is ons een raadsel. Akkoord, Gillet was ondermaats, vooral in de passing, maar dat was zowat heel de ploeg. Volgens sommige journalisten had het te maken met de uitlatingen van Gillet in de weekendkranten: hij zou verklaard hebben klaar te zijn voor een hoger aangeschreven kampioenschap. So what?Lucas Biglia verkondigt dat ongeveer elke transferperiode en Dieumerci Mbokani schreeuwde dat al uit amper enkele maanden na zijn bescheiden terugkeer in de Jupiler Pro League. Werden zij ooit al op een fluitconcert getrakteerd door de paars-witte fans? Guillaume Gillet bleef er opvallend sereen onder: hij reageerde niet à la Mboyo met provocerende gebaren op het veld, ging zelfs nog braaf mee de fans uitzwaaien na de match en deed in de interviews achteraf geen ronkende verklaringen. Het pleit voor de mens Guillaume Gillet. Aan zijn zesde seizoen bij Anderlecht bezig en ga maar eens na: zelden of nooit geblesseerd, nooit negatief in het nieuws met nachtelijke escapades of amper te betrappen op negatieve kritiek aan het adres van medespelers of tegenstanders. Noem dit gerust een pleidooi voor Gillet. Een man die in weerwil van zijn imago als glamourboy of dandy het hart op de juiste plaats heeft - hij is in de kleedkamer van Anderlecht vaak een van de eersten om zich beschikbaar te stellen voor liefdadigheidsacties of sociale projecten - en leeft voor zijn sport en de club waarvoor hij speelt. Is het omdat iemand zich graag stijlvol kleedt en zelfvertrouwen uitstraalt dat hij arrogant is? Gillet is een werker, hij oogt misschien soms wat nonchalant maar op de keper beschouwd moet je telkens toegeven dat je altijd op hem kan rekenen. Ongeacht de omstandigheden. Conditioneel behoort hij bij de sterksten in de kern van Anderlecht en dromen doet hij van de fysiek veeleisende Bundesliga. Dat zou eigenlijk al voldoende moeten zeggen. Iemand ook die zich niet zot laat maken door makelaarspraat en daarentegen koos voor een doordachte, geleidelijke opbouw van de carrière: Wezet, Eupen, AA Gent, Anderlecht en... who knows.Eigenlijk gunnen we de Luikse rechtspoot die transfer naar de Bundesliga wel. Misschien krijgt hij daar dan wel de waardering die hij verdient. In België blijft hij hoe dan ook als stoplap aanzien worden. Na een superseizoen als middenvelder, met daarin onder meer twaalf goals, besliste John van den Brom deze campagne om Gillet weer als rechtsachter te gebruiken na het uitvallen van Denis Odoi en de wisselende vormcurve van Wasilewski. En zo verging het de 28-jarige rechtspoot al dikwijls: telkens weer wordt hij - bij gebrek aan beter - weer naar die rechtsachter verbannen. De plek waar zijn tekortkomingen in defensief positiespel meer aan bod komen dan zijn kwaliteiten als infiltreur. Geen geschenk dus. Bij de nationale ploeg: hetzelfde. En toch hoor je Gillet ook daar zelden over klagen. Dat mag ook eens belicht worden, in plaats van enkel op uitspraken te focussen van dissidenten. In dat kader trouwens eveneens een pluim voor Roland Juhász, toch acht jaar lang een trouwe soldaat in de verdediging van Anderlecht. Na de komst van Bram Nuytinck plots compleet overbodig en zelfs niet meer in de wedstrijdkern terug te vinden. Van Juhász geen onvertogen woord te bespeuren. Hetzelfde dient gezegd van Yves Lenaerts, tweede doelman van OHL. Gezien zijn voorbeeldige mentaliteit en collectieve instelling een gedroomde tweede doelman voor een club, wellicht tot zijn eigen grote spijt. Enkele maanden geleden twijfelde Lenaerts aan zijn toekomst bij OHL want hij wilde ook wel eens titularis zijn. Deze week ondertekende de Antwerpse goalie een contractverlenging bij OHL, dat hem zo tot 2016 vastlegt. Lenaerts heeft zich dus toch weer neergelegd bij een rol op het tweede plan. Velen zullen zeggen: een gebrek aan ambitie, maar wij vinden het juist een daad van grootsheid. Het applaus dat Lenaerts bij elke thuismatch krijgt van het OHL-publiek is gemeend en welverdiend. Dat het publiek van Anderlecht daar een voorbeeld aan mag nemen. Matthias Stockmans